202405234/1/A3.
Datum uitspraak: 25 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd in [plaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 juli 2024 in zaak nr. 23/4237 in het geding tussen:
[appellante]
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister aan [appellante] een boete van € 900,- opgelegd vanwege overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: het Arbobesluit).
Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 maart 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. H.A. Pasveer, advocaat te Enschede, en de minister, vertegenwoordigd door S. Yildrim, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. De minister heeft aan [appellante] een boete van € 900,- opgelegd omdat is geconstateerd dat bij een asbestsanering is gewerkt met een werkbak zonder dat daarvoor een afzonderlijke melding via het daarvoor bestemde portaal was gedaan. Volgens de minister is dit een overtreding van het bepaalde in artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit. Het geschil dat partijen verdeeld houdt is dat [appellante] meent dat hij niet gehouden is een afzonderlijke melding te doen en dat voldoende is dat hij het werken met de werkbak meldt via hetzelfde formulier als de melding voor het verwijderen van asbest.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft aangenomen dat artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit is overtreden door geen afzonderlijke melding te doen van het werken met de werkbak. Met de vermelding "er wordt mede gebruik gemaakt van een torenkraan met werkbak" bij de toelichting over de werkzaamheden bij de melding van de asbestsanering wordt niet voldaan aan deze bepaling.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat, ook als zou worden uitgegaan van de melding die tegelijk op het formulier voor asbestverwijdering is gedaan, deze niet voldoet aan de inhoudelijke eisen van deze bepaling. De melding bevat namelijk geen beknopte beschrijving van de locatie, het aantal betrokken personen en de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden met een werkbak plaatsvinden. Voor zover de melding die gegevens bevat zien die op de asbestsanering. De rechtbank heeft hierbij meegewogen dat de achterliggende reden van de invoering van deze bepaling is om het gebruik van een werkbak alleen beperkt toe te staan onder strenge aanvullende voorwaarden ten behoeve van de veiligheid van werknemers.
Het hoger beroep
3. [appellante] betoogt in hoger beroep dat de minister en de rechtbank een verkeerde uitleg aan artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit geven. De eis van een afzonderlijke melding volgt niet uit deze bepaling en de minister mag deze dan ook niet opleggen. Daarnaast betoogt [appellante] dat de melding inhoudelijk wel aan de eisen voldoet, omdat de werkbak gedurende de volledige asbestsanering werd ingezet. Ook de locatie was bekend omdat in de melding kon worden doorgeklikt naar het asbestinventarisatierapport waarin dit stond. Verder kan de minister met deze gegevens nog altijd niet beoordelen of de werkbak terecht wordt ingezet, omdat de gegevens uit de melding daarvoor onvoldoende zijn.
Oordeel van de Afdeling
4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit is overtreden. Ingevolge dit artikel moeten werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of een werkplatform uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever worden gemeld aan de toezichthouder. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat deze bepaling, die in aanvulling op de melding van asbestwerkzaamheden uit artikel 4.47c van het Arbobesluit in de regeling is opgenomen, een verplichting tot afzonderlijk melden met zich brengt. De website van de Nederlandse Arbeidsinspectie is ingericht met de portalen voor meldingen die ingevolge het Arbobesluit moeten worden gedaan. [appellante] ontkent niet dat op deze website duidelijk staat vermeld dat werken met een werkbak als onderdeel van asbestsanering afzonderlijk moet worden gemeld en dat daarvoor een elektronisch stroomschema moet worden doorlopen om aan de eisen hiervoor te voldoen.
De rechtbank heeft eveneens terecht en op goede gronden geoordeeld dat de melding ook inhoudelijk in strijd is met de vereisten van artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit. Met de enkele verwijzing naar de gehele duur, locatie en het aantal betrokken personen van de werkzaamheden voor de asbestsanering is niet voldaan aan de eis dat de melding van werken met de werkbak zelf een beknopte beschrijving bevat van de locatie waar de werkzaamheden worden verricht, het aantal betrokken personen en de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan. De rechtbank heeft hierbij terecht verwezen naar de bedoeling van de wetgever het gebruik alleen beperkt toe te staan onder strenge aanvullende voorwaarden ten behoeve van de veiligheid van werknemers.
5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Langeveld
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026
317-1146
Bijlage
Hoofdstuk 4 gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
4.47c melding
1. Uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden wordt door de werkgever melding gedaan aan een daartoe aangewezen toezichthouder. Deze melding bevat tenminste een beknopte beschrijving van:
a. de plaats waar de werkzaamheden worden verricht;
b. de soorten en hoeveelheden asbesthoudende producten;
c. de werkzaamheden die met asbest of asbesthoudende producten worden verricht, de werkmethoden alsmede de indeling van de concentraties asbestvezels in de lucht in een risicoklasse;
d. het aantal betrokken werknemers;
e.de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan;
f. de maatregelen die zullen worden getroffen om blootstelling van werknemers aan asbest te beperken.
2. Telkens wanneer een verandering in de arbeidsomstandigheden kan leiden tot een aanzienlijke toename van de blootstelling aan asbeststof of asbesthoudende producten, wordt een nieuwe melding gedaan.
Hoofdstuk 7 arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
7.23d. Toepassing werkbakken en werkplatforms
4. Onverminderd artikel 4.47c worden werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of een werkplatform uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever gemeld aan de toezichthouder. De melding bevat ten minste een beknopte beschrijving van:
a. de locatie waar de werkzaamheden worden verricht;
b. het aantal betrokken personen; en
c. de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan.