ECLI:NL:RVS:2026:2098

ECLI:NL:RVS:2026:2098

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 202501266/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 4 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om overneming van een private schuld afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 1.600,00 bij een bank. De minister heeft de schuld niet overgenomen. Volgens de minister is de schuld niet opeisbaar geworden voor 1 juni 2021, zodat niet is voldaan aan de vereisten uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) voor het overnemen van private schulden. Ook betreft de schuld een kredietlimiet (roodstand), die op grond van de Wht wordt aangemerkt als een financieel product. De bank heeft het krediet echter nooit opgeëist en er was geen sprake van een blijvende betalingsachterstand. Bovendien bevond de schuld zich op het moment van aflossing op 17 februari 2021 binnen de overeengekomen kredietlimiet, waardoor niet was voldaan aan het vereiste van opeisbaarheid.

Uitspraak

202501266/1/A2.

Datum uitspraak: 15 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 31 januari 2025 in zaak nr. 24/2887 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Financiën.

Procesverloop

Bij besluit van 4 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om overneming van een private schuld afgewezen.

Bij besluit van 18 september 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 4 juni 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 september 2023 vernietigd en de minister opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Bij besluit van 30 juli 2024 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Bij uitspraak van 31 januari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2026, waar de minister, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

2. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 1.600,00 bij een bank. De minister heeft de schuld niet overgenomen. Volgens de minister is de schuld niet opeisbaar geworden voor 1 juni 2021, zodat niet is voldaan aan de vereisten uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) voor het overnemen van private schulden. Ook betreft de schuld een kredietlimiet (roodstand), die op grond van de Wht wordt aangemerkt als een financieel product. De bank heeft het krediet echter nooit opgeëist en er was geen sprake van een blijvende betalingsachterstand. Bovendien bevond de schuld zich op het moment van aflossing op 17 februari 2021 binnen de overeengekomen kredietlimiet, waardoor niet was voldaan aan het vereiste van opeisbaarheid.

3. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat op de schuld de Wht van toepassing is en niet het Besluit betalen private schulden. Ook voldoet de schuld niet aan de eis van opeisbaarheid vóór 1 juni 2021. Het debetsaldo op 17 februari 2021 viel namelijk binnen de overeengekomen kredietlimiet en de bank heeft het doorlopend krediet niet opgeëist. Eerdere overschrijdingen van de kredietlimiet leidden niet tot overname of vergoeding, omdat die op het moment van ontvangst van de compensatie reeds waren voldaan en dus niet zijn afgelost met het compensatiebedrag. De omstandigheid dat de bank gebruik heeft gemaakt van haar verrekeningsbevoegdheid doet hieraan niet af, omdat zij op grond van de Algemene Bankvoorwaarden ook niet-opeisbare vorderingen mocht verrekenen.

3.1. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. De Wht is namelijk een wet in formele zin die niet aan het evenredigheidsbeginsel kan worden getoetst. Ook is geen sprake van gelijke gevallen en zijn er geen concrete toezeggingen gedaan. [appellant] heeft zich uitsluitend beroepen op algemene uitlatingen van de staatssecretaris die niet zijn toegesneden op haar concrete situatie en daarom geen rechtens te honoreren toezegging vormen.

4. In wat [appellant] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, ziet de Afdeling geen grond om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat volgens de voorwaarden van de overeenkomst alleen een overschrijding boven de toegestane limiet van €1.600,00 direct opeisbaar kan zijn en dat dit niet is overschreden omdat het saldo van [appellant] op 17 februari 2021 binnen de toegestane kredietlimiet viel. Hierdoor was op dat moment geen sprake was van een opeisbare schuld (zie ook de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:456, r.o. 7.5). Ook heeft de rechtbank terecht overwogen dat uit de toepasselijke voorwaarden in de overeenkomst volgt dat de bank ook niet-opeisbare vorderingen mag verrekenen, waardoor de verrekening op zichzelf niets zegt over de opeisbaarheid van de schuld. Bovendien is niet gebleken dat de bank het krediet eerder heeft opgeëist.

5. Verder heeft rechtbank terecht in aanmerking genomen dat uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wht volgt dat de wetgever de mogelijke gevolgen van het vereiste van opeisbaarheid onder ogen heeft gezien en daarin een welbewuste keuze heeft gemaakt. De wetgever heeft nadrukkelijk beoogd de schuldenregeling te beperken tot schulden die vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren en heeft daarbij aanvaard dat dit kan leiden tot uitkomsten die als onrechtvaardig kunnen worden ervaren. Het oordeel van de rechtbank dat geen ruimte bestaat om het vereiste van opeisbaarheid buiten toepassing te laten wegens strijd met het gelijkheids- of evenredigheidsbeginsel is dan ook juist (zie ook de uitspraak van de Afdeling van 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:730, r.o. 3.2).

6. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

7. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026

284-1190

BIJLAGE

Wettelijk kader

Wet hersteloperatie toeslagen

Artikel 4.1

1. […]

2. Onze Minister neemt op aanvraag geldschulden en kosten van een aanvrager over, indien deze geldschulden en kosten:

a. zijn ontstaan na 31 december 2005;

b. opeisbaar waren vóór 1 juni 2021; en

c. niet zijn voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.

3. Tot de geldschulden en kosten, bedoeld in het tweede lid, behoren:

a. een geldschuld die is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser.

4. In afwijking van het tweede lid worden niet overgenomen:

a. […]

b. de resterende hoofdsommen van andere leningen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden.

Artikel 4.3

1. Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, verleent Onze Minister op aanvraag compensatie voor een afgeloste geldschuld die op grond van artikel 4.1 voor overneming in aanmerking zou komen, indien deze niet was voldaan.

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. O. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?