ECLI:NL:RVS:2026:2240

ECLI:NL:RVS:2026:2240

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer BRS.26.001476
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

BRS.26.001476

ECLI:NL:RVS:2026:2240

Datum uitspraak: 23 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 3 maart 2026 in zaak nr. NL25.57517 in het geding tussen:

verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij besluit van 21 november 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De griffier heeft verzoeker er bij brief van 27 maart 2026 op gewezen dat hij voor het verzoek om een voorlopige voorziening griffierecht moet betalen. Hem is daarbij verzocht om het griffierecht uiterlijk op 3 april 2026 te betalen. In die brief staat ook dat, als het griffierecht niet op die datum is ontvangen, het verzoek alleen al daarom niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

2. Het verzoek is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.

w.g. Sevenster

voorzieningenrechter

w.g. Boon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026

977

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Q. Boon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand