ECLI:NL:RVS:2026:2261

ECLI:NL:RVS:2026:2261

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 202303970/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Druten geweigerd aan Chint een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark op het perceel Oude Weisestraat ongenummerd te Afferden (het zonnepark Oude Weide). Chint heeft op 19 mei 2021 bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor realisering van het zonnepark Oude Weide. Het zonnepark Oude Weide is volgens de ruimtelijke onderbouwing van 19 mei 2021 voorzien tussen de Oude Weisestraat aan de noordkant en de provinciale Maas- en Waalweg (N322) aan de zuidkant, in het buitengebied van Druten. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 10,4 ha. De oppervlakte van het zonnepark Oude Weide bedraagt ongeveer 8 ha. Het zonnepark kan circa 4.500 huishoudens van energie voorzien.

Uitspraak

202303970/1/R4.

Datum uitspraak: 22 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Chint Solar Nederland Projecten B.V., gevestigd in Amsterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2023 in zaak nr. 22/1154 in het geding tussen:

Chint

en

het college van burgemeester en wethouders van Druten.

Procesverloop

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college geweigerd aan Chint een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark op het perceel Oude Weisestraat ongenummerd te Afferden (het zonnepark Oude Weide).

Bij uitspraak van 10 mei 2023 heeft de rechtbank het door Chint daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 19 januari 2022 (lees: 18 januari 2022) vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft Chint hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft het college opnieuw geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.

Chint heeft gronden aangevoerd tegen het besluit van 13 augustus 2025.

Het college, Chint, [persoon A] en [persoon B], [persoon C], [persoon D] en [persoon E] ([persoon B] en anderen) hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 9 februari 2026, waar Chint, vertegenwoordigd door mr. S. Eljarroudi, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.P. Loo, advocaat in Arnhem, mr. J.W. Meelkop en T. van Zonsbeek BSc, zijn verschenen. Verder zijn op de zitting [persoon B] en anderen, vertegenwoordigd door mr. S.T. Bosch, rechtsbijstandverlener in Leeuwarden en [persoon C], en [persoon A], bijgestaan door ing. L. Polinder, gehoord.

Overwegingen

Vooraf

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 19 mei 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. Chint heeft op 19 mei 2021 bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor realisering van het zonnepark Oude Weide. Het zonnepark Oude Weide is volgens de ruimtelijke onderbouwing van 19 mei 2021 voorzien tussen de Oude Weisestraat aan de noordkant en de provinciale Maas- en Waalweg (N322) aan de zuidkant, in het buitengebied van Druten. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 10,4 ha. De oppervlakte van het zonnepark Oude Weide bedraagt ongeveer 8 ha. Het zonnepark kan circa 4.500 huishoudens van energie voorzien.

De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Wabo. Het aangevraagde zonnepark Oude Weide past niet binnen de agrarische bestemming van het bestemmingsplan "Buitengebied Druten". Het college kan alleen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo, een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Daarvoor is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de raad van de gemeente Druten (de raad) nodig.

De raad heeft in zijn vergadering van 15 december 2021 definitief geweigerd de vereiste vvgb af te geven. Vervolgens heeft het college bij het besluit van 18 januari 2022 geweigerd de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen.

Bespreking van het hoger beroep

Vertrouwensbeginsel

3. Chint betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld. Volgens haar mocht zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de gevraagde omgevingsvergunning zou worden verleend. Volgens Chint is met het principebesluit van 21 mei 2021, waarin staat dat medewerking wordt verleend aan het zonnepark Oude Weide, al sprake van een door het college gedane toezegging. Dat de omgevingsvergunning zou worden verleend, blijkt volgens Chint ook uit gedragingen van de raad, zoals het aannemen van de motie "Laat de zon maar schijnen!" en de kennisneming van informatienota’s van het college. Daaruit volgt volgens Chint dat de raad in lijn met het college zou handelen en zij erop mocht vertrouwen dat de raad de voor de omgevingsvergunning vereiste vvgb zou afgeven.

3.1. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het beroep van Chint op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat Chint niet aannemelijk heeft gemaakt dat van de zijde van het college een toezegging of andere uitlating is gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de gevraagde omgevingsvergunning zou worden verleend. Voor de motivering van haar oordeel verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank onder 13.7. Evenmin ziet de Afdeling grond voor het oordeel dat Chint erop mocht vertrouwen dat de raad een vvgb zou verlenen. Daarbij is van belang dat in de motie en de informatienota’s waar Chint naar verwijst, geen toezegging of uitlating staat die gaat over het afgeven van de vvgb voor het zonnepark Oude Weide. Op de zitting heeft Chint bevestigd dat daarvan geen sprake is.

Het betoog slaagt niet.

Gelijkheidsbeginsel

4. Chint betoogt verder dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college door het weigeren van de gevraagde omgevingsvergunning het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. Zij wijst erop dat zonnepark Larendeel, waarvoor wel een omgevingsvergunning is verleend, in hetzelfde grondwaterbeschermingsgebied ligt. De oppervlakte van beide zonneparken in het grondwaterbeschermingsgebied is nagenoeg gelijk, aldus Chint. Volgens haar is niet van belang dat zonnepark Oude Weide dichterbij het waterwingebied ligt dan zonnepark Larendeel. Verder stelt Chint dat de rechtbank ten onrechte van belang heeft geacht dat de opstelling van de panelen in het zonnepark Oude Weide verschilt van zonnepark Larendeel.

4.1. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. Het zonnepark Larendeel ligt op basis van de "Visie zonne-energie Wijchen-Druten" in het gebied "Zone 4, ja mits". Het zonnepark Oude Weide ligt echter ook deels in het gebied "Zone 5, nee tenzij", waar zonneparken in principe niet zijn toegestaan. Alleen al om die reden kan de Afdeling zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van gelijke gevallen.

Het betoog slaagt niet.

Evenredigheidsbeginsel

5. Chint voert tevergeefs aan dat de uitspraak van de rechtbank niet in stand kan blijven, omdat de rechtbank de beroepsgrond over het evenredigheidsbeginsel niet heeft besproken. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat het college het besluit van 18 januari 2022 op de punten van het voorzorgsbeginsel, het participatieproces en het ontbreken van draagvlak onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank heeft reeds op grond van dit oordeel het beroep gegrond verklaard en het besluit van 18 januari 2022 vernietigd. Uit de uitspraak van de rechtbank volgt dat, gelet op de wel besproken punten, het college een nieuw besluit moest nemen en de raad opnieuw moest bezien of hij een vvgb wil verlenen. Gelet hierop was er voor de rechtbank geen aanleiding om ook al in te gaan op het betoog over het evenredigheidsbeginsel.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie hoger beroep

6. Het hoger beroep is ongegrond. Omdat de beslissing van de rechtbank niet is aangevochten, wordt met dat oordeel volstaan. De Afdeling beoordeelt hierna het beroep van Chint tegen het ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank genomen besluit van 13 augustus 2025.

Bespreking van het beroep van Chint tegen het besluit van 13 augustus 2025

7. Bij het besluit van 13 augustus 2025 heeft het college opnieuw besloten op de aanvraag. Het college heeft beoordeeld of met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning voor het zonnepark Oude Weide wederom geweigerd, omdat de raad op 19 juni 2025 opnieuw heeft geweigerd de voor de verlening van de omgevingsvergunning vereiste vvgb af te geven.

Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb), gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van het geding. De Afdeling zal daarom hieronder het beroep van Chint tegen dit besluit bespreken.

8. Chint betoogt dat het college ten onrechte heeft geweigerd de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Chint voert aan dat de raad ten onrechte niet inhoudelijk heeft gereageerd op de door haar ingediende zienswijze van 29 januari 2025.

8.1. De Afdeling stelt vast dat in het besluit van 19 juni 2025 niet inhoudelijk is gereageerd op de door Chint ingediende zienswijze tegen het ontwerpbesluit van 17 oktober 2024. Door bij het besluit van 19 juni 2025 de vvgb definitief te weigeren zonder dat inhoudelijk is ingegaan op de zienswijze van Chint, heeft de raad het besluit van 19 juni 2025 onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Omdat het besluit van de raad over de vvgb onrechtmatig is, heeft het college zich bij zijn besluit van 13 augustus 2025 niet op dat besluit van de raad mogen baseren.

Het betoog slaagt in zoverre.

8.2. Hoewel het beroep, reeds gelet op de rechtsoverweging 8.1 gegrond is en het besluit van 13 augustus 2025 daarom voor vernietiging in aanmerking komt, ziet de Afdeling om redenen van definitieve geschilbeslechting aanleiding ook de inhoudelijke beroepsgrond van Chint te behandelen.

9. Chint betoogt dat het college ten onrechte heeft geweigerd de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, omdat de raad volgens haar de vvgb niet mocht weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. Chint voert aan dat de raad bij de weigering van de vvgb ten onrechte het voorzorgsbeginsel heeft toegepast.

9.1. Op grond van artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo in samenhang met artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht (het Bor) wordt (voor zover van belang) een omgevingsvergunning om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo van het bestemmingsplan af te wijken alleen verleend indien de raad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Dit betekent dat het college de aangevraagde omgevingsvergunning moet weigeren als de raad weigert de vvgb af te geven. Op grond van artikel 6.5, tweede lid, van het Bor kan de vvgb slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.

9.2. De rechtbank heeft geoordeeld dat aan het besluit van 18 januari 2022 een motiveringsgebrek kleeft, omdat niet deugdelijk is onderzocht en gemotiveerd waarom de door Chint gevraagde omgevingsvergunning geweigerd moet worden in het belang van bescherming van de gezondheid. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat uit de wetenschappelijke publicaties, die de raad aan zijn weigering voor de vvgb ten grondslag heeft gelegd, blijkt dat de effecten van zonneparken op de bodemkwaliteit en het grondwater nog grotendeels onbekend zijn en het college ook geen ander onderzoek heeft verricht waaruit volgt dat het zonnepark Oude Weide leidt tot negatieve gevolgen voor de gezondheid van omwonenden.

9.3. Bij het besluit van 19 juni 2025 heeft de raad, onder verwijzing naar het ontwerpbesluit van 17 oktober 2024, opnieuw uit voorzorg geweigerd een vvgb af te geven voor het zonnepark Oude Weide, omdat niet is aangetoond dat er geen risico’s zijn voor de waterwinning Druten. De raad heeft in dat besluit toegelicht dat niet is bewezen dat er geen achteruitgang of verbetering is van de waterkwaliteit.

De Afdeling stelt vast dat de raad geen enkel onderzoek heeft overgelegd dat inzicht geeft in de mogelijke gevolgen voor de waterkwaliteit vanwege het zonnepark Oude Weide. De enkele stelling dat niet is aangetoond dat er met het zonnepark Oude Weide geen risico’s zijn voor de waterkwaliteit, is onvoldoende. Bovendien hebben zowel Vitens, de beheerder van de waterwinning, als de provincie Gelderland, het bevoegd gezag als het gaat om onder andere de bescherming van het waterwingebied, te kennen gegeven geen bezwaren te hebben tegen de realisatie van een zonnepark in dit grondwaterbeschermingsgebied. De Afdeling is dan ook van oordeel dat met dit besluit van 19 juni 2025 geen gevolg is gegeven aan de uitspraak van de rechtbank.

De Afdeling is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij kon weigeren de vvgb af te geven. Omdat het besluit van de raad over de vvgb ook om die reden onrechtmatig is, heeft het college zijn weigeringsbesluit van 13 augustus 2025 daar niet op mogen baseren.

Het betoog slaagt.

Conclusie beroep

10. Het beroep tegen het besluit van 13 augustus 2025 is gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd. Het college dient een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van Chint van 19 mei 2021. Het college moet daarbij rekening houden met het nieuw te nemen besluit van de raad over het afgeven van een vvgb voor het zonnepark Oude Weide. De Afdeling merkt op dat de raad weliswaar beleidsruimte toekomt bij het te nemen besluit over het al dan niet verlenen van een vvgb, maar dat het aan de raad is om, met inachtneming van deze uitspraak en de uitspraak van de rechtbank, nader te onderbouwen of de aangevraagde omgevingsvergunning al dan niet strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening.

11. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling ook aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.

12. Het college moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep ongegrond;

II. verklaart het beroep van Chint Solar Nederland Projecten B.V. tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Druten van 13 augustus 2025, kenmerk 022591437, gegrond;

III. vernietigt dat besluit van 13 augustus 2025;

IV. bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Druten tot vergoeding van bij Chint Solar Nederland Projecten B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N.H. van den Biggelaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Hielkema, griffier.

w.g. Knol

voorzitter

w.g. Hielkema

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026

776-1096

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.H.A. Knol
  • mr. C.J. Borman
  • mr. N.H. van den Biggelaar

Griffier

  • mr. A.J. Hielkema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?