ECLI:NL:RVS:2026:1802

ECLI:NL:RVS:2026:1802

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer 202305047/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [vergunningshoudster] op grond van artikel 4.6.2 van het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied" en artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel [locatie] te Helenaveen. De omgevingsvergunning zoals verleend op 22 februari 2021 zag op het oprichten van een gebouw voor het huisvesten van 24 arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel (een glastuinbouwlocatie) en (na deze periode) voor het permanent gebruik van dit gebouw als kantoor/kantine.

Uitspraak

202305047/1/R2.

Datum uitspraak: 1 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Helenaveen, gemeente Deurne,

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-­Brabant van 3 juli 2023 in zaak nrs. 23/952 en 23/624 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Deurne

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college aan [vergunningshoudster] (hierna: vergunninghoudster) op grond van artikel 4.6.2 van het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied" en artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel [locatie] te Helenaveen.

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 22 februari 2021 ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit, waarbij op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo en artikel 4, onderdeel 2, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) een omgevingsvergunning wordt verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel voor de duur van 5 jaar.

Bij uitspraak van 3 juli 2023 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 januari 2023 vernietigd, het college opgedragen om binnen 8 weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [appellant] met inachtneming van deze uitspraak en het besluit van 22 februari 2021 geschorst tot en met zes weken na het nieuwe besluit op bezwaar.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft het college op verzoek van vergunninghoudster besloten de omgevingsvergunning van 22 februari 2021 in te trekken.

Bij besluit van 3 april 2025 heeft het college het door [appellant] tegen het besluit van 22 februari 2021 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

[appellant] heeft een zienswijze gegeven over het besluit van 3 april 2025.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

Inleiding / de uitspraak van de rechtbank

1. De omgevingsvergunning zoals verleend op 22 februari 2021 zag op het oprichten van een gebouw voor het huisvesten van 24 arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel (een glastuinbouwlocatie) en (na deze periode) voor het permanent gebruik van dit gebouw als kantoor/kantine.

De rechtbank heeft, voor zover van belang, geoordeeld dat uit het besluit van 17 januari 2023 niet duidelijk volgt waarvoor het college de omgevingsvergunning heeft verleend. Het is volgens de rechtbank onduidelijk of het college heeft beoogd tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwen van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten, mede gelet op het feit dat uit het besluit van 17 januari 2023 blijkt dat het college er van uit gaat dat het gebouw na het verstrijken van de termijn blijft staan. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de nieuwbouw voldoet aan onderdeel 8 van de "Beleidsnotitie Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten 2019". De rechtbank heeft het besluit van 17 januari 2023 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Daarbij heeft de rechtbank tevens een aantal oplossingsrichtingen geschetst. Omdat de vernietiging van het bestreden besluit tot gevolg had dat het primaire besluit van 22 februari 2021 weer ging gelden heeft de rechtbank dit primaire besluit geschorst tot en met zes weken na het nieuwe besluit op bezwaar.

Procesbelang hoger beroep

2. De Afdeling beoordeelt de vraag of [appellant] nog belang heeft bij de behandeling van zijn hoger beroep naar de stand van zaken ten tijde van deze uitspraak. De vergunning van 22 februari 2021 voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is op verzoek van vergunninghoudster ingetrokken. Verder is van belang dat de aan de vergunning ten grondslag liggende aanvraag op 22 februari 2021 was gewijzigd in een aanvraag voor een periode van vijf jaar. Deze periode is inmiddels verstreken. Er is dus ook geen aanvraag meer voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten waarop kan worden beslist. Ook overigens is de Afdeling niet gebleken van procesbelang bij de beoordeling van het hoger beroep.

3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.

w.g. Minderhoud

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boermans

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026

429

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P.F. Boermans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?