ECLI:NL:RVS:2026:1948

ECLI:NL:RVS:2026:1948

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 202500692/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft op 14 maart 2023 een VOG aangevraagd voor de functie van planner op een opvanglocatie voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) via TFP-Support in Arnhem. De planner is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening op een AMV-opvanglocatie waarbij hij verantwoordelijk is voor een veilige en prettige leefomgeving voor jongeren en begeleiders. De planner bewaakt de naleving van de normen en de huisregels en treft passende maatregelen bij afwijkingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met de organisatorische cultuur, het optimaliseren van de kwaliteit en veiligheid en verdere professionalisering van de organisatie. Daarnaast moet hij administratief werk doen dat te maken heeft met de zorgverlening.

Uitspraak

202500692/1/A3.

Datum uitspraak: 8 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 december 2024 in zaak nr. 23/6860 in het geding tussen:

[appellant]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen.

Bij besluit van 11 september 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 december 2024, ECLI:NL:RVGELD:2024:9182, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 27 maart 2026, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. T.C. Tesselhof, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft op 14 maart 2023 een VOG aangevraagd voor de functie van planner op een opvanglocatie voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) via TFP-Support in Arnhem. De planner is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening op een AMV-opvanglocatie waarbij hij verantwoordelijk is voor een veilige en prettige leefomgeving voor jongeren en begeleiders. De planner bewaakt de naleving van de normen en de huisregels en treft passende maatregelen bij afwijkingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met de organisatorische cultuur, het optimaliseren van de kwaliteit en veiligheid en verdere professionalisering van de organisatie. Daarnaast moet hij administratief werk doen dat te maken heeft met de zorgverlening.

2. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen in verband met enkele in het Justitieel Documentatiesysteem geregistreerde zaken. [appellant] is op 21 april 2021 veroordeeld wegens dood door schuld en het bezit van vuurwapens. Daarvoor is aan hem een gevangenisstraf van 32 maanden opgelegd. Verder is [appellant] in de periode van 11 september 2020 tot en met 30 juni 2021 met politie/justitie in aanraking gekomen wegens het medeplegen van fraude met EG-subsidie en het medeplegen van valsheid in geschrifte. Verder vond de staatssecretaris in de periode van 1999 tot en met 2015 strafbare feiten voor deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, fraude, een opiumdelict en gewelds- en vermogensdelicten. De staatssecretaris is van oordeel dat deze strafbare feiten een belemmering vormen voor de behoorlijke uitoefening van de functie. Daarnaast concludeert de staatssecretaris dat het belang van de samenleving bij bescherming tegen de vastgestelde risico’s, zwaarder moet wegen dan het belang dat [appellant] heeft bij afgifte van de VOG. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de Beleidsregels VOG-NP-RP 2022.

Hoger beroep

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de VOG heeft mogen weigeren. Daartoe voert hij aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de omstandigheden van de strafzaak en zijn persoonlijke belangen bij het afgeven van de VOG. Daarbij wijst hij op de omstandigheden van het incident waarvoor hij veroordeeld is, de omstandigheid dat een relatief lichte straf daarvoor is opgelegd en op de strafmodaliteit. Ook de positieve ontwikkeling in het leven van [appellant] en de omstandigheid dat werken voor hem een manier is om zijn toekomst (weer) op te bouwen en het verlies van zijn partner te verwerken, maken dat de kans op herhaling klein is en hebben betekenis voor het maatschappelijk belang bij afwijzing. Bovendien is de functie voornamelijk administratief.

3.1. In wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan dat van de rechtbank. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de onder 8.1 opgenomen overweging waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daar nog aan toe dat voor zover [appellant] heeft gewezen op de gekozen strafmodaliteit, geldt dat aan [appellant] een gevangenisstraf is opgelegd, wat juist de zwaarste strafmodaliteit is binnen het Nederlandse strafrecht. Daarbij is ook niet gekozen voor de kortste duur. Verder heeft de staatssecretaris op de zitting bij de Afdeling erop gewezen dat de positieve persoonlijke ontwikkeling van [appellant] op zichzelf goed is, maar dat dit geen doorslaggevende omstandigheid voor de toekenning van een VOG is. De andere door [appellant] naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden, de omstandigheden van de strafzaak en zijn betoog dat er geen gevaar voor herhaling bestaat, brengen ook niet mee dat aan het belang van de samenleving minder gewicht moet worden toegekend dan aan het belang van [appellant] bij het krijgen van een VOG.

3.2. Het betoog slaagt niet.

4. Het betoog van [appellant] dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft hij niet nader onderbouwd. Dat betoog kan dan ook niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.D. Westerbaan, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Westerbaan

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026

1050

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.D. Westerbaan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?