ECLI:NL:RVS:2026:2256

ECLI:NL:RVS:2026:2256

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 202502343/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan [locatie] in Maastricht. Naar aanleiding van een verklaring van een persoon die in de buurt was aangehouden heeft de politie zijn woning doorzocht. Daarvan heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat de politie 1596 gram hennep en hash in de woning heeft aangetroffen. Verder is er een vuurwapen aangetroffen. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester bij besluit van 31 maart 2023 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning voor drie maanden te sluiten. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] beroep ingesteld. Bij uitspraak van 17 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [appellant] om een voorlopige voorziening afgewezen. Vervolgens is de woning van [appellant] gesloten voor de duur van drie maanden.

Uitspraak

202502343/1/A3.

Datum uitspraak: 22 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 11 maart 2025 in zaak nr. 23/1707 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Maastricht.

Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de burgemeester de woning aan [locatie] voor drie maanden gesloten.

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 maart 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.J.J. Kreutzkamp, advocaat in Valkenburg, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.C.W. Ploum, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] woonde aan [locatie] in Maastricht. Naar aanleiding van een verklaring van een persoon die in de buurt was aangehouden heeft de politie zijn woning doorzocht. Daarvan heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat de politie 1596 gram hennep en hash in de woning heeft aangetroffen. Verder is er een vuurwapen aangetroffen. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester bij besluit van 31 maart 2023 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning voor drie maanden te sluiten. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] beroep ingesteld. Bij uitspraak van 17 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [appellant] om een voorlopige voorziening afgewezen. Vervolgens is de woning van [appellant] gesloten voor de duur van drie maanden.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] in de beroepsprocedure geen andere gronden heeft aangevoerd dan in de voorlopige voorzieningenprocedure die heeft geleid tot de uitspraak van 17 augustus 2023. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen aanleiding is om tot een ander oordeel te komen dan de voorzieningenrechter, en heeft de overwegingen van de voorzieningenrechter tot de hare gemaakt.

2.1. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 17 augustus 2023 geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Daarover heeft hij overwogen dat een hoeveelheid van 5 gram als bestemd voor voor eigen gebruik kan worden aangemerkt. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat 1596 gram hennep en hash is aangetroffen in de woning van [appellant], zodat mag worden aangenomen dat geen sprake is van een hoeveelheid voor eigen gebruik, maar van handel. De politie heeft de aangetroffen hennep en hash niet getest, maar heeft vastgesteld dat deze qua uiterlijke kenmerken en geur volledig overeenkomt met de kenmerken van hennep en hash. Daarbij mag worden uitgegaan van de beroepsmatige ervaring van politie met hennep en hash.

Verder heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de sluiting noodzakelijk was. Daarover heeft hij overwogen dat door de handelshoeveelheid drugs mag worden aangenomen dat de woning een rol vervult in de keten van drugshandel. Verder blijkt uit bestuurlijke rapportages dat een elders aangehouden persoon in de woning is geweest en daar drugs heeft gekocht. Ook zijn er eerder meldingen geweest dat [appellant] in drugs zou handelen. Verder heeft de voorzieningenrechter overwogen dat in de wijk Boschpoort in de periode van 2017 tot en met 2022 in de buurt meerdere woningsluitingen zijn geweest vanwege het aantreffen van softdrugs en een hennepplantage. Tot slot is een vuurwapen in de woning aangetroffen, terwijl bekend is dat vuurwapens binnen het criminele drugscircuit gebruikt worden als verdedigingsmiddel en een afschrikwekkende werking hebben. De verklaring dat [appellant] dat vuurwapen enkele dagen eerder op een kar met oud ijzer had gevonden, heeft de voorzieningenrechter niet geloofwaardig geacht.

De voorzieningenrechter heeft verder geoordeeld dat de sluiting evenredig is. Daarover heeft hij overwogen dat niet is gebleken dat [appellant] een bijzondere binding heeft met de woning. Volgens de voorzieningenrechter heeft [appellant] in de woning voorzieningen ingericht op de begane grond, maar kan hij ook elders gelijkvloers wonen. Daarnaast kan hij zijn kinderen en kleinkinderen ook in een andere woning ontvangen. Verder heeft de voorzieningenrechter overwogen dat [appellant] vanwege zijn persoonlijke verwijtbaarheid een eigen verantwoordelijkheid heeft bij het vinden van andere huisvesting. Hij heeft daarbij geen actie ondernomen om andere huisvesting te vinden, en heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de door de gemeente aangereikte tijdelijke oplossingen voor wonen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter geconcludeerd dat niet is gebleken dat hij geen andere woonruimte kan vinden. Dat hij daarvoor geen moeite heeft gedaan, komt voor zijn risico. De voorzieningenrechter heeft verder overwogen dat de burgemeester voldoende heeft onderzocht wat de psychische gevolgen voor [appellant] zijn van de sluiting, en dat bij dat onderzoek genoegzaam is vastgesteld dat er geen suïcidedreiging is en dat hij voldoende psychische ondersteuning krijgt. Daarbij is multidisciplinair overleg geweest tussen verschillende deskundigen en zijn maatschappelijk werker.

Hoger beroep

3. Anders dan de burgemeester in de schriftelijke uiteenzetting heeft gesteld, heeft [appellant] belang bij een uitspraak op zijn hoger beroep. Dat sprake is van een inbreuk op het woonrecht en dat een rechterlijk oordeel dat de sluiting onrechtmatig was de grondslag kan vormen voor een aanspraak op vergoeding van de door [appellant] gestelde schade, is voldoende om procesbelang aan te nemen. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:472, onder 5.

4. In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep.

5. [appellant] betoogt dat dat de burgemeester niet bevoegd was om de woning te sluiten. Daarover voert hij aan dat de burgemeester niet mocht uitgaan van de juistheid van de bestuurlijke rapportage. Daarin staat namelijk niet dat er een indicatieve test is gedaan, terwijl het op de weg van de burgemeester had gelegen om wel een indicatieve test te doen. Volgens [appellant] is het merendeel van wat in de woning is aangetroffen gruis, en is in de bestuurlijke rapportage alleen opgenomen dat er "positief op" hennep en hash is getest. Volgens [appellant] is niet duidelijk wat daarmee wordt bedoeld.

Verder betoogt [appellant] dat de sluiting niet noodzakelijk was. In dat verband heeft hij aangevoerd dat in de woning weliswaar een vuurwapen is aangetroffen, maar hij verzamelt replica’s, en er is bovendien geen munitie aangetroffen. Ook biedt het vuurwapen geen grond voor sluiting op grond van de Opiumwet. [appellant] betwist verder dat er vanuit zijn woning in drugs werd gehandeld; dit is enkel gebaseerd op de verklaring van iemand die is aangehouden. [appellant] voert verder aan dat de burgemeester zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de wijk kwetsbaar is voor drugscriminaliteit, omdat het aantal van zeven sluitingen in zeven jaar tijd niet veel is.

[appellant] betoogt verder dat de sluiting onevenredig is. Daarover voert hij aan dat hij 73 jaar oud is en lijdt aan diverse gezondheidsklachten, waaronder hevige pijnklachten aan rug en heup, hartklachten, chronische lumbago en artrose. Hij heeft tussen 2007 en 2022 meerdere hartoperaties ondergaan. Door beperkingen in zijn heup heeft hij een indicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, en is zijn woning op hem aangepast met voorzieningen op de begane grond. Volgens [appellant] zijn zijn chronische pijnklachten onvoldoende meegewogen, omdat de burgemeester alleen relevant heeft geacht dat hij een slaapvoorziening heeft op de begane grond.

Verder is hij psychisch kwetsbaar. Een van zijn zoons is in 2022 overleden, en een andere zoon is in levensgevaar geweest. Verder heeft zijn vrouw kanker gehad en heeft hem daarna verlaten. Hierdoor had hij een depressie en last van suïcidale klachten. Hij voert aan dat de burgemeester zijn psychische klachten onvoldoende heeft meegewogen door alleen te af te wegen of hij suïcide zou plegen als de woning werd gesloten. Daarbij is aan de verklaring van zijn maatschappelijk werker ten onrechte minder waarde toegekend dan aan die van een deskundige van de burgemeester, die slechts een enkel gesprek met hem heeft gevoerd. Verder voert hij aan dat zijn psychische klachten hem apathisch maken, waardoor hem niet kan worden verweten dat hij geen hulp van een psycholoog en geen vervangende woonruimte heeft gezocht.

[appellant] voert tot slot aan dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige heeft benoemd, omdat de door de burgemeester ingeschakelde gedragsdeskundige partijdig was, en naar het resultaat toe heeft geredeneerd dat er bij [appellant] geen sprake was van een actief suïciderisico.

5.1. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter is gemotiveerd op die gronden ingegaan en de rechtbank heeft die motivering overgenomen. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de voorzieningenrechter onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de voorzieningenrechter en in de onder 12 tot en met 14.10 van de uitspraak van de voorzieningenrechter opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De rechtbank heeft terecht de overwegingen van de voorzieningenrechter overgenomen. De Afdeling voegt daar nog aan toe dat er geen onafhankelijk deskundige hoefde te worden benoemd. Zoals de voorzieningenrechter heeft overwogen, heeft de door de gemeente ingeschakelde deskundige namelijk contact gehad met andere betrokken professionals, waaronder de maatschappelijk werker van [appellant]. Gelet daarop heeft de burgemeester de gevolgen van de sluiting op de psychische gesteldheid van [appellant] voldoende onderzocht en de daarbij getrokken conclusies berusten dus niet alleen, zoals [appellant] impliceert, op de visie van de gedragsdeskundige van de gemeente. Het is aan [appellant] om deze conclusies gemotiveerd te bestrijden. Dat [appellant] te apathisch is om hulp te zoeken bij een psycholoog en om te zoeken naar vervangende woonruimte heeft hij eerst in hoger beroep aangevoerd en verder niet onderbouwd met documenten. [appellant] stelt een verklaring van zijn psychiater te hebben over zijn psychische gesteldheid, maar die verklaring heeft hij niet overgelegd. Zoals de voorzieningenrechter bovendien al heeft overwogen, zijn er voldoende professionals actief betrokken bij [appellant] om hem passend te begeleiden en te ondersteunen. Daarbij is ook relevant dat de burgemeester [appellant] voorafgaand aan de sluiting hulp heeft aangeboden bij het zoeken van een vervangende woning, maar hij die hulp toen heeft geweigerd. Overigens is op de zitting gebleken dat [appellant] na de sluiting van de woning hulp heeft geaccepteerd en dit ertoe heeft geleid dat hij momenteel onderdak heeft.

Slotsom

6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

7. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzitter, en mr. J. Luijendijk en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt

voorzitter

w.g. Van de Sluis

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026

802-1114

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.J.C. de Moor-van Vugt
  • mr. J. Luijendijk
  • mr. J.A.W. Huijben

Griffier

  • mr. G.A. van de Sluis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?