202501229/1/A2.
Datum uitspraak: 15 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Eindhoven,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 januari 2025 in zaak nr. 24/1868 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.
Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2023 heeft het college de aanvraag van [appellante] om bekostiging van leerlingenvervoer voor haar zoon [kind] voor het schooljaar 2023-2024 afgewezen.
Bij besluit van 28 februari 2024 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 17 januari 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 maart 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. A.F. van de Ven, rechtsbijstandverlener in Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. F.V.L. Beulen en drs. N.M.H.A. van Hirtum, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [kind] is geboren op [geboortedatum] 2016. Toen [kind] naar school moest, ging hij naar basisschool De Taalbrug/Blixembosch in Eindhoven. Omdat [kind] bepaalde problemen heeft, is hij overgestapt naar de Petraschool in Eindhoven. Dit is een school voor speciaal basisonderwijs (SBO). Op deze school kwam hij door verschillende redenen niet goed mee. Aan het eind van schooljaar 2022-2023 is hij daarom met toestemming van de leerplichtambtenaar thuisgebleven. Sinds augustus 2023 gaat [kind] naar school op De Reis van Brandaan in Eindhoven. Ook deze school is een SBO.
2. [appellante] heeft aan het college een vergoeding gevraagd voor de kosten die zij moet maken om haar zoon [kind] met de auto naar de De Reis van Brandaan te brengen en daar weer op te halen. De school is 9,9 kilometer rijden vanaf de woning van [appellante] en [kind].
3. Het college heeft de aanvraag van [appellante] bij besluit van 28 november 2023 afgewezen, omdat De Reis van Brandaan niet de dichtstbijzijnde toegankelijk school is voor [kind].
4. Bij besluit van 28 februari 2024 is het college bij de afwijzing gebleven.
5. Het relevante wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Uitspraak van de rechtbank
6. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag van [appellante] voor vergoeding van de vervoerskosten terecht heeft afgewezen. Er zijn andere scholen die ook geschikt zijn voor [kind] en dichterbij liggen. Niet in geschil is dat SBO De Vijfkamp op 2,6 kilometer van de woning ligt, SBO Petraschool op 4 kilometer en SBO Jan Nieuwenhuizen op 8 kilometer. [appellante] heeft niet voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige behoefte van [kind] is. Ook heeft zij niet aangetoond dat een andere, dichterbij gelegen school niet geschikt is voor [kind].
In beroep heeft [appellante] voor het eerst gesteld dat een extra reden om te kiezen voor De Reis van Brandaan is dat dit een Rooms-Katholieke school is. Zij heeft geen bewijs overgelegd dat haar gezin Rooms-Katholiek is. Daar komt bij dat het college heeft gebeld met de directeur van De Reis van Brandaan, die heeft toegelicht dat de school weliswaar een katholieke oorsprong heeft, maar dat het onderwijs al geruime tijd geen katholiek karakter meer heeft. De school is openbaar toegankelijk en er worden geen godsdienst- of communielessen gegeven. Daarom is dit ook geen reden voor de conclusie dat [kind] per se naar De Reis van Brandaan moet. [appellante] mag elke school voor [kind] kiezen, maar als de school van haar keuze niet aan de regels voldoet om een vergoeding voor de vervoerskosten te krijgen, moet zij die kosten zelf betalen, aldus de rechtbank.
Hoger beroep
7. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen scholen dichterbij zijn die toegankelijk zijn voor [kind]. SBO de Petraschool was evident niet toegankelijk voor [kind] en de andere dichterbij gelegen scholen SBO De Vijfkamp en SBO Jan Nieuwenhuizen ook niet. Verder betoogt zij dat de rechtbank er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat haar keuze voor De Reis van Brandaan mede is gemaakt op basis van de van oorsprong Rooms-Katholieke achtergrond van de school. Deze grondslag wordt niet zozeer uitgedragen, maar is wel de kern van de school en de manier waarop de waarden en normen op school en in het onderwijs worden uitgedragen, aldus [appellante].
7.1. Om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen naar een school op een grotere afstand dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, moet worden voldaan aan twee voorwaarden. [appellante] moet genoegzaam aantonen wat de specifieke en noodzakelijke onderwijsbehoefte van [kind] is. Ook moet zij genoegzaam aantonen dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop [kind] is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Aan beide voorwaarden moet worden voldaan om een vergoeding voor de vervoerskosten te kunnen krijgen.
7.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college de aanvraag van [appellante] voor vergoeding van de vervoerskosten mocht afwijzen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden. Ook in hoger beroep heeft [appellante] niet aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van [kind] is. Zij heeft in hoger beroep voor het eerst een rapport van De Reis van Brandaan van 10 april 2024 overgelegd. Dit is echter geen objectief onderwijsadvies van een onafhankelijk orthopedagoog, maar een intern rapport van de school van [kind]. Alleen al daarom heeft [appellante] ook niet aangetoond dat de dichterbij gelegen scholen van de onderwijssoort waar [kind] op is aangewezen niet toegankelijk zijn vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.
7.3. Dat De Reis van Brandaan een Rooms-Katholieke oorsprong heeft en dit volgens Kluitman-Nies een belangrijke reden is om voor deze school te kiezen, maakt voorgaande niet anders. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat de school openbaar toegankelijk is, dat het onderwijs geen Rooms-Katholiek karakter heeft en er geen godsdienst- of communielessen worden gegeven. De Reis van Brandaan is dus niet gebonden aan een godsdienstige of levensbeschouwelijke richting.
7.4. Het betoog slaagt niet.
Conclusie
8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
9. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J.Q. Oskam, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Oskam
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026
1067
BIJLAGE
WETTELIJK KADER
Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven
Artikel 5.5 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
[…]
4. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. aan het college is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is;
b. aan het college is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.
Artikel 5.6 Afstandsgrens
1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:
[…]
b. speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;
[…].