ECLI:NL:RVS:2026:1950

ECLI:NL:RVS:2026:1950

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 202405585/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Uden in een voormalige agrarische bedrijfswoning. Naast de woning van [appellant] staat de cultuurhistorisch waardevolle boerderij van [partij]. [partij] wil de boerderij restaureren en verbouwen tot woonhuis. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Partiële herziening buitengebied 2017" rustte op beide percelen een woonbestemming en mocht er niet meer dan één woning per bestemmingsvlak aanwezig zijn. De voormalige agrarische bedrijfswoning en de boerderij liggen in hetzelfde bestemmingsvlak. Op initiatief van [partij] heeft de raad het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld, dat ter plaatse van de boerderij een extra woning op het bestemmingsvlak toestaat en voorziet in het behoud en herstel van de karakteristieke bebouwing. In dit plan is de aanduiding "voormalige agrarische bedrijfsbebouwing", die op het gehele bestemmingsvlak lag, niet meer opgenomen.

Uitspraak

202405585/1/R2.Datum uitspraak: 8 april 2026

AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in Uden, gemeente Maashorst,

appellant,

en

de raad van de gemeente Maashorst,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad en [partij] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 maart 2026, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. ing. A.P.J. Timmermans en mr. G.J.J. Schut, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting [partij] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. [ appellant] woont aan de [locatie] in Uden in een voormalige agrarische bedrijfswoning. Naast de woning van [appellant] staat de cultuurhistorisch waardevolle boerderij van [partij]. [partij] wil de boerderij restaureren en verbouwen tot woonhuis. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Partiële herziening buitengebied 2017" rustte op beide percelen een woonbestemming en mocht er niet meer dan één woning per bestemmingsvlak aanwezig zijn. De voormalige agrarische bedrijfswoning en de boerderij liggen in hetzelfde bestemmingsvlak. Op initiatief van [partij] heeft de raad het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld, dat ter plaatse van de boerderij een extra woning op het bestemmingsvlak toestaat en voorziet in het behoud en herstel van de karakteristieke bebouwing. In dit plan is de aanduiding "voormalige agrarische bedrijfsbebouwing" (hierna: vab), die op het gehele bestemmingsvlak lag, niet meer opgenomen.

[appellant] is het niet eens met het plan omdat hij vreest voor het verlies van milieurechten en aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

Toetsingskader

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Gronden van beroep

De milieuvergunning en de vab-aanduiding

4. [ appellant] stelt dat de raad zijn perceel ten onrechte in het plan heeft meegenomen en opnieuw heeft bestemd. Daarbij is de in het voorheen geldende bestemmingsplan op zijn perceel rustende functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - vab" niet meer opgenomen. De gevolgen hiervan zijn voor hem onduidelijk. [appellant] stelt voorts dat de milieuvergunning voor het houden van 17 stuks melkrundvee ten onrechte wordt ingetrokken met het nieuwe plan.

4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het gezien de plansystematiek logisch is om naast het perceel met de boerderij ook het perceel van [appellant] bij het plan te betrekken, omdat beide percelen in hetzelfde bestemmingsvlak van de woonbestemming liggen.

De raad stelt zich voorts op het standpunt dat met het vaststellen van het plan geen milieuvergunning is ingetrokken. De opmerking dat de milieuvergunning bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal worden ingetrokken is opgenomen in de niet juridisch bindende plantoelichting. Ook is de raad niet het bevoegd gezag voor de intrekking.

Volgens de raad werden de mogelijkheden voor het houden van melkrundvee, gelet op de voorheen geldende woonbestemming op het perceel van [appellant], al beperkt en zijn deze dus niet afgenomen door het plan. Aan gebruiksmogelijkheden is er niets veranderd, anders dan dat de aanduiding "specifieke vorm van wonen - vab" is vervallen, waardoor het door die aanduiding toegestane gebruik, indien nog aanwezig, onder het overgangsrecht is gebracht.

4.2. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Gelet op wat [appellant] heeft aangevoerd is de Afdeling van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing een goede ruimtelijke ordening dient. Zij betrekt daarbij dat beide percelen in hetzelfde bestemmingsvlak liggen en de voormalige functieaanduiding "vab" gezien de woonbestemming volgens de raad niet meer actueel is.

De raad heeft in de plantoelichting vermeld dat de milieuvergunning bij de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt ingetrokken. De plantoelichting is echter geen juridisch bindend deel van het bestemmingsplan en het vaststellingbesluit voorziet niet in de intrekking van de milieuvergunning. Verder kon de raad zich op het standpunt stellen dat de mogelijkheden voor het houden van melkrundvee, gelet op de voorheen geldende woonbestemming op het perceel van [appellant], al beperkt waren en deze niet zijn afgenomen door in het plan een extra woning mogelijk te maken.

Ten aanzien van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - vab" stelt de Afdeling vast dat in het voorheen geldende bestemmingsplan op gronden met deze aanduiding de uitoefening van nevenfuncties en zogeheten verbrede landbouw waren toegestaan, zoals agrotoerisme met bijbehorende ondersteunende horeca, agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter plaatse geproduceerde producten, productiegebonden of ondergeschikte detailhandel en zorgboerderijen. Deze activiteiten zijn door het vervallen van de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - vab" niet meer mogelijk. Gesteld noch gebleken is dat [appellant] hierdoor nadeel ondervindt, zodat de raad aan het behoud van deze aanduiding geen doorslaggevend gewicht hoefde toe te kennen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat er ten tijde van de vaststelling van het plan op het perceel van [appellant] geen activiteiten meer plaatsvonden die verband houden met verbrede landbouw, zodat een dergelijk gebruik ook niet onder het overgangsrecht is gebracht.

Het betoog slaagt niet.

Woon- en leefklimaat

5. [ appellant] stelt dat het plan leidt tot onaanvaardbare aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Hij voert hiertoe aan dat door de met het plan toegestane woning rechtstreeks zicht ontstaat op zijn woning en perceel waardoor zijn privacy wordt aangetast. Ook vreest [appellant] voor geluidsoverlast. De belangenafweging ten aanzien van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heeft volgens [appellant] niet plaatsgevonden.

5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant]. Hiertoe voert de raad aan dat het toevoegen van een woning niet leidt tot onevenredige effecten ten aanzien van de aspecten geluid en privacy voor bewoners van omliggende woningen. De toevoeging van één woning zorgt bovendien voor slechts een zeer beperkte toename van bestemmingsverkeer. Verder geschiedt parkeren op eigen terrein.

De raad stelt zich voorts op het standpunt dat er wel een belangenafweging heeft plaatsgevonden. De belangen van [appellant], [partij] en het belang van herstel en behoud van een in verval geraakte cultuurhistorisch waardevolle boerderij zijn meegewogen in de besluitvorming. Omdat het initiatief beleidsmatig, ruimtelijk en milieuhygiënisch aanvaardbaar is, er geen onaanvaardbare aantasting is van de privacy van omwonenden, vindt de raad het belang van [partij] en het belang van het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij zwaarder wegen dan het belang dat [appellant] heeft bij het behoud van de bestaande situatie.

5.2. Anders dan gesteld heeft de raad de belangen van [appellant] meegenomen in de belangenafweging maar daar een minder zwaar gewicht aan toegekend dan aan het belang van [partij] bij het behoud en herstel van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij door het toestaan van een extra woning met een regeling voor het herstel van de karakteristieke bebouwing. Gelet op de beperkte effecten van de woonbestemming voor de aspecten geluid, verkeer en privacy, kon de raad zich op het standpunt stellen dat er geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant]. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het hier gaat om de toevoeging van een woning die op ongeveer 13 meter afstand van de woning van [appellant] ligt.

Het betoog slaagt niet.

Het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming (Wnb)

6. [ appellant] betoogt dat het plan niet uitvoerbaar is omdat er bij de voorgenomen renovatie van een van de bijgebouwen een mogelijke overtreding van de Wnb plaatsvindt en niet duidelijk is hoe belangrijke soorten worden beschermd. Volgens de uitgevoerde "Quickscan Natuurwetgeving [locatie] te Uden" van 15 november 2022, opgesteld door Aeres Milieu B.V. (Quickscan) is de zuidelijk op het perceel gelegen stal een roestplaats voor de kerkuil die jaarrond beschermd is. Dus is er voor de uitvoerbaarheid van het plan een Wnb-ontheffing nodig. Volgens de Quickscan is er aanvullend onderzoek nodig waaruit aannemelijk moet worden dat de staat van instandhouding niet in geding is. Dit onderzoek heeft de raad niet uitgevoerd, aldus [appellant].

6.1. De raad mag het plan niet vaststellen als en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijke soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Aan het plan is de Quickscan ten grondslag gelegd. Daaruit blijkt dat de zuidelijke stal fungeert als roestplaats voor kerkuilen. Wanneer dit bijgebouw wordt gerenoveerd verdwijnt deze roestplaats. Roestplaatsen van de kerkuil zijn in Noord-Brabant jaarrond beschermd, daarom moet er een ontheffing op grond van de Wnb worden aangevraagd. Door het opvragen van verspreidingsgegevens of het uitvoeren van een aanvullend onderzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat de lokale staat van instandhouding van de kerkuil niet in het geding is. Ook dient er een kerkuilennestkast in een gebouw (in of nabij het plangebied) te worden opgehangen. Deze nestkast kan dan dienen als alternatieve roestplaats of mogelijk zelfs als nestlocatie. Het ophangen van de nestkast dient onder begeleiding van een deskundige te worden uitgevoerd. Volgens het Kennisdocument Kerkuil moet een vervangende verblijfplaats in de directe omgeving binnen 500 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats worden geplaatst. Bij voorkeur worden de nestkasten minimaal 3 maanden voor de start van de werkzaamheden geplaatst, aldus de Quickscan.

Uit de Quickscan volgt dat vanwege de aanwezigheid van een roestplaats voor de kerkuil in de te renoveren zuidelijke stal op het perceel een ontheffing van de Wnb is vereist. Niet is gebleken dat de woonbestemming uitsluitend uitvoerbaar is als de zuidelijke stal wordt gerenoveerd. Ook overigens is niet aannemelijk gemaakt dat de woonbestemming met het daarbij behorende boerderijgebouw niet kan worden uitgevoerd op een manier waarbij de Wnb niet wordt overtreden.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond.

8. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.

w.g. Besselinklid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boermansgriffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026

429-1191

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P.F. Boermans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?