ECLI:NL:RVS:2026:1836

ECLI:NL:RVS:2026:1836

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer 202504084/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Provast Groep Ontwikkeling B.V. (Provast) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ten behoeve van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein naast het centraal station in Rotterdam. De aanvragen van Provast hebben betrekking op de realisatie van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein (het Tree House). De voorziene toren ligt in het gebied Rotterdam Central District, dat op grond van artikel 2.18 van de Chw aangewezen is als ‘lokaal project van nationale betekenis’. De voorziene toren heeft 37 verdiepingen en een totale hoogte van ongeveer 133 meter. De voorziene toren bestaat uit een souterrain met een ondergrondse fietsparkeergarage, een commerciële plint op de begane grond en de 1e verdieping, acht kantoorverdiepingen op de 2e tot en met de 9e verdieping, een ruimte voor techniek en een kantoorruimte op de 10e verdieping en 299 woningen op de 11e tot en met de 37e verdieping. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen dat er geen participatie heeft plaatsgevonden met hen, terwijl het Tree House grote milieueffecten zal hebben.

Uitspraak

202504084/1/R3.

Datum uitspraak: 1 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen, gevestigd respectievelijk wonend in Rotterdam,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft het college aan Provast Groep Ontwikkeling B.V. (Provast) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ten behoeve van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein naast het centraal station in Rotterdam.

Bij besluit van dezelfde datum heeft het college aan Provast ook een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit 'uitrit aanleggen of veranderen'.

Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Tegen deze besluiten hebben Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Provast heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft nader stukken ingediend.

Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen en Provast hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 maart 2026, waar Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen, van wie [appellant A] en [appellant B], en het college, vertegenwoordigd door mr. A.J.J. van der Vlist, vergezeld door mr. W.A. Oosthoek en S. Haghighat, zijn verschenen. Voorts is op de zitting Provast, vertegenwoordigd door mr. A.R. Klijn, advocaat in Amsterdam, vergezeld door ir. G.W. Lammerink en ing. J.D. Pondman, beiden werkzaam bij DGMR, en [partij], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvragen om een omgevingsvergunning zijn ingediend op 23 november 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals die golden vóór 1 januari 2024, van toepassing blijven.

Inleiding

2. De aanvragen van Provast hebben betrekking op de realisatie van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein (het Tree House). De voorziene toren ligt in het gebied Rotterdam Central District, dat op grond van artikel 2.18 van de Chw aangewezen is als ‘lokaal project van nationale betekenis’.

De voorziene toren heeft 37 verdiepingen en een totale hoogte van ongeveer 133 meter. De voorziene toren bestaat uit een souterrain met een ondergrondse fietsparkeergarage, een commerciële plint op de begane grond en de 1e verdieping, acht kantoorverdiepingen op de 2e tot en met de 9e verdieping, een ruimte voor techniek en een kantoorruimte op de 10e verdieping en 299 woningen op de 11e tot en met de 37e verdieping.

3. Bij besluiten van 20 mei 2025 heeft het college de gevraagde vergunningen verleend. Volgens het college voldoet het bouwplan voor het Tree House op een aantal ondergeschikte punten niet aan de regels van het voor de locatie geldende bestemmingsplan "Rotterdam Central District" (het bestemmingsplan). Het gaat dan om de balkons, zonnepanelen en groenbakken bij de kantoren aan de oostgevel (op de 2e tot en met 8e verdieping) en bij de kantoren en woningen aan de westgevel (op de 2e tot en met 38e (de Afdeling leest: 37e) verdieping) en om een verhoging van de terrasafscheiding op perronniveau van 3,5 meter naar 4,1 meter. Volgens het college bestaat er vanuit ruimtelijk oogpunt geen bezwaar tegen deze beperkte en ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan en kan er van het bestemmingsplan worden afgeweken op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2˚, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en de onderdelen 3, 4 en 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

In de publicatie van de terinzagelegging van beide omgevingsvergunningen is vermeld dat de Chw van toepassing is.

4. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen kunnen zich met de verlening van de omgevingsvergunningen niet verenigen en hebben daartegen beroep ingesteld.

Beroep

Te laat ingediende stukken

5. De Afdeling heeft op 9 maart 2026 verschillende processtukken van Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen ontvangen. Aangezien stukken op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tot tien dagen voor de zitting kunnen worden ingediend, zijn deze stukken te laat. Mede gelet op de aard van de ingediende stukken ziet de Afdeling geen reden deze te late indiening te passeren. Dit betekent dat de op 9 maart 2026 ontvangen stukken niet zullen worden meegenomen in de beoordeling.

Het voorgaande geldt niet voor de door de Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen ingediende notitie van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) van 7 maart 2026. Dit stuk, dat de Afdeling eveneens op 9 maart 2026 heeft ontvangen, is een reactie op de Notitie aanvullend onderzoek geluidreflectie uitstekende delen Treehouse. Deze notitie, die in opdracht van het college is opgesteld, is gedateerd op 20 februari 2026 en is op 23 februari 2026 door Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen ontvangen. Dit betekent dat zij slechts beperkt de tijd hadden om op deze notitie te reageren. Gelet hierop, ziet de Afdeling aanleiding de te late indiening van de notitie van NSG te passeren. De Afdeling zal dit stuk bij haar beoordeling betrekken.

Ingetrokken beroepsgronden

6. Op de zitting hebben de Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen hun beroepsgronden over de toegestane hoogte van het Tree House en over stikstof ingetrokken.

Beroep tegen verlening omgevingsvergunning voor de bouw van het Tree House

Toetsingskader

7. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

Beroepsgronden en bespreking daarvan

8. De Afdeling stelt vast, en dit is op de zitting ook aan de orde geweest, dat veel van de beroepsgronden van Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen zich richten tegen de mogelijkheid om het Tree House te realiseren. Dit is echter al mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Dit betekent dat de ruimtelijke gevolgen van de realisatie van het Tree House al bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn afgewogen. In deze zaak kunnen die ruimtelijke gevolgen (en de onderzoeken die in dat kader zijn uitgevoerd) niet meer ter discussie worden gesteld. Alleen de eventuele ruimtelijke gevolgen van die delen van het nu aangevraagde Tree House die afwijken van het bestemmingsplan, kunnen in deze procedure nog aan de orde worden gesteld.

- Participatie

9. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen dat er geen participatie heeft plaatsgevonden met hen, terwijl het Tree House grote milieueffecten zal hebben. Verder is er niet gehandeld overeenkomstig de afspraken en verplichtingen die zijn neergelegd in het ‘Ambitiedocument tender Delftseplein’ (het Ambitiedocument). Volgens deze afspraken en verplichtingen moest er in de voorbereiding van, en tijdens, de bouwfase veelvuldig gecommuniceerd worden met alle partijen in het gebied. De informatiebijeenkomsten die zijn gehouden behelsden het tonen van een maquette, dezelfde artist impression tekeningen die in 2020 aan de raad zijn getoond en een bord met de mogelijkheid een appartement te kopen. Dit is geen participatie geweest zoals het Verdrag van Aarhus beoogt.

9.1. De Afdeling begrijpt het betoog dat niet is voldaan aan de inspraakverplichtingen die volgen uit het Verdrag van Aarhus zo, dat Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen zich in het bijzonder beroepen op artikel 6, vierde lid, van het verdrag. In dat artikel is bepaald dat elke partij voorziet in vroegtijdige inspraak, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden.

9.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in haar uitspraak van 7 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:122, onder 6.1), bestaat geen grond voor het oordeel dat de nationale regelgeving zoals neergelegd in de Wet milieubeheer, de Wro en de Awb, op basis waarvan een ieder zienswijzen naar voren kan brengen over het ontwerpbesluit, geen correcte implementatie vormt van het Verdrag van Aarhus. Op het moment dat een ieder zienswijzen naar voren kan brengen over een ontwerpbesluit, is nog geen beslissing over dat besluit genomen. Inspraak over een ontwerpbesluit betreft vroegtijdige inspraak op een moment dat alle opties nog open zijn en nog een doeltreffende inspraak kan plaatsvinden.

9.3. De Afdeling stelt vast dat het college de in de wet voorgeschreven voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb heeft gevolgd voordat het de omgevingsvergunning heeft verleend en dat zowel de ontwerpvergunning als de verleende vergunning zes weken ter inzage heeft gelegen. Daarmee is Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen inspraak geboden. Zij hebben van de voorbereidingsprocedure ook gebruikgemaakt en zienswijzen ingediend.

9.4. Voor zover Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen een beroep doen op het Ambitiedocument geldt dat, daargelaten dat dit document primair is opgesteld voor de aanbesteding en zich richt tot de ontwikkelaar, niet is gebleken dat hieraan niet is voldaan, nu, naar Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen zelf ook erkennen, er informatiebijeenkomsten voor omwonenden zijn gehouden.

9.5. Het betoog slaagt niet.

- Ondergrondse fietsparkeergarage is afwijking van het bestemmingsplan

10. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen dat het college heeft miskend dat het bestemmingsplan niet in een fietsparkeergarage voorziet die ondergronds mag worden gerealiseerd. Nu de verleende omgevingsvergunning deze fietsparkeergarage wel mogelijk maakt, had het college nader onderzoek moeten doen naar de mogelijke nadelige gevolgen hiervan voor de omgeving en moeten motiveren waarom dit deel van de ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, aldus Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen.

10.1. Het Tree House is voorzien op gronden met de bestemming ‘Gemengd - 2’. Artikel 4, lid 4.1, van de planregels luidt als volgt:

"De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. kantoren;

b. woningen;

c. horeca, uitsluitend op de begane grond, 1e en 7e verdieping en op het dakterras van de 7e verdieping;

d. recreatieve voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping;

[…]

j. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, fietsparkeervoorzieningen, serviceruimtes, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden, voorzieningen voor infiltratie en waterberging."

10.2. Gelet op artikel 4, lid 4.1, onder j, van de planregels heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de ondergrondse fietsparkeergarage op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Dat, naar de Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen hebben gesteld, in het bestemmingsplan niet uitdrukkelijk is opgenomen dat de fietsparkeergarage ondergronds mag worden gerealiseerd, terwijl dat in verschillende andere Rotterdamse bestemmingsplannen wel is gebeurd, maakt dit niet anders. In dit kader is van belang dat voormelde bepaling of andere bepalingen in dit bestemmingsplan ondergronds bouwen niet uitsluiten.

10.3. Het betoog slaagt niet.

- De milieueffecten zijn onvoldoende onderzocht

o Bezonning

11. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen stellen verder dat het bezonningsonderzoek van DGMR van 9 mei 2025 discrepanties en omissies bevat. Volgens hen leiden de toegestane afwijkingen van het bestemmingsplan wel degelijk tot extra schaduw bij hen. Verder is de Provenierswijkregel niet, althans verkeerd, toegepast en zijn het Schiekadeblok en The Modernist, evenals andere hoogbouwplannen zoals RISE en Lumière, niet meegenomen. Ook is niet onderzocht welke gevolgen de toegestane afwijkingen hebben voor de openbare ruimtes, waaronder de groene singels en bomen die beschermd stadsgezicht zijn. Ten slotte is niet inzichtelijk hoe het onderzoek is uitgevoerd en zijn de getrokken conclusies vreemd, aldus Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen.

11.1. In haar rapport van 9 mei 2025 heeft DGMR uiteengezet dat zij het bezonningsonderzoek heeft uitgevoerd voor drie situaties, namelijk i) de bestaande situatie (zonder het Tree House), ii) de situatie waarin het Tree House zou worden gerealiseerd overeenkomstig het bestemmingsplan en iii) de situatie waarin het Tree House zou worden gerealiseerd overeenkomstig de omgevingsvergunning. Daarbij is getoetst aan de Hoogbouwvisie 2019, het Afwegingskader bezonning 2021 en de zogenoemde Provenierswijkregel. Volgens DGMR leidt realisatie van het Tree House overeenkomstig de omgevingsvergunning (situatie iii) niet tot extra schaduw ten opzichte van de situatie waarin het Tree House overeenkomstig het bestemmingsplan zou worden gerealiseerd (situatie ii). Daarmee voldoet situatie iii) aan de criteria van de Hoogbouwvisie 2019, de Provenierswijkregel en het Afwegingskader bezonning 2021, aldus DGMR.

11.2. Gelet op de uiteenzetting in het rapport van 9 mei 2025 volgt de Afdeling Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen niet in hun stellingen dat het onderzoek van DGMR niet volledig is geweest, dat niet inzichtelijk is hoe DGMR het onderzoek heeft uitgevoerd en dat de conclusies van DGMR onbegrijpelijk zijn. DGMR heeft immers door de vergelijking van situatie ii met situatie iii en uitgaande van de drie van toepassing zijnde toetsingskaders in kaart gebracht of de nu toegestane afwijkingen van het bestemmingsplan negatieve gevolgen hebben voor de bezonning in de Provenierswijk en de daar gelegen woningen ten opzichte van de situatie waarin het Tree House overeenkomstig het bestemmingsplan zou worden gerealiseerd. De conclusie is dat die gevolgen er, uitgaande van alle drie de toetsingskaders, niet zijn.

Verder bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de Provenierswijkregel door DGMR niet of verkeerd zou zijn toegepast. De Provenierswijkregel houdt in dat in de maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september de extra schaduw als gevolg van de toe te voegen hoogbouw op de gevels van de woningen van de Provenierswijk maximaal één uur mag bedragen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3844). Uit het onderzoek van DGMR blijkt dat zij dit heeft onderzocht en dat het Tree House, zoals vergund, niet leidt tot extra schaduw op de gevels van de woningen van de Provenierswijk in vergelijking met een Tree House dat in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Dat, naar Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen stellen, deze conclusie onjuist zou zijn, hebben zij niet onderbouwd. Verder volgt de Afdeling Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen niet in hun stelling dat de andere hoogbouwplannen in de omgeving ten onrechte niet zouden zijn betrokken. Uit het rapport van DGMR blijkt dat het Schiekadeblok en The Modernist in het model zijn opgenomen. De overige hoogbouwplannen waar de Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen aan refereren (RISE en de Lumière-toren) waren, zo heeft het college op de zitting toegelicht, nog niet vastgesteld ten tijde van de vergunningverlening voor Tree House en hoefden om die reden niet te worden meegenomen.

Het betoog slaagt niet.

o Geluid

12. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen verder dat ten onrechte niet is onderzocht wat de verder uitstekende glazen en betonnen delen aan de oost- en westzijde van het Tree House en de hogere (glazen) schermen aan de spoorzijde betekenen voor extra reflecties van het geluid via de treinen, spooremplacement, stationsgeluiden en stationsoverkapping richting de Provenierswijk. In het geluidsonderzoek dat Peutz in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan heeft uitgevoerd is dit niet meegenomen. Daarin zijn evenmin de nieuwste milieuvergunning Spooremplacement CS, de veranderingen in de omgeving, zoals de verlengde perrons, en de andere hoogbouwplannen meegenomen. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen stellen verder dat niet is beoordeeld wat het geluid van de horeca, alle tribunes en dakterrassen betekent voor de omgeving, ook niet voor de woningen in het Tree House zelf. Ten slotte betwisten Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen de bevindingen en conclusies in het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd vanwege ventilatiegeluid.

12.1. Het college heeft erop gewezen dat in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan, dat onder meer de ontwikkeling van het Tree House mogelijk heeft gemaakt, verschillende akoestische onderzoeken zijn uitgevoerd. Daarin is onder meer de mogelijke reflectie van het geluid van het centraal station op de woningen in de Provenierswijk als gevolg van het Tree House onderzocht. Verder is toen de cumulatie van verschillende geluidsbronnen op de woningen in de Provenierswijk onderzocht. De conclusie uit deze onderzoeken is dat de ontwikkeling van het Tree House geen geluidseffecten heeft voor de Provenierswijk. Volgens het college zijn de vergunde delen van het Tree House die afwijken van het bestemmingsplan, waaronder de balkons, de groenbakken en het hogere scherm op perron 1 van het station, van dusdanig ondergeschikte betekenis dat er geen enkele invloed op de geluidsbelasting op de woningen in de Provenierswijk kan zijn. Dit wordt bevestigd door het aanvullende onderzoek van 20 februari 2026 naar de geluidsreflectie op de gevels van de woningen in de Provenierswijk als gevolg van het vergunde ontwerp van het Tree House, inclusief de daarbij behorende uitstekende delen die afwijken van het bestemmingsplan. Uit dit onderzoek blijkt volgens het college dat de geluidbelasting van het spooremplacement als gevolg van het vergunde ontwerp van het Tree House slechts met maximaal 0,01 dB(A) toeneemt bij een aantal rekenpunten bij de woningen aan het Proveniersplein en de Stationssingel in vergelijking met de situatie volgens het bestemmingsplan. Deze geringe toename is voor het menselijk gehoor niet waarneembaar en wordt als verwaarloosbaar beschouwd. Verder tonen de rekenresultaten aan dat de geluidbelasting door railverkeerslawaai als gevolg van het Tree House zoals dat nu is vergund een onhoorbare en verwaarloosbare toename veroorzaakt bij de woningen aan het Proveniersplein en de Stationssingel in vergelijking met de situatie volgens het bestemmingsplan, aldus het college.

12.2. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen hebben in reactie op het aanvullende onderzoek van het college van 20 februari 2026 een notitie van NSG van 7 maart 2026 overgelegd. Deze notitie bevat naar het oordeel van de Afdeling geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de bevindingen en conclusies in het aanvullende onderzoek. In dat kader is allereerst van belang dat NSG in haar notitie betrekt dat het glazen scherm bij perron 1 niet alleen hoger, maar ook langer zou zijn geworden dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. De verleende vergunning heeft evenwel geen betrekking op een verlenging van dat glazen scherm. Daarmee is de notitie van NSG in zoverre van een onjuist uitgangspunt uitgegaan. Verder heeft NSG haar stellingen dat, gelet op de vele activiteiten rondom het centraal station die voor geluid zorgen, de standaardregels en standaardrekenmodellen niet volstaan voor dit gebied en dat er niet conform het wettelijke reken- en meetvoorschrift zou zijn gemeten, niet onderbouwd.

Voor zover Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen hebben gesteld dat het geluidsonderzoek dat Peutz in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan heeft uitgevoerd onvolledig zou zijn, overweegt de Afdeling dat, zoals hiervoor onder 8 uiteen is gezet, de onderzoeken die aan de vaststelling van het bestemmingsplan ten grondslag zijn gelegd in deze procedure niet (nogmaals) aan de orde kunnen worden gesteld. Datzelfde geldt voor de gestelde ruimtelijke gevolgen van horeca- en ventilatiegeluid, aangezien de omgevingsvergunning op deze punten niet afwijkt van het bestemmingsplan.

Het betoog slaagt niet.

o Wind

13. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen dat niet is voldaan aan het Ambitiedocument, waarin de eis is opgenomen dat met een windtunnelonderzoek de integraliteit moet worden onderzocht. Verder is de conclusie uit het windonderzoek dat de Provenierssingel en het Proveniersplein ter hoogte van de achterzijde van centraal station wel te maken krijgen met een verdere verslechtering van het windklimaat, maar de woningen op het Proveniersplein die tussen de Provenierssingel en het Tree House zijn gelegen niet, onbegrijpelijk. Ook de berekeningen van de wind op de perrons zijn onbegrijpelijk. Allereerst is daarbij uitgegaan van oude modellen, waarin niet is meegenomen dat de perrons aan de oostzijde zijn verlengd. Daarnaast is de conclusie dat er geen verslechtering optreedt bij de woningen aan het Proveniersplein niet te volgen, nu uit de berekeningen blijkt dat het windklimaat op de perrons verder verslechtert en de woningen slechts op 15 meter van de CS-overkapping en 30 meter van het spoortalud zijn gelegen.

13.1. In het kader van de aanvraag om de omgevingsvergunning voor de bouw van het Tree House heeft DGMR in opdracht van Provast een windonderzoek uitgevoerd. In het rapport van 3 februari 2023 heeft DGMR uiteengezet dat voor het onderzoek gebruik is gemaakt van Computational Fluid Dynamics (CFD), een stromingsprogrammatuur. Uit het onderzoek volgt dat de impact van het Tree House in de vorm waarvoor de vergunning wordt aangevraagd op het windklimaat in de Provenierswijk minimaal is en nagenoeg in dezelfde orde van grootte blijft ten opzichte van de situatie waarin het Tree House zou worden gerealiseerd overeenkomstig het bestemmingsplan.

13.2. Het college heeft in zijn reactie op de zienswijze dat niet zou zijn voldaan aan het Ambitiedocument uiteengezet dat voor de opzet en beoordeling van het windhinderonderzoek van DGMR uit is gegaan van NEN 8100:2006, waarin wordt beschreven hoe windstudies moeten worden uitgevoerd. In de norm worden twee onderzoeksmethoden genoemd. Het kwantitatieve windhinderonderzoek wordt gebaseerd op metingen in de windtunnel of door berekeningen met behulp van CFD. Volgens het college zijn, wanneer de NEN 8100 wordt gevolgd, de windstudies betrouwbaar en vergelijkbaar.

13.3. Gelet op deze door het college gegeven reactie, die Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen niet onderbouwd hebben betwist, volgt de Afdeling hen niet in hun stelling dat niet aan de in het Ambitiedocument neergelegde afspraken zou zijn voldaan. Er bestaat evenmin aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek niet goed zou zijn uitgevoerd of dat de daarin getrokken conclusies onjuist zijn. De enkele stelling van Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen dat dat zo zou zijn, is daarvoor onvoldoende. Voor zover Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen stellen dat de vergunde afwijkingen van het bestemmingsplan leiden tot een verslechtering van het windklimaat op de perrons, geldt dat dit niet raakt aan het woon- en leefklimaat van Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen en het daarmee geen belang is dat hen aangaat.

13.4. Het betoog slaagt niet.

o Trilling en bodem (welvorming), flora en fauna, archeologie, verkeersbewegingen en verlichting

14. De betogen van Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen over trilling en bodem (welvorming), flora en fauna, archeologie, verkeersbewegingen en verlichting zijn min of meer gelijk aan wat zij daarover naar voren hebben gebracht in hun zienswijzen. Het college is daar in het zienswijzerapport gemotiveerd op ingegaan. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen hebben niet aangevoerd waarom de weerlegging van die zienswijzen onjuist zou zijn. Voor zover Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen stellen dat de rapporten van Ecoconsultancy niet bij de stukken van het besluit zijn gevoegd, overweegt de Afdeling dat dit een gebrek in de publicatie van de vergunning betreft dat dateert van na de datum van die vergunning. Alleen al om die reden kan dit de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning niet aantasten en kan het niet leiden tot vernietiging van die vergunning.

Gelet op het voorgaande slagen de betogen niet en laat de Afdeling in het midden of Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen met deze betogen een beroep doen op normen die strekken tot de bescherming van hun belangen.

- Bouwhinder

15. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen stellen, mede onder verwijzing naar de notitie van NSG van 7 maart 2026, dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van bouwhinder. Zij vrezen voor jarenlange negatieve gevolgen voor hun woongenot, leefomgeving en gezondheid.

15.1. Bij de beoordeling of een omgevingsvergunning kan worden verleend, moet het college de aanvraag toetsen aan artikel 2.10, eerste lid, en artikel 2.12 van de Wabo. Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wabo moet het college beoordelen of aannemelijk is dat de aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in onder meer de uitspraak van 7 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2375, onder 10, komt het college bij de beantwoording van de vraag of op basis van de door aanvrager overgelegde stukken aannemelijk is dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit, beoordelingsruimte toe.

15.2. Het college heeft in het zienswijzerapport aangegeven dat bij de aanvraag een bouwveiligheidsplan is ingediend waarin maatregelen zijn vastgesteld die de veiligheid moeten waarborgen en de gezondheid moeten beschermen in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden. Daarin komen onder meer de aspecten geluidhinder, trillinghinder en stofhinder aan de orde en is vermeld welke maatregelen worden genomen om geluidhinder te voorkomen en dat lawaai producerende werkzaamheden worden gemonitord. Ook is in het plan aangegeven dat de omgeving ingeval van hinder een melding kan doen bij het meldpunt BAM. Verder heeft het college verwezen naar de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (het Bbl), dat in de plaats is gekomen van het Bouwbesluit 2012, waarin is neergelegd op welke dagen en tijden bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden mogen worden verricht. Ten slotte heeft het college aangegeven dat er voor de start van de werkzaamheden een zogenoemd BLVC-plan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie-plan) ter goedkeuring moet worden ingediend bij Stadsbeheer. Dit plan is breder dan een bouwveiligheidsplan en zorgt voor afstemming tussen projecten in het gebied.

15.3. Gelet op het voorgaande heeft het college naar het oordeel van de Afdeling aannemelijk mogen achten dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 over de veiligheid en hinder tijdens de bouwwerkzaamheden.

Het betoog slaagt niet.

- Rapport MER-commissie

16. Voor zover Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen ten slotte betogen dat het rapport dat de MER-commissie ten behoeve van de hoogbouwprojecten RISE en Lumière heeft uitgebracht, ten onrechte niet is betrokken bij de verlening van de omgevingsvergunning voor de realisatie van het Tree House, slaagt dit evenmin. Dit rapport, waarin onder meer aandacht is gevraagd voor meer afstemming tussen de vele bouwprojecten in het centrum van Rotterdam, is niet relevant voor de vraag of het college de omgevingsvergunning voor de bouw van het Tree House heeft mogen verlenen.

Beroep tegen verlening omgevingsvergunning voor de activiteit 'uitrit aanleggen of veranderen'

17. In artikel 1.6a van de Chw is bepaald dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen beroepsgronden meer kunnen worden aangevoerd. Dit betekent dat alle beroepsgronden in het beroepschrift moeten worden opgenomen en dat na afloop van de beroepstermijn geen nieuwe gronden meer kunnen worden ingediend.

18. De Afdeling stelt vast dat Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen de beroepsgronden tegen de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘uitrit aanleggen of veranderen’ niet in hun beroepschrift, maar in een nader stuk naar voren hebben gebracht. Dit nadere stuk is op 3 maart 2026 en dus na afloop van de termijn voor het instellen van beroep bij de Afdeling ingediend. Dit betekent dat deze gronden buiten beschouwing gelaten moeten worden.

Inschakelen STAB

19. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen hebben de Afdeling verzocht de STAB in te schakelen. Nu hetgeen zij hebben aangevoerd niet heeft geleid tot twijfel bij de Afdeling, wijst de Afdeling dit verzoek af.

Conclusie

20. Het beroep is ongegrond.

21. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier.

w.g. Kaajan

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Ouwehand

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026

752

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.S. Ouwehand

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?