ECLI:NL:RVS:2026:1694

ECLI:NL:RVS:2026:1694

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 202505188/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Herziening

Samenvatting

Bij uitspraak van 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4240, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 mei 2024 in zaak nr. 23/2079 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de minister van Financiën gevraagd om schulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). De minister heeft geweigerd om een aantal van die schulden over te nemen, waaronder een schuld aan de gemeente Den Haag die voorkomt uit de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (de Tozo-schuld), een schuld aan ING Bank N.V. Incasso (de ING-schuld) en vier privéschulden. De minister heeft daarbij toegelicht dat de Tozo-schuld een publieke en geen private schuld is, waardoor hij niet bevoegd is deze op grond van artikel 4.1 van de Wht over te nemen. Verder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de ING-schuld niet opeisbaar was voor 1 juni 2021 en dat de privéschulden niet zijn vastgelegd in notariële akten, waardoor deze schulden niet voldoen aan de eisen die voor het overnemen zijn gesteld in respectievelijk artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, en artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht.

Uitspraak

202505188/1/A2.

Datum uitspraak: 25 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 3 september 2025, in zaak nr. 202403944/1/A2.

Procesverloop

Bij uitspraak van 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4240, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 mei 2024 in zaak nr. 23/2079 ongegrond verklaard.

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De minister van Financiën heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 10 februari 2026, waar [verzoeker] en de minister, vertegenwoordigd door mr. M. Bouhoud en mr. S.N. Ishak, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [verzoeker] heeft de minister gevraagd om schulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). De minister heeft geweigerd om een aantal van die schulden over te nemen, waaronder een schuld aan de gemeente Den Haag die voorkomt uit de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (de Tozo-schuld), een schuld aan ING Bank N.V. Incasso (de ING-schuld) en vier privéschulden. De minister heeft daarbij toegelicht dat de Tozo-schuld een publieke en geen private schuld is, waardoor hij niet bevoegd is deze op grond van artikel 4.1 van de Wht over te nemen. Verder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de ING-schuld niet opeisbaar was voor 1 juni 2021 en dat de privéschulden niet zijn vastgelegd in notariële akten, waardoor deze schulden niet voldoen aan de eisen die voor het overnemen zijn gesteld in respectievelijk artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, en artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht.

2. De rechtbank en de Afdeling hebben het besluit van de minister om bovengenoemde schulden niet over te nemen in stand gelaten. Zij hebben geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet voldaan is aan de eisen die daarvoor gesteld zijn in artikel 4.1 van de Wht en dat geen grond bestaat om met toepassing van de hardheidsclausule, neergelegd in artikel 9.1, tweede lid, van de Wht, daarvan af te wijken.

Verzoek om herziening

3. [verzoeker] voert aan dat de ING-schuld wél voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De kredietlening, waaruit deze schuld is voortgekomen, was al vóór 2017 afgesloten en het openstaande saldo werd volledig opeisbaar toen [verzoeker] failliet ging. Hij wijst ter onderbouwing daarvan naar verschillende stukken. Daarnaast hadden de Tozo-schuld en de privéschulden op grond van de hardheidsclausule overgenomen moeten worden. De Tozo-schuld is weliswaar een publieke schuld, maar [verzoeker] heeft de bijbehorende lening uitsluitend privé gebruikt voor levensonderhoud na de toeslagenaffaire. Daarnaast mag het ontbreken van notariële akten niet leiden tot ontkenning van het bestaan van de privéschulden. [verzoeker] had destijds te maken met faillissement, frauderegistratie en dakloosheid en het was niet mogelijk de privéschulden vast te leggen in notariële akten. [verzoeker] wijst verder naar actuele omstandigheden die volgens hem ook moeten leiden tot toepassing van de hardheidsclausule.

Beoordelingskader

4. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:

"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."

5. Bij de beoordeling van een herzieningsverzoek is uitsluitend van belang of feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb zijn gesteld. Het moet dan gaan om nader gebleken feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht en die de verzoeker in de procedure die heeft geleid tot die uitspraak niet naar voren heeft kunnen brengen. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er niet toe om het geschil waarover bij uitspraak is beslist opnieuw aan de rechter voor te leggen en biedt een partij niet de mogelijkheid gronden die in een eerdere procedure naar voren zijn of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw, dan wel alsnog naar voren te brengen en zo het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2455), is een vermeend onjuiste rechtsopvatting geen grond voor herziening, evenmin als een veronderstelde rechterlijke misslag ten aanzien van de gevolgde procedure of de vaststelling van de feiten. Verder geldt dat, wil een verzoek om herziening voor toewijzing in aanmerking komen, aan de in artikel 8:119, eerste lid, onder a, b en c, van de Awb genoemde criteria moet worden voldaan. Deze criteria zijn cumulatief.

Beoordeling van het verzoek

6. Wat [verzoeker] heeft aangevoerd over de ING-schuld, de Tozo-schuld en de privéschulden was bij hem bekend, of kon redelijkerwijs bij hem bekend zijn, vóórdat de Afdeling op 3 september 2025 uitspraak deed op zijn hoger beroep. [verzoeker] heeft weliswaar nieuwe stukken overgelegd, maar daarin staan geen relevante feiten of omstandigheden die hij niet in de procedure voorafgaand aan die uitspraak naar voren had kunnen brengen. In zoverre is geen sprake van feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:119, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. Wat [verzoeker] heeft aangevoerd over zijn actuele situatie zijn geen feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak van 3 september 2025, zoals bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb.

Omdat [verzoeker] geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aan alle eisen van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb voldoen, bestaat geen grond voor herziening van de uitspraak van 3 september 2025.

Slotsom

7. Het verzoek om herziening wordt afgewezen.

8. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.K. van de Riet, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Riet

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026

994

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.K. van de Riet

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?