ECLI:NL:RVS:2026:2239

ECLI:NL:RVS:2026:2239

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 202307448/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

[appellant] heeft de burgemeester van Amersfoort verzocht maatregelen te treffen tegen het gedrag van zijn medebewoner. Zijn verzoek ziet op een tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing.

Uitspraak

202307448/1/A3.

Datum uitspraak: 16 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden­Nederland van 22 november 2023 in zaken nrs. 23/1897 en 23/3251 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Amersfoort.

Openbare zitting gehouden op 16 april 2026 om 13:15 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: mr. R.F.J. Bindels

Jurist: mr. J. Zonneveld

Verschenen:

[appellant].

====================================

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 22 november 2023 van de rechtbank Midden­Nederland. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de burgemeester van 14 juli 2023 om niet handhavend op te treden ongegrond verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering:

1. [appellant] heeft de burgemeester verzocht maatregelen te treffen tegen het gedrag van zijn medebewoner. Zijn verzoek ziet op een tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing.

2. De Afdeling stelt vast dat [appellant] belang heeft bij zijn hoger beroep. Hij heeft tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden als gevolg van het besluit van de burgemeester.

3. Over het tijdelijk huisverbod merkt de Afdeling op dat uit de bestuurlijke rapportage en overige informatie uit het dossier volgt dat sprake is van een patroon van meldingen over ruzies en overlast waarbij [appellant] en de medebewoner een rol spelen. De politie is meerdere keren bij de woning geweest maar heeft geen concrete aanwijzingen waargenomen die duiden op een ernstig en onmiddellijk gevaar. De burgemeester is ervan uitgegaan dat geen ernstig vermoeden van ernstig en onmiddellijk gevaar bestond om op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod aan de medebewoner een tijdelijk huisverbod op te leggen.

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester niet bevoegd was om een gedragsaanwijzing op te leggen. Voor zover [appellant] heeft betoogd dat de burgemeester dat wel was, heeft de rechtbank opgemerkt dat [appellant] eerst gebruik had moeten maken van buurtbemiddeling of een gesprek onder begeleiding van een derde.

5. De Afdeling is, gelet hierop en alles afwegend, van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat de burgemeester het verzoek heeft mogen afwijzen. De Afdeling kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank onder 6.1, 8.2. 8.3, 9.2 en 10. De Afdeling voegt daaraan toe dat [appellant] aan de bestuurlijke rapportage van 23 mei 2023 een uitleg geeft die niet geheel overeenkomt met de afsluiting van die rapportage. De burgemeester heeft naar aanleiding van deze rapportage daadwerkelijk onderzoek gedaan en in het kader van hoor en wederhoor beide bewoners gehoord. Gelet op wat daaruit is gebleken heeft de burgemeester mogen besluiten tot afwijzing van het verzoek van [appellant].

6. De overwegingen van de rechtbank over de vraag of de medebewoner moet worden aangemerkt als belanghebbende ziet alleen op deze procedure en, anders dan [appellant] betoogt, niet op de bestuurlijke rapportage.

7. Het betoog van [appellant] over het verspreiden van de bestuurlijke rapportage slaagt niet. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat dit betoog niet raakt aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Wat [appellant] heeft gesteld valt buiten de omvang van het geding en de rechtbank is dus daarop terecht niet verder ingegaan.

8. Wat [appellant] in hoger beroep nog verder heeft aangevoerd, leidt niet tot het oordeel dat de rechtbank het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard.

9. Het besluit van de burgemeester is dus rechtmatig.

10. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Minderhoud

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bindels

griffier

85-1104

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?