ECLI:NL:RVS:2026:1934

ECLI:NL:RVS:2026:1934

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 202502278/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer twee kinderen van [appellant] met ingang van 2 maart 2022 ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (de brp) wegens vertrek naar Rusland. De kinderen van [appellant] stonden voorheen in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Badhoevedorp. Op 3 november 2021 heeft een leerplichtambtenaar gemeld dat de kinderen, anders dan voorgaande jaren, geen vrijstelling van de leerplicht wegens onderwijs in het buitenland hebben aangevraagd. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart en heeft zij op basis daarvan de kinderen ambtshalve uitgeschreven naar Rusland. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat het college uit het uitgevoerde adresonderzoek het redelijke vermoeden heeft kunnen afleiden dat de kinderen van [appellant] meer dan 2/3 van het jaar buiten Nederland verblijven.

Uitspraak

202502278/1/A3.

Datum uitspraak: 8 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 6 maart 2025 in zaak nr. 24/1588 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.

Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college twee kinderen van [appellant] met ingang van 2 maart 2022 ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (de brp) wegens vertrek naar Rusland.

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft het college opnieuw op het bezwaar beslist. Het college heeft het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 30 maart 2026, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J.P. Huijbregts en mr. R.E. Laman, zijn verschenen.

Overwegingen

Toepasselijke wetgeving

1. De voor deze zaak relevante wetgeving is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding

2. De kinderen van [appellant] stonden voorheen in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Badhoevedorp. Op 3 november 2021 heeft een leerplichtambtenaar gemeld dat de kinderen, anders dan voorgaande jaren, geen vrijstelling van de leerplicht wegens onderwijs in het buitenland hebben aangevraagd. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart en heeft zij op basis daarvan de kinderen ambtshalve uitgeschreven naar Rusland. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten.

Uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft overwogen dat het college uit het uitgevoerde adresonderzoek het redelijke vermoeden heeft kunnen afleiden dat de kinderen van [appellant] meer dan 2/3 van het jaar buiten Nederland verblijven. Het lag vervolgens op de weg van [appellant] om dit vermoeden te ontkrachten door inlichtingen te verstrekken of geschriften over te leggen. [appellant] heeft dat redelijke vermoeden naar het oordeel van de rechtbank niet ontkracht met objectieve en verifieerbare gegevens, terwijl van een onmogelijke bewijslast, volgens de rechtbank, geen sprake is.

Beoordeling hoger beroep

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de kinderen terecht ambtshalve heeft uitgeschreven uit de brp. Hiertoe voert hij aan dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij gedurende een jaar ten minste 2/3 (8 maanden) van de tijd buiten Nederland verblijven. Volgens [appellant] heeft het college immers geen gedegen onderzoek gedaan naar het adres van de kinderen en heeft het college niet onderbouwd dat de kinderen op 2 maart 2022 in Rusland woonden. De kinderen hebben volgens [appellant] meer dan 120 dagen (4 maanden) in Nederland gewoond, omdat zij gedurende de Russische zomervakantie van ruim 14 weken (3,5 maanden) bij hem hebben gewoond. Ter onderbouwing daarvan wijst hij op een website waarop volgens hem de duur van de schoolvakanties in Rusland staan beschreven. Bovendien betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet is gebleken dat het college mogelijke getuigenverklaringen heeft geweigerd.

4.1. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 9.1 tot en met 10.3 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat [appellant] niet heeft onderbouwd dat het college geen gedegen onderzoek heeft gedaan en dat hij met de enkele verwijzing naar een website niet heeft onderbouwd dat zijn kinderen gedurende een jaar ten minste 1/3 van de tijd in Nederland zijn geweest. Verder heeft het college mogelijke getuigenverklaringen niet geweigerd, maar vond het deze onvoldoende om het redelijke vermoeden te ontkrachten dat de kinderen naar Rusland zijn vertrokken. Het college stelt zich terecht op het standpunt dat deze getuigenverklaringen immers niet objectief en verifieerbaar zijn.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Wezep, griffier.

w.g. Van Ravels

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Wezep

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026

844-1146

BIJLAGE

Wettelijk kader

Wet basisregistratie personen

Artikel 2.43

1. De ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derde van de tijd buiten Nederland zal verblijven, doet bij het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente voor zijn vertrek uit Nederland schriftelijk aangifte van vertrek. De aangiftetermijn vangt aan op de vijfde dag voor de dag van vertrek.

[…]

Artikel 2.21

[…]

2. Indien de ingezetene in gebreke is met het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het vertrek en het volgende verblijf buiten Nederland. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de ingezetene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.

[…]

Artikel 2.47

Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. van Wezep

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?