ECLI:NL:RVS:2026:2060

ECLI:NL:RVS:2026:2060

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 202501338/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 11 december 2023 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor [kind], de zoon van [appellant]. In geschil is of het samenwerkingsverband voor [kind] een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor de periode 11 december 2023 tot en met 31 juli 2026 mocht afgeven. [kind] is geboren op [geboortedatum] 2008. In de periode 2012-2020 heeft hij regulier onderwijs gevolgd op basisschool de Koningin Julianaschool in Nieuwegein. In het schooljaar 2020-2021 heeft [kind] regulier voortgezet onderwijs gevolgd op het Oosterlicht College in Nieuwegein. Hij zat in een structuurklas met tien leerlingen. In dat schooljaar kreeg [kind] een verwijzing naar Rebound Zuid Utrecht. Het traject bij Rebound was gericht op terugkeer naar het Oosterlicht College, maar dit traject is vroegtijdig beëindigd vanwege veel schoolverzuim. Het samenwerkingsverband heeft, na een aanvraag van het Oosterlicht College, een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor de periode 15 november 2021 tot en met 31 juli 2023. In het schooljaar 2022-2023 is [kind] gestart op De Baanbreker in IJsselstein. Dat is een school voor regulier praktijkonderwijs. Op 14 november 2023 heeft De Baanbreker een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor [kind] ingediend.

Uitspraak

202501338/1/A2.

Datum uitspraak: 15 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in [woonplaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 21 januari 2025 in zaak nr. 24/4247 in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B]

(hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [appellant])

en

het bestuur van het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Zuid-Utrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2023 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor [kind], de zoon van [appellant].

Bij besluit van 10 april 2024 heeft het samenwerkingsverband het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 januari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het samenwerkingsverband heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 maart 2026, waar [appellant B], bijgestaan door mr. C.W. Simonis, advocaat in Amsterdam, en het samenwerkingsverband, vertegenwoordigd door mr. J. Streefkerk, advocaat in Utrecht, en F.E. van de Haar, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. In geschil is of het samenwerkingsverband voor [kind] een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor de periode 11 december 2023 tot en met 31 juli 2026 mocht afgeven.

Achtergrond van het geschil

2. [kind] is geboren op [geboortedatum] 2008. In de periode 2012-2020 heeft hij regulier onderwijs gevolgd op basisschool de Koningin Julianaschool in Nieuwegein. In het schooljaar 2020-2021 heeft [kind] regulier voortgezet onderwijs gevolgd op het Oosterlicht College in Nieuwegein. Hij zat in een structuurklas met tien leerlingen. In dat schooljaar kreeg [kind] een verwijzing naar Rebound Zuid Utrecht. Het traject bij Rebound was gericht op terugkeer naar het Oosterlicht College, maar dit traject is vroegtijdig beëindigd vanwege veel schoolverzuim. Het samenwerkingsverband heeft, na een aanvraag van het Oosterlicht College, een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor de periode 15 november 2021 tot en met 31 juli 2023.

3. In het schooljaar 2022-2023 is [kind] gestart op De Baanbreker in IJsselstein. Dat is een school voor regulier praktijkonderwijs. Op 14 november 2023 heeft De Baanbreker een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor [kind] ingediend.

4. De Baanbreker heeft op 2 april 2024 besloten tot verwijdering van [kind] van de school per 15 april 2024.

5. Met ingang van 1 februari 2025 is [kind] gestart met een MBO niveau 1 entreeopleiding tot kok. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellant] toegelicht dat [kind] met deze opleiding is gestopt.

Besluitvorming

6. Het samenwerkingsverband heeft de door De Baanbreker aangevraagde toelaatbaarheidsverklaring bij besluit van 11 december 2023 verstrekt.

7. Het samenwerkingsverband heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. Het samenwerkingsverband heeft naar aanleiding van het bezwaar advies gevraagd aan de Landelijke Bezwaarcommissie Toelaatbaarheidsverklaringen (LBT). In het advies van de LBT staat dat de toelaatbaarheidsverklaring in stand kan blijven als deze wordt voorzien van een daadkrachtige motivering en twee nieuwe deskundigenverklaringen.

Het samenwerkingsverband heeft naar aanleiding van het advies van het LBT twee orthopedagogen geraadpleegd. Beiden hebben een deskundigenadvies opgesteld. Deze adviezen heeft het samenwerkingsverband aan het besluit ten grondslag gelegd. Verder heeft het samenwerkingsverband toegelicht dat de ondersteuningsbehoefte van [kind] groter is dan het regulier onderwijs kan bieden. De Baanbreker heeft maatwerk geboden. [kind] heeft moeite met gezag, hij laat zelfbepalend gedrag en een beperkte leermotivatie zien, heeft negatieve sociale interacties met medeleerlingen en toont impulsief gedrag in combinatie met beperkt zelfinzicht. De belastbaarheid van [kind] is beperkt. Daardoor is hij gebaat bij voldoende één-op-één begeleiding. Hij zal profijt hebben van de ondersteuningsmogelijkheden die binnen het voortgezet speciaal onderwijs beschikbaar zijn, aldus het samenwerkingsverband.

Uitspraak van de rechtbank

8. De rechtbank is van oordeel dat het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring mocht afgeven. Uit de gegevens die het samenwerkingsverband en de deskundigen hebben gebruikt, blijkt dat het gedrag van [kind] een intensievere ondersteuning en begeleiding nodig heeft dan het regulier onderwijs kan bieden. Het ontwikkelingsperspectief, de logboeken en de gespreksverslagen bevatten voorbeelden van dreigend en uitdagend oppositioneel gedrag en de moeite van [kind] om gezag te accepteren. Hij gedraagt zich impulsief en provocerend als er onvoldoende strikt toezicht aanwezig is. Hij heeft moeite met uitgestelde aandacht en met het inschatten van het effect van zijn gedrag op medeleerlingen. De Baanbreker heeft voldoende gedaan om de extra ondersteuning en begeleiding, die onmiskenbaar nodig was, te bieden. De school heeft extra surveillance en toezicht ingezet als [kind] op school was, heeft diverse maatwerktrajecten ingezet en heeft gezocht naar een passende en haalbare uitstroom voor [kind]. De Baanbreker heeft meer dan voldoende alternatieven geboden om [kind] op het regulier onderwijs te houden. Het is zonder twijfel dat het belang van [kind] ook deze toelaatbaarheidsverklaring nodig maakt. Hij moet de kans krijgen om zich door juiste, intensieve en structureel sterke begeleiding alsnog te gaan ontwikkelen. Het reguliere onderwijs kan deze begeleiding niet bieden, aldus de rechtbank.

Hoger beroep en de beoordeling daarvan

9. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring mocht afgeven. De rechtbank heeft niet alle relevante feiten en omstandigheden in haar oordeel meegenomen. Bij De Baanbreker zijn verschillende opties besproken voor het vervolg van de schoolcarrière van [kind]. Het was de bedoeling van De Baanbreker om [kind] door te laten stromen naar een entreeopleiding binnen het regulier onderwijs. De Baanbreker vond een toelaatbaarheidsverklaring daarom eerder niet nodig. Dat heeft de rechtbank ten onrechte niet meegewogen.

9.1. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellant] ook duidelijk gemaakt dat zij heel ontevreden is over de scholen die [kind] heeft bezocht en dat zij eerherstel voor hem wil. Daar kan de Afdeling echter geen uitspraak over doen. De Afdeling moet een oordeel geven over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring voor [kind] mocht afgeven en of de rechtbank alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen.

9.2. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het samenwerkingsverband de toelaatbaarheidsverklaring mocht afgeven. De rechtbank heeft daarbij voldoende meegewogen dat De Baanbreker, voordat de toelaatbaarheidsverklaring werd aangevraagd, ook andere oplossingsrichtingen heeft aangedragen. De rechtbank heeft in dat verband gewezen op de twee deskundigenadviezen die in de bezwaarfase zijn opgesteld. In deze adviezen wordt de conclusie getrokken dat de school van alles heeft geprobeerd om het reguliere onderwijs vanuit en begeleid door De Baanbreker passend te maken voor [kind]. Verder wordt in deze adviezen geconcludeerd dat speciaal onderwijs voor [kind] de kans biedt om succeservaringen op te doen en de startkwalificatie te behalen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat uit de gegevens die het samenwerkingsverband en de deskundigen bij hun besluit en advies hebben betrokken voldoende blijkt dat [kind] meer en intensievere begeleiding nodig heeft dan het regulier onderwijs hem kan bieden.

9.3. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

10. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

11. Het samenwerkingsverband hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J.Q. Oskam, griffier.

w.g. Van Altena

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Oskam

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026

1067

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.J.Q. Oskam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?