ECLI:NL:RVS:2026:1700

ECLI:NL:RVS:2026:1700

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 202503077/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluiten van 26 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010 en 2011. [appellant] heeft zich op 12 februari 2021 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2010 en 2011. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW). De CvW is in haar advies van 7 juni 2022 tot de conclusie gekomen dat [appellant] geen recht heeft op compensatie. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellant] afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie aan [appellant] heeft toegekend voor het jaar 2010. Omdat de tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau wettelijk verplicht was om aanspraak te kunnen maken op kinderopvangtoeslag en [appellant] destijds in de gelegenheid is gesteld om aannemelijk te maken dat aan deze eis werd voldaan, heeft de Dienst Toeslagen bij een gebrek aan bewijs van de registratie van het gastouderbureau in het Landelijk Register Kinderopvang kunnen aannemen dat er evident geen recht op kinderopvangtoeslag bestond.

Uitspraak

202503077/1/A2.

Datum uitspraak: 25 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 28 april 2025 in zaak nr. 24/2851 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Dienst Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluiten van 26 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010 en 2011.

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de Dienst Toeslagen het tegen beide besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 10 februari 2026, waar [appellant], vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door mr. M.I. Bal, advocaat in Arnhem, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft zich op 12 februari 2021 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2010 en 2011. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW). De CvW is in haar advies van 7 juni 2022 tot de conclusie gekomen dat [appellant] geen recht heeft op compensatie. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellant] afgewezen.

De uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie aan [appellant] heeft toegekend voor het jaar 2010. Omdat de tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau wettelijk verplicht was om aanspraak te kunnen maken op kinderopvangtoeslag en [appellant] destijds in de gelegenheid is gesteld om aannemelijk te maken dat aan deze eis werd voldaan, heeft de Dienst Toeslagen bij een gebrek aan bewijs van de registratie van het gastouderbureau in het Landelijk Register Kinderopvang kunnen aannemen dat er evident geen recht op kinderopvangtoeslag bestond. Er bestaat daarom ook geen recht op compensatie.

3. De rechtbank heeft verder overwogen dat het laten gebruiken van de DigD door een derde voor rekening en risico van [appellant] komt. Bovendien heeft de Dienst Toeslagen zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk is opgelicht. De Dienst Toeslagen heeft dan ook terecht geen compensatie aan [appellant] toegekend voor het jaar 2011.

Beoordeling van het hoger beroep

4. [appellant] betoogt dat enkel het ontbreken van een registratie van het gastouderbureau in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) onvoldoende is om te spreken van ‘evident geen recht’ op kinderopvangtoeslag. In dit kader wijst hij op de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17804, onder 8, waaruit volgt dat slechts sprake is van ‘evident geen recht’ wanneer er in redelijkheid geen twijfel bestaat dat betrokkene niet voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt. Dat het begrip ‘evident geen recht’ beperkt moet worden uitgelegd volgt ook uit de in de memorie van toelichting genoemde voorbeelden van een situatie waarin evident geen recht op kinderopvangtoeslag bestaat, waaronder dat in het geheel geen kinderopvang is afgenomen. Volgens [appellant] staat vast dat hij in 2010 daadwerkelijk kinderopvang heeft afgenomen, zij het zonder tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Het ‘gebrek’ bestaat daarom alleen uit het ontbreken van een registratie van het gastouderbureau in het LRK. [appellant] betoogt verder dat de eis van registratie van het gastouderbureau in het LRK in zijn geval losgelaten zou moeten worden, omdat de registratieplicht in 2010 nog maar net was ingevoerd en hij en zijn partner daar nog niet goed mee bekend waren. Ook betoogt [appellant] dat hij recht heeft op compensatie wegens hardheid van het stelsel, omdat zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan, namelijk dat hij door een derde is opgelicht. Deze heeft gebruik gemaakt van [appellant]’s DigD en bewerkstelligd dat de kinderopvangtoeslag naar hem werd overgemaakt.

4.1. Over het jaar 2010 heeft [appellant] in het geheel geen gegevens overgelegd. Ook niet nadat met [appellant]’s partner contact is opgenomen en [appellant] in de bezwaarprocedure over de beschikking van 27 april 2011 hiertoe alsnog in de gelegenheid is gesteld. [appellant] heeft daardoor niet aannemelijk gemaakt dat hij in het jaar 2010 kinderopvang heeft afgenomen. Alleen al daarom slaagt het betoog niet dat enkel het ontbreken van een registratie van het gastouderbureau in het LRK onvoldoende is om te spreken van evident geen recht. Bovendien ziet de uitspraak van de rechtbank Den Haag, niet op een vergelijkbaar geval, omdat de betrokkene in die zaak wel gegevens over het betreffende toeslagjaar had overgelegd waaruit kon worden opgemaakt dat zij in dat jaar kinderopvang had afgenomen.

4.2. Gelet op het vorenstaande heeft de Dienst Toeslagen kunnen aannemen dat [appellant] in het jaar 2010 geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Omdat hiermee niet aan het wettelijke vereiste voor een aanspraak op kinderopvangtoeslag werd voldaan, bestond er geen recht op kinderopvangtoeslag. Daardoor bestaat er ook geen recht op compensatie. De gestelde oplichting, wat daar ook van zij, kan niet tot een andere conclusie leiden. Het gebruik van de DigD door een derde en het overmaken van de reeds uitbetaalde kinderopvangtoeslag naar een derde is niet aan een handelen van de Dienst Toeslagen toe te schrijven en komt daardoor ook niet voor rekening en risico van de Dienst Toeslagen. Er doen zich dan ook geen bijzondere omstandigheden voor op grond waarvan [appellant] in aanmerking komt voor compensatie wegens hardheid van het stelsel.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026

284-1160

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. O. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?