ECLI:NL:RVS:2026:2207

ECLI:NL:RVS:2026:2207

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 202401354/1/V2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202401354/1/V2.

Datum uitspraak: 21 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 27 februari 2024 in zaak nr. NL23.39382 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.P.J.W.M. Govers, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Appellant heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. In de uitspraak van 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1607, onder 7.7-7.10, heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister redelijkerwijs tot de vanaf 1 december 2023 geldende wijziging van het beleid voor de beoordeling van asielaanvragen van Gülenisten (WBV 2023/24) heeft kunnen komen. Wat appellant aanvoert over de situatie voor Gülenisten in Turkije, heeft de Afdeling bij dat oordeel betrokken en voor zover dit niet het geval is, komt de overgelegde informatie inhoudelijk in essentie overeen met de in die uitspraak betrokken bronnen. Dit leidt daarom niet tot een ander oordeel. De achtste grief slaagt niet.

2. Wat appellant aanvoert in de overige grieven leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Ook roept het hogerberoepschrift geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24).

3. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. van Driesten, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Driesten

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026

1048

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. van Driesten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand