ECLI:NL:RVS:2026:1817

ECLI:NL:RVS:2026:1817

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer 202505870/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij beslissing van 14 juli 2025 heeft de examencommissie van de opleiding International Business van de Hogeschool van Amsterdam aan [appellante] een negatief bindend studieadvies (hierna: NBSA) gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2023/24 begonnen met de opleiding International Business aan de Hogeschool van Amsterdam. De examencommissie geeft aan iedere student aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van de opleiding advies over de voortzetting van de opleiding. Ingevolge artikel 5.1, derde lid, van de Onderwijs- en Examenregeling van de HvA heeft dit advies een negatief bindend karakter als de student minder dan 50 studiepunten uit de propedeutische fase heeft behaald aan het einde van het eerste jaar. In het studiejaar 2023/24 heeft [appellante] problemen gehad met haar visum. In dat studiejaar, waarin zij de studievoortgangsnorm niet had gehaald, is de verplichting tot het geven van een advies opgeschort.

Uitspraak

202505870/1/A2.

Datum uitspraak: 1 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

en

het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: het CBE),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 14 juli 2025 heeft de examencommissie van de opleiding International Business van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de examencommissie) aan [appellante] een negatief bindend studieadvies (hierna: NBSA) gegeven.

Bij beslissing van 16 oktober 2025 heeft het CBE het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het CBE heeft een verweerschrift.

Het CBE heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 januari 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. R. Verspaandonk, advocaat te Den Haag, vergezeld door P.N. Kuijper, tolk, en het CBE, vertegenwoordigd door mr. O. Jungst en Y.E. Leegstra, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] is in het studiejaar 2023/24 begonnen met de opleiding International Business aan de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de HvA). De examencommissie geeft aan iedere student aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van de opleiding advies over de voortzetting van de opleiding. Ingevolge artikel 5.1, derde lid, van de Onderwijs- en Examenregeling van de HvA (hierna: de OER) heeft dit advies een negatief bindend karakter als de student minder dan 50 studiepunten uit de propedeutische fase heeft behaald aan het einde van het eerste jaar. In het studiejaar 2023/24 heeft [appellante] problemen gehad met haar visum. In dat studiejaar, waarin zij de studievoortgangsnorm niet had gehaald, is de verplichting tot het geven van een advies opgeschort. Aan de opschorting heeft de examencommissie de voorwaarde verbonden dat [appellante] aan het eind van het studiejaar 2024/25 alle 60 studiepunten van de propedeutische fase moet behalen om een positief studieadvies te krijgen. [appellante] heeft niet voldaan aan deze voorwaarde.

Beslissing examencommissie

2. Aan de beslissing van 14 juli 2025, waarin zij tot de conclusie is gekomen dat zij [appellante] niet geschikt acht voor voortzetting van de studie, heeft de examencommissie ten grondslag gelegd dat [appellante] na twee jaar studie 57 studiepunten uit de propedeutische fase heeft behaald en dat niet valt te verwachten dat [appellante] de opleiding binnen een redelijke termijn met succes zal afronden.

Beslissing CBE

3. Volgens het CBE heeft de examencommissie in redelijkheid en op goede gronden besloten om [appellante] een NBSA te geven. Aan dat oordeel heeft zij onder meer de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

[appellante] heeft niet tijdig bij de studentendecaan melding gemaakt van persoonlijke omstandigheden. Zij heeft op 5 juli 2025 contact opgenomen met de studentendecaan en is vervolgens, op 7 juli 2025, voor een gesprek op 10 juli 2025 uitgenodigd, maar op dat gesprek is zij niet verschenen. Zij heeft uiteindelijk op 4 september 2025 bij de studentendecaan melding gemaakt van persoonlijke omstandigheden. De studentendecaan heeft de examencommissie het advies gegeven om geen rekening te houden met deze omstandigheden. Volgens de studentendecaan is niet gebleken van een oorzakelijk verband tussen deze omstandigheden en het niet behalen van de aangepaste studievoortgangsnorm. De studentendecaan heeft daarbij vermeld dat het studentendecanaat erop is gericht om onderscheid te maken tussen vertraging door persoonlijke omstandigheden en vertraging door mogelijke ongeschiktheid voor de studie. Zonder contact is het niet mogelijk om vertraging door persoonlijke omstandigheden vast te stellen.

Het CBE heeft het advies van de studentendecaan overgenomen. Het CBE is de examencommissie gevolgd in de stelling dat het, door het ontbreken van tijdig contact, niet mogelijk was om vast te stellen welke studievertraging is veroorzaakt door de aangedragen persoonlijke omstandigheden, omdat [appellante] niet door de studentendecaan kon worden gevolgd in haar studievoortgang.

[appellante] heeft niet weersproken dat het studieplan realistisch was en rooster-technisch ook goed in elkaar zat. Het studieplan was erop gericht om primair de vakken uit de propedeutische fase te behalen. [appellante] heeft op de zitting erkend dat zij wist dat zij zich primair moest focussen op het behalen van deze vakken. Daarom komen de gevolgen van de door haar gemaakte keuze om tweedejaarsvakken af te leggen geheel voor haar risico.

Beroep

4. [appellante] betoogt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Uit alle door haar genoemde gebeurtenissen blijkt van een oorzakelijk verband tussen haar persoonlijke omstandigheden en haar studievoortgang. Daarnaast heeft het CBE miskend dat zij, voorafgaand aan de beslissing van 14 juli 2025, niet de gelegenheid heeft gekregen om haar persoonlijke omstandigheden bij de studentendecaan te melden. Zij voelde zich, als gevolg van een negatieve ervaring met de studentendecaan, niet meer vrij om zich tot de studentendecaan te wenden teneinde haar problemen te bespreken. Nadat zij dat op 5 juli 2025 alsnog had gedaan, kreeg zij, bij e-mail van 7 juli 2025, te horen dat een afspraak niet mogelijk was en dat zij slechts de gelegenheid kreeg om op 10 juli 2025 bewijsstukken af te geven, waarvoor maximaal 10 minuten beschikbaar zouden zijn. Dat was voor haar niet voldoende. Daarnaast dacht zij dat zij later nog een afspraak zou kunnen inplannen waarbij meer tijd beschikbaar zou zijn. Weliswaar heeft zij uiteindelijk pas op 10 september 2025 een gesprek met de studentendecaan gehad, maar uit vaste rechtspraak volgt dat een laat tijdstip van melden van persoonlijke omstandigheden niet in de weg staat aan een beoordeling daarvan. Bovendien kwam zij slechts 3 studiepunten van de propedeutische fase tekort.

Oordeel van de Afdeling over het beroep

4.1. Hoewel [appellante], na de opschorting van de verplichting om een advies te geven, aan het begin van haar tweede studiejaar erop is gewezen dat zij uit eigen beweging elk blok contact moet opnemen met haar studentendecaan, heeft zij dit nagelaten. De studentendecaan heeft bevestigd dat hij in het tweede studiejaar geen contact heeft gehad met [appellante]. Het CBE is de examencommissie terecht gevolgd in haar stelling dat het, als gevolg van het ontbreken van tijdig contact, niet mogelijk is om vast te stellen of de studievertraging wegens persoonlijke omstandigheden niet aan [appellante] is toe te rekenen. Door de handelwijze van [appellante] had de studentendecaan geen zicht op haar studievoortgang in de periode gedurende welke die persoonlijke omstandigheden volgens haar aan de orde zouden zijn geweest. Het CBE heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat [appellante] het bestaan van een oorzakelijk band tussen de persoonlijke omstandigheden en het niet behalen van de studievoortgangsnorm niet aannemelijk heeft gemaakt.

4.2. Aan de verplichting om, voorafgaand aan een NBSA, een op de persoon toegesneden beoordeling te geven, is in dit geval voldaan. Nadat [appellante] niet was verschenen op de afspraak bij de studentendecaan op 10 juli 2025, heeft hij een advies aan de examencommissie uitgebracht om geen rekening te houden met haar persoonlijke omstandigheden. Pas op 4 september 2025 heeft [appellante] haar persoonlijke omstandigheden, die verband houden met financiële problemen en problemen in de familiesfeer, met de studentendecaan besproken. De studentendecaan heeft op 10 september 2025 een tweede advies uitgebracht en de examencommissie daarbij in overweging gegeven om geen ontheffing te verlenen van de studievoortgangsnorm.

4.3. In haar uitspraak van 26 april 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1641) heeft de Afdeling belang gehecht aan de te ondernemen concrete stappen die de universiteit in die zaak aan de student had moeten bieden om een dreigend NBSA te voorkomen. Deze stappen, zoals het opstellen van een studieplan, het wijzen op de aanpak en prioritering van de vakken uit het propedeutische jaar en het geven van extra één-op-één-begeleiding van een docent en hulp van de studentendecaan bij de voorbereiding van de hoorzitting voor het CBE, zijn op de juiste wijze aan [appellante] aangeboden. Aan de door [appellante] aangehaalde uitspraak van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs, met zaak nr. CBHO 2015/264, komt niet de betekenis toe die zij daaraan hecht. [appellante] heeft, anders dan het geval was in de zaak die tot deze uitspraak heeft geleid, haar persoonlijke omstandigheden niet al in een vroeg stadium gemeld bij de studentendecaan. Verder is niet gebleken van nalatigheid aan de kant van de studentendecaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:920, onder 4.1).

4.4. Dat [appellante], zoals zij terecht stelt, slechts 3 studiepunten van de propedeutische fase tekort komt, brengt niet met zich dat de beslissing van het CBE niet in stand kan blijven. [appellante] heeft, zoals op de zitting van de Afdeling is besproken, in het studiejaar 2024/25 de keuze gemaakt om haar studietijd ook te besteden aan tweedejaarsvakken, in plaats van zich te concentreren op eerstejaarsvakken. Het CBE heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de gevolgen van deze keuze voor haar rekening en risico blijven. Hoewel de Afdeling onderkent dat [appellante] zich heeft ingezet voor haar studie, is het CBE op goede gronden tot de conclusie gekomen dat de beslissing tot een NBSA in stand moet blijven.

4.5. Overigens heeft het CBE op de zitting van de Afdeling nog te kennen gegeven dat [appellante] slechts 9 studiepunten voor het tweede jaar heeft behaald en dat - ook - op basis van dat relatief lage aantal de conclusie is getrokken dat zij naar verwachting de studie niet binnen een redelijke termijn met succes zal afronden en niet geschikt is voor voortzetting van de studie.

Conclusie

5. Het beroep is ongegrond.

6. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hazen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026

452-1180

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.J.R. Hazen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?