ECLI:NL:RVS:2026:1710

ECLI:NL:RVS:2026:1710

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 202405234/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante een boete van € 900,- opgelegd vanwege overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De minister heeft aan [appellante] een boete van € 900,- opgelegd omdat is geconstateerd dat bij een asbestsanering is gewerkt met een werkbak zonder dat daarvoor een afzonderlijke melding via het daarvoor bestemde portaal was gedaan. Volgens de minister is dit een overtreding van het bepaalde in artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit. Het geschil dat partijen verdeeld houdt is dat [appellante] meent dat hij niet gehouden is een afzonderlijke melding te doen en dat voldoende is dat hij het werken met de werkbak meldt via hetzelfde formulier als de melding voor het verwijderen van asbest.

Uitspraak

202405234/1/A3.

Datum uitspraak: 25 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in [plaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 juli 2024 in zaak nr. 23/4237 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister aan [appellante] een boete van € 900,- opgelegd vanwege overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: het Arbobesluit).

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 maart 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. H.A. Pasveer, advocaat te Enschede, en de minister, vertegenwoordigd door S. Yildrim, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. De minister heeft aan [appellante] een boete van € 900,- opgelegd omdat is geconstateerd dat bij een asbestsanering is gewerkt met een werkbak zonder dat daarvoor een afzonderlijke melding via het daarvoor bestemde portaal was gedaan. Volgens de minister is dit een overtreding van het bepaalde in artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit. Het geschil dat partijen verdeeld houdt is dat [appellante] meent dat hij niet gehouden is een afzonderlijke melding te doen en dat voldoende is dat hij het werken met de werkbak meldt via hetzelfde formulier als de melding voor het verwijderen van asbest.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft aangenomen dat artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit is overtreden door geen afzonderlijke melding te doen van het werken met de werkbak. Met de vermelding "er wordt mede gebruik gemaakt van een torenkraan met werkbak" bij de toelichting over de werkzaamheden bij de melding van de asbestsanering wordt niet voldaan aan deze bepaling.

Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat, ook als zou worden uitgegaan van de melding die tegelijk op het formulier voor asbestverwijdering is gedaan, deze niet voldoet aan de inhoudelijke eisen van deze bepaling. De melding bevat namelijk geen beknopte beschrijving van de locatie, het aantal betrokken personen en de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden met een werkbak plaatsvinden. Voor zover de melding die gegevens bevat zien die op de asbestsanering. De rechtbank heeft hierbij meegewogen dat de achterliggende reden van de invoering van deze bepaling is om het gebruik van een werkbak alleen beperkt toe te staan onder strenge aanvullende voorwaarden ten behoeve van de veiligheid van werknemers.

Het hoger beroep

3. [appellante] betoogt in hoger beroep dat de minister en de rechtbank een verkeerde uitleg aan artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit geven. De eis van een afzonderlijke melding volgt niet uit deze bepaling en de minister mag deze dan ook niet opleggen. Daarnaast betoogt [appellante] dat de melding inhoudelijk wel aan de eisen voldoet, omdat de werkbak gedurende de volledige asbestsanering werd ingezet. Ook de locatie was bekend omdat in de melding kon worden doorgeklikt naar het asbestinventarisatierapport waarin dit stond. Verder kan de minister met deze gegevens nog altijd niet beoordelen of de werkbak terecht wordt ingezet, omdat de gegevens uit de melding daarvoor onvoldoende zijn.

Oordeel van de Afdeling

4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit is overtreden. Ingevolge dit artikel moeten werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of een werkplatform uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever worden gemeld aan de toezichthouder. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat deze bepaling, die in aanvulling op de melding van asbestwerkzaamheden uit artikel 4.47c van het Arbobesluit in de regeling is opgenomen, een verplichting tot afzonderlijk melden met zich brengt. De website van de Nederlandse Arbeidsinspectie is ingericht met de portalen voor meldingen die ingevolge het Arbobesluit moeten worden gedaan. [appellante] ontkent niet dat op deze website duidelijk staat vermeld dat werken met een werkbak als onderdeel van asbestsanering afzonderlijk moet worden gemeld en dat daarvoor een elektronisch stroomschema moet worden doorlopen om aan de eisen hiervoor te voldoen.

De rechtbank heeft eveneens terecht en op goede gronden geoordeeld dat de melding ook inhoudelijk in strijd is met de vereisten van artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit. Met de enkele verwijzing naar de gehele duur, locatie en het aantal betrokken personen van de werkzaamheden voor de asbestsanering is niet voldaan aan de eis dat de melding van werken met de werkbak zelf een beknopte beschrijving bevat van de locatie waar de werkzaamheden worden verricht, het aantal betrokken personen en de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan. De rechtbank heeft hierbij terecht verwezen naar de bedoeling van de wetgever het gebruik alleen beperkt toe te staan onder strenge aanvullende voorwaarden ten behoeve van de veiligheid van werknemers.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, griffier.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Langeveld

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026

317-1146

Bijlage

Hoofdstuk 4 gevaarlijke stoffen en biologische agentia

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest

4.47c melding

1. Uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden wordt door de werkgever melding gedaan aan een daartoe aangewezen toezichthouder. Deze melding bevat tenminste een beknopte beschrijving van:

a. de plaats waar de werkzaamheden worden verricht;

b. de soorten en hoeveelheden asbesthoudende producten;

c. de werkzaamheden die met asbest of asbesthoudende producten worden verricht, de werkmethoden alsmede de indeling van de concentraties asbestvezels in de lucht in een risicoklasse;

d. het aantal betrokken werknemers;

e.de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan;

f. de maatregelen die zullen worden getroffen om blootstelling van werknemers aan asbest te beperken.

2. Telkens wanneer een verandering in de arbeidsomstandigheden kan leiden tot een aanzienlijke toename van de blootstelling aan asbeststof of asbesthoudende producten, wordt een nieuwe melding gedaan.

Hoofdstuk 7 arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

7.23d. Toepassing werkbakken en werkplatforms

4. Onverminderd artikel 4.47c worden werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of een werkplatform uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever gemeld aan de toezichthouder. De melding bevat ten minste een beknopte beschrijving van:

a. de locatie waar de werkzaamheden worden verricht;

b. het aantal betrokken personen; en

c. de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Langeveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?