ECLI:NL:RVS:2026:2082

ECLI:NL:RVS:2026:2082

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 202403757/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Mierloseweg 40 Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan Mierloseweg 40 maakt de bouw van een complex met 40 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan de Mierloseweg 40 in Geldrop. Het college heeft de bijbehorende omgevingsvergunning verleend. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wro. Het bestaande bedrijfspand zal worden gesloopt. Houta Groep B.V. wil deze ontwikkeling realiseren. [appellante] is eigenaar van het perceel aan [locatie] op zo’n 35 m van het plangebied. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Woongebieden Zuid Oost Geldrop" de bestemming "Detailhandelsdoeleinden" toegekend. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt.

Uitspraak

202403757/1/R2.

Datum uitspraak: 15 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd in [plaats],

appellante,

en

1. het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo,

2. de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Mierloseweg 40 Geldrop" vastgesteld.

Bij besluit van 25 april 2024 heeft het college de bijbehorende omgevingsvergunning voor de bouw van een appartementengebouw met 40 woningen en een parkeerkelder verleend.

Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

Tegen deze besluiten heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 september 2025, waar zijn verschenen:

- [appellante], vertegenwoordigd door mr. T.J.J. Slegers, advocaat in Eindhoven, en [gemachtigde A],

- de raad, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam en mr. M.M.A.B. Vermeulen, beiden advocaat in Nijmegen, en ing. J.H. Kantelberg,

- Houta Groep BV, vertegenwoordigd door mr. J. van Groningen, advocaat in Middelharnis, en [gemachtigde B].

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het bestemmingsplan Mierloseweg 40 maakt de bouw van een complex met 40 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan de Mierloseweg 40 in Geldrop. Het college heeft de bijbehorende omgevingsvergunning verleend. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wro. Het bestaande bedrijfspand zal worden gesloopt. Houta Groep B.V. wil deze ontwikkeling realiseren.

3. [appellante] is eigenaar van het perceel aan [locatie] op zo’n 35 m van het plangebied. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Woongebieden Zuid Oost Geldrop" de bestemming "Detailhandelsdoeleinden" toegekend. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt.

4. De gemeente heeft de ambitie om locatie De Bleekvelden te transformeren naar een woongebied. Daarvoor zijn vier ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegd, waarvan er drie door de raad zijn vastgesteld. Tegen al deze drie bestemmingsplannen heeft [appellante] beroep ingesteld. Het betreft dit bestemmingsplan "Mierloseweg 40" en de bestemmingsplannen "Bleekvelden 1-26" en "Mierloseweg 28-38". Het vierde ontwerpbestemmingsplan ziet onder meer op het perceel van [appellante]. De raad heeft toegelicht dat op langere termijn de verplaatsing van de Gamma naar bedrijventerrein De Barrier of een andere locatie wordt beoogd. Het perceel van [appellante] zal dan vervolgens ook worden bestemd voor woningbouw.

Toetsingskader

5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Formele aspecten

6. Houta Groep voert aan dat het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het bestreden besluit geen feitelijke gevolgen van enige betekenis voor [appellante] heeft.

6.1. [appellante] heeft een zienswijze naar voren gebracht over het ontwerpplan. Het beroep van [appellante] is al om deze reden ontvankelijk (zie de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953, onder 4.6).

7. Houta Groep wijst erop dat voor deze ontwikkeling eerder een bestemmingsplan is vastgesteld. Daartegen heeft [appellante] toen geen beroep ingesteld. Dat vaststellingsbesluit is vernietigd bij uitspraak van de Afdeling van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2081, na een beroep van een omwonende. Volgens Houta Groep mag [appellante] niet meer aanvoeren wat al tegen dat vorige besluit had kunnen worden uitgevoerd.

7.1. De Afdeling stelt vast dat de planprocedure geheel opnieuw is doorlopen. Deze nieuwe procedure is begonnen met de terinzagelegging van een ontwerpplan. In deze procedure heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht over het ontwerpplan. Omdat het om een nieuw besluit gaat na een nieuwe voorbereidingsprocedure, ziet de Afdeling geen grondslag om enige consequentie te verbinden aan de omstandigheid dat [appellante] geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit dat de Afdeling heeft vernietigd bij uitspraak van 31 mei 2023. Zo’n grondslag heeft Houta Groep zelf ook niet genoemd.

8. Houta Groep stelt zich op het standpunt dat het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning al onherroepelijk is en dat deze procedure daarom geen gevolgen voor dat besluit kan hebben. Zij wijst erop dat tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning geen beroepsgronden zijn aangevoerd.

8.1. In het beroepschrift staat dat [appellante] ook beroep instelt tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Op de zitting heeft zij bevestigd dat zij daartegen geen specifieke beroepsgronden heeft gericht, omdat zij zich keert tegen de ruimtelijke afweging die de raad heeft gemaakt en niet tegen de bouwtechnische toets die het college heeft uitgevoerd. Maar als het besluit van de raad niet in stand blijft, moet dit ook gevolgen hebben voor het besluit van het college, aldus [appellante].

8.2. Anders dan Houta Groep veronderstelt, is het besluit van het college nog niet onherroepelijk. Daartegen is namelijk beroep ingesteld. Omdat [appellante] beroep heeft ingesteld tegen beide besluiten, volgt alleen al daaruit dat zij de vernietiging van beide besluiten nastreeft. In het beroepschrift ligt daarmee de bedoeling van [appellante] besloten dat als het besluit van de raad niet in stand blijft, dit ook gevolgen moet hebben voor het besluit van het college. De omgevingsvergunning is immers op grondslag van het bestemmingsplan verleend.

9. Houta Groep voert aan dat [appellante] kon weten dat de Chw van toepassing is op dit besluit en dat zij daarom ten onrechte niet binnen de beroepstermijn de gronden van het beroep heeft aangevoerd.

9.1. De Afdeling stelt vast dat de raad de toepasselijkheid van de Chw niet heeft vermeld in de bekendmaking. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen wordt in zo’n geval een belanghebbende in beginsel niet tegengeworpen dat hij de gronden van het beroep niet binnen de beroepstermijn heeft aangevoerd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1129, onder 16.4). Niet aannemelijk is geworden dat [appellante] anderszins wist of kon weten dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen gronden kunnen worden aangevoerd.

Beroepsgronden

Planbegrenzing

10. [appellante] betoogt dat de gekozen planbegrenzing in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De gemeente heeft de ambitie om het gebied De Bleekvelden te transformeren naar een woongebied. Daarvoor zijn vier ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegd, waarvan er drie door de raad zijn vastgesteld. Het vierde bestemmingsplan - dat ziet op het perceel van [appellante] - is nog niet vastgesteld, maar maakt wel de beoogde groene binnenruimte van het nieuwe woongebied mogelijk. Deze groen ingerichte binnenruimte is essentieel voor het woon- en leefklimaat op De Bleekvelden en daarnaast noodzakelijk voor het realiseren van voldoende waterberging. Ter onderbouwing van haar beroepsgrond wijst [appellante] op het ontwerp-exploitatieplan "Bleekvelden - Barrier". Daarin wordt een groen ingerichte binnenruimte als bovenwijks element aangemerkt, omdat deze ook als waterberging voor de andere projecten in het gebied De Bleekvelden zal fungeren. Daarnaast wijst [appellante] op het "Beeldkwaliteitsplan Bleekvelden" van 9 november 2023, waarin het gebied ook als een geheel is beschouwd. Tussen de ruimtelijke ontwikkelingen in gebied De Bleekvelden bestaat daarom een zodanige samenhang dat deze in hetzelfde bestemmingsplan hadden moeten worden vervat. Door de gekozen planbegrenzing is niet gewaarborgd dat de beoogde groene binnenruimte met waterbergingsmogelijkheid zal worden gerealiseerd.

10.1. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Wat [appellante] heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing een goede ruimtelijke ordening dient. De raad heeft daarover toegelicht dat de ontwikkelingen op De Bleekvelden afzonderlijk van elkaar kunnen worden gerealiseerd, waarbij de ene ontwikkeling niet afhankelijk is van een andere ontwikkeling. In paragraaf 5.2 van de plantoelichting staat dat voor de waterberging van dit plan de door [appellante] bedoelde groene binnenruimte niet nodig is. Weliswaar staat in het ontwerp-exploitatieplan "Bleekvelden - Barrier" dat deze binnenruimte ook als waterberging zal fungeren, maar de raad heeft er op de zitting op gewezen dat dit exploitatieplan een ontwerp is en de inhoud daarvan in zoverre is achterhaald door de motivering bij de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan dat de waterberging binnen het plangebied wordt opgelost. Daarnaast volgt uit de motivering van het bestemmingsplan niet, dus ook niet uit het beeldkwaliteitsplan, dat de raad de beoogde groene binnenruimte noodzakelijk acht voor het woon- en leefklimaat van de bewoners van de nieuwe woningen aan de Mierloseweg 40. Gelet hierop ontbreekt een zodanige ruimtelijke samenhang tussen de voorziene ontwikkelingen op de gronden in gebied De Bleekvelden dat deze in één bestemmingsplan hadden moeten worden vervat.

Het betoog slaagt niet.

Mer-beoordeling

11. [appellante] betoogt dat het vereiste mer-beoordelingsbesluit met de bijbehorende motivering ten onrechte ontbreekt.

Verder betoogt [appellante] dat de raad heeft miskend dat de diverse woningbouwplannen op De Bleekvelden voor de toepassing van de mer-regelgeving als samenhangende activiteiten moeten worden beschouwd. Voor alle ontwikkelingen is immers ook één beeldkwaliteitsplan gemaakt.

[appellante] betoogt voorts dat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Volgens [appellante] heeft de raad enkel verwezen naar sectorale onderzoeken en dat is niet voldoende. Daarnaast staat in de mer-beoordeling in de plantoelichting ten onrechte dat er geen sprake is van cumulatie met andere projecten. Volgens [appellante] is sprake van cumulatie met de andere woningbouwprojecten op De Bleekvelden. Deze cumulatie had daarom nadrukkelijker moeten worden getoetst.

11.1. De raad heeft erkend dat het college geen mer-beoordelingsbesluit heeft genomen. Daarom moet worden geoordeeld dat niet is voldaan aan de in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit milieueffectrapportage neergelegde verplichting de daar genoemde artikelen uit de Wet milieubeheer toe te passen. Het besluit is daarom in strijd met artikelen 7.16 en volgende van de Wet milieubeheer genomen.

Het betoog slaagt.

11.2. Het college heeft alsnog een mer-beoordelingsbesluit genomen op 2 september 2025. Het geconstateerde gebrek is in zoverre hersteld. De Afdeling zal hierna onder de conclusie bezien tot welke gevolgen dit moet leiden.

Omdat het mer-beoordelingsbesluit inmiddels is genomen, ziet de Afdeling aanleiding om de beroepsgronden verder inhoudelijk te beoordelen. De Afdeling betrekt daarbij het mer-beoordelingsbesluit.

11.3. De Afdeling overweegt dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat er tussen het voorliggende plan en de andere ontwikkelingen op locatie De Bleekvelden niet een zodanige samenhang bestaat dat de ontwikkelingen voor de toepassing van de m.e.r.-regelgeving één activiteit vormen. De Afdeling volgt daarin het standpunt van de raad dat geen sprake is van een financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3312, onder 9). De omstandigheid dat voor het geheel wel één beeldkwaliteitsplan is opgesteld, betekent niet dat er een zodanige samenhang is tussen de diverse ontwikkelingen dat deze tezamen moeten worden beschouwd als één stedelijk ontwikkelingsproject.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

11.4. Anders dan [appellante] betoogt, bestaat de motivering van de mer-beoordeling niet uit een enkele verwijzing naar sectorale onderzoeken. De raad heeft in paragraaf 5.1.1 van de plantoelichting aan de hand van onder meer de criteria uit bijlage III van de mer-richtlijn gemotiveerd dat er geen belangrijke gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Dat betreft een integrale beoordeling van de gevolgen van het project voor het milieu. Voor deze motivering is wel gebruik gemaakt van sectorale onderzoeken, maar dat is ook gebruikelijk. In paragraaf 5.1.1 van de plantoelichting staat onder meer dat er geen cumulatie is met andere projecten. Als bijlage bij het mer-beoordelingsbesluit is opgenomen het door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant opgestelde rapport "Cumulatieve milieueffecten bestemmingsplannen Mierloseweg 40, Mierloseweg 28-38 & De Bleekvelden 1-26" van 22 augustus 2025. Hierin is nader omschreven waarom er geen sprake is van een relevante cumulatie van milieugevolgen van de diverse op De Bleekvelden voorziene ruimtelijke ontwikkelingen. De inhoud van dit rapport heeft [appellante] verder niet weersproken. Naar het oordeel van de Afdeling is deugdelijk gemotiveerd dat kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke gevolgen voor het milieu kan hebben. Er hoefde dus geen MER te worden opgesteld.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

Verkeer

12. [appellante] betoogt dat de gevolgen voor het verkeer niet deugdelijk zijn gemotiveerd. Volgens [appellante] heeft de raad alleen gemotiveerd dat de huidige infrastructuur de toename van het aantal verkeersbewegingen kan verwerken. Daarbij heeft de raad miskend dat sprake is van een transformatiegebied. Onduidelijk is daarom wat onder de huidige infrastructuur moet worden verstaan.

12.1. Het aantal verkeersbewegingen neemt toe met maximaal 66 verkeersbewegingen, volgens de berekening in paragraaf 5.6.1 van de plantoelichting. De berekening van de verkeersgeneratie heeft [appellante] niet weersproken. De raad heeft op de zitting nader toegelicht dat de straat De Bleekvelden opnieuw wordt ingericht en een capaciteit heeft van 4.000-6.000 mvt/etm. [appellante] heeft op de zitting onderschreven dat de berekende toename gering is en dat de straat De Bleekvelden deze toename zonder problemen kan verwerken.

Het betoog slaagt niet.

Parkeren

13. [appellante] betoogt dat niet inzichtelijk is gemaakt dat er na realisatie van de drie woningbouwprojecten op De Bleekvelden voldoende parkeerplaatsen in openbaar gebied aanwezig zijn om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Het lijkt er namelijk op dat de drie toegelaten ontwikkelingen dezelfde parkeerplaatsen willen gebruiken om in de parkeerbehoefte te voorzien. Daardoor is ook onduidelijk of het parkeerterrein op het perceel van [appellante] nodig is voor de parkeerbehoefte van de nieuwe bewoners.

13.1. In paragraaf 5.6.2 van de plantoelichting is gemotiveerd op welke wijze in het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt voorzien. De parkeerbehoefte van bewoners is berekend op 32 parkeerplaatsen en er zal een parkeerkelder met 40 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De parkeerbehoefte van bezoekers is berekend op 6 parkeerplaatsen en deze parkeerplaatsen zijn voorzien in openbaar gebied aan de Ter Borghstraat. [appellante] heeft de berekening van de behoefte niet weersproken. De raad heeft inzichtelijk gemaakt dat de bedoelde 6 parkeerplaatsen in openbaar gebied niet nodig zijn voor de andere ontwikkelingen op De Bleekvelden, omdat de daarvoor benodigde parkeerplaatsen op een andere plek liggen. De realisatie van voldoende parkeerplaatsen is gewaarborgd in artikel 8 van de planregels. De raad heeft daarmee deugdelijk gemotiveerd dat er in voldoende parkeerplaatsen voor deze ruimtelijke ontwikkeling zal worden voorzien.

Het betoog slaagt niet.

Milieuzonering

14. [appellante] betoogt dat de nieuwe woningen te dicht op haar perceel mogelijk worden gemaakt. Voor bouwmarkten kent de VNG-brochure een richtafstand van 30 meter bij functiescheiding en 10 meter in gemengd gebied. De raad heeft het gebied daarbij ten onrechte getypeerd als ‘gemengd gebied’ in de zin van de VNG-brochure in plaats van gebied met functiescheiding. Momenteel zijn in het gebied weliswaar diverse functies aanwezig, maar als gevolg van de beoogde transformatie van het gebied, zal deze diversiteit verdwijnen en zal er alleen nog sprake zijn van woningen. Na de beoogde transformatie is dus sprake van een gebied met een functiescheiding. Uitgaande van een functiescheiding wordt de nieuwbouw te dicht op het perceel van [appellante] mogelijk gemaakt. [appellante] wijst er daarbij op dat de afstand tussen haar perceel en de nieuwe woningen 35 m is. Het is dus aannemelijk dat de nieuwe bewoners geluidhinder zullen ondervinden en dat [appellante] als gevolg daarvan wordt geconfronteerd met klachten. Ook is onduidelijk of de huidige exploitant Gamma kan blijven voldoen aan de geldende geluidsnormen voor haar inrichting. [appellante] betoogt daarbij dat de raad ten onrechte niet de cumulatie van geluid heeft onderzocht.

14.1. De Afdeling stelt vast dat uit paragraaf 5.1.7 van de plantoelichting blijkt dat de raad bij het maken van de ruimtelijke afweging aansluiting heeft gezocht bij de VNG-brochure. Deze brochure geeft richtafstanden aan die moeten worden gehanteerd tussen aan de ene kant de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en aan de andere kant de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1021, onder 5.3. Als aan deze richtafstanden wordt voldaan, kan er in beginsel vanuit worden gegaan dat een aanvaardbaar woon-en leefklimaat kan worden gegarandeerd. De VNG-brochure heeft een indicatief karakter, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Voor een bouwmarkt wordt in de VNG-brochure een richtafstand van 30 meter aanbevolen voor het omgevingstype rustige woonwijk. De afstand tussen de detailhandelsbestemming van [appellante] en de maximale situering van de voorziene woningen is 35 meter. Er wordt dus voldaan aan de aanbevolen richtafstand. In het midden kan daarom blijven of sprake is van gemengd gebied. Indien de relevante richtafstand wordt aangehouden behoeft het gemeentebestuur in beginsel geen verdere toetsing te verrichten. Wanneer het gemeentebestuur volstaat met een verwijzing naar de richtafstand, is het aan appellant om bijzondere omstandigheden naar voren te brengen op grond waarvan het gemeentebestuur niet kan volstaan met een verwijzing naar de relevante richtafstand.

Wat [appellante] naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet mocht volstaan met een verwijzing naar de aanbevolen richtafstand. Op kortere afstand van haar perceel staan aan de straat De Bleekvelden al woningen die maatgevend zijn voor de geluidemissie van [appellante]. Ook wat betreft cumulatie heeft [appellante] niet geconcretiseerd waarom sprake zou zijn van een zodanige bijzondere situatie van cumulatie met andere geluidbronnen dat deze cumulatie had moeten worden onderzocht.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie en proceskosten

15. Gelet op wat hiervoor onder 11.1 is overwogen, is het beroep gegrond. Dit betekent dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en het besluit tot verlening van de bijbehorende omgevingsvergunning, dat immers op grondslag van dat bestemmingsplan is genomen, moeten worden vernietigd. Omdat de raad, gelet op wat hiervoor onder 11.2 is overwogen, het geconstateerde gebrek inmiddels heeft hersteld, zal de Afdeling de rechtsgevolgen van beide besluiten met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a, van de Awb geheel in stand laten. Dit betekent dat het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning kunnen worden uitgevoerd.

16. De raad moet de proceskosten vergoeden. Hierbij betrekt de Afdeling dat deze zaak gelijktijdig op een zitting is behandeld met zaken nrs. 202404807/1/R2 en 202404891/1/R2. De werkzaamheden in elk van de zaken moeten voor de behandeling ter zitting als nagenoeg identiek worden beschouwd. Voor de toekenning van een vergoeding voor kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden de beroepen daarom beschouwd als één zaak in de zin van artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Afdeling ziet hierin aanleiding om voor het verschijnen ter zitting in deze zaak een derde van één punt toe te kennen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo van 22 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Mierloseweg 40" en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo van 25 april 2024 tot verlening van de bijbehorende omgevingsvergunning voor de bouw van een appartementengebouw met 40 woningen en een parkeerkelder;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van beide besluiten in stand blijven;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.246,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 371,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J.F. de Groot, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier.

w.g. Knol

voorzitter

w.g. Boer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026

745

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.H.A. Knol
  • mr. J. Hoekstra
  • mr. J.F. de Groot

Griffier

  • mr. W.M. Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?