ECLI:NL:RVS:2026:2264

ECLI:NL:RVS:2026:2264

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 202502185/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om overname van haar schulden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), [gerechtsdeurwaarders] en Intrum Nederland afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van drie schulden. De eerste is een schuld bij het UWV van € 131.872,58; de tweede een schuld bij [bedrijf] van € 158.602,60; de derde een schuld bij Intrum Nederland van € 3.519,67. Het geschil in hoger beroep gaat nog alleen over de schuld bij Intrum Nederland.

Uitspraak

202502185/1/A2.

Datum uitspraak: 22 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 20 februari 2025 in zaak nr. 24/3164 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Financiën.

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om overname van haar schulden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), [bedrijf] en Intrum Nederland afgewezen.

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de minister, als rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 juli 2023 vernietigd voor zover daarin is beslist over de schuld aan [bedrijf] en bepaald dat de minister die schuld moet overnemen.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 30 december 2025, waar [appellante], vertegenwoordigd door W. van Rheenen, rechtsbijstandverlener te Lisse, en de minister, vertegenwoordigd door drs. S.D. Lerrick en mr. M. Bouhoud, zijn verschenen.

De Afdeling heeft het onderzoek ter zitting, met toepassing van artikel 8:64, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geschorst en [appellante] in de gelegenheid gesteld nadere stukken in te dienen.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Intrekking

1. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellante] het hoger beroep over de overname van de schuld bij het UWV ingetrokken, met de toezegging van de minister dat de overname van die schuld alsnog wordt beoordeeld als de Centrale Raad van Beroep, waar een procedure aanhangig is over die schuld, tot het oordeel komt dat de schuld bij het UWV een private schuld is.

Inleiding

2. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht).

3. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. De voor dit geschil relevante bepalingen van die wet zijn opgenomen in de bijlage.

4. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van drie schulden. De eerste is een schuld bij het UWV van € 131.872,58; de tweede een schuld bij [bedrijf] van € 158.602,60; de derde een schuld bij Intrum Nederland van € 3.519,67.

5. Het geschil in hoger beroep gaat nog alleen over de schuld bij Intrum Nederland.

Besluitvorming

6. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de schuld bij Intrum Nederland niet meer bestaat, omdat deze al door [appellante] is afgelost. De schuld voldoet daarom niet aan het vereiste, gesteld in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wht, en komt dus niet voor overname in aanmerking.

Beoordeling van het hoger beroep

7. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de schuld bij Intrum Nederland niet is bewezen, en dus niet voor overname in aanmerking komt. Zij stelt dat die schuld onder dwang is aangegaan om een negatieve BKR-registratie op te heffen, wat noodzakelijk was voor het verkrijgen van een hypotheek.

7.1. Niet in geschil is dat de schuld op het moment van de behandeling van de aanvraag van [appellante] niet meer bestond. De vraag ligt voor of de schuld op grond van artikel 4.1 van de Wht voor overname in aanmerking zou komen als deze niet was voldaan, omdat [appellante] die schuld met de door haar ontvangen compensatie, bedoeld in artikel 2.7 van de Wht, heeft afgelost.

7.2. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de schuld bij Intrum Nederland niet voor overname in aanmerking komt. [appellante] heeft, ook nadat zij daartoe in hoger beroep opnieuw in de gelegenheid is gesteld, geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de schuld bij Intrum Nederland voor 1 juni 2021 opeisbaar was en door [appellante] is afgelost met de door haar ontvangen compensatie. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de schuld voldoet aan de vereisten voor overname, gesteld in artikel 4.3, eerste lid, in samenhang gelezen met 4.1, tweede lid, van de Wht. Het betoog slaagt dan ook niet.

Conclusie

8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

9. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.T.J. van de Voort, griffier.

w.g. De Groot

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Voort

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026

1062

BIJLAGE

WETTELIJK KADER

Wet hersteloperatie toeslagen

Artikel 2.7. Forfaitair bedrag voor aanvrager kinderopvangtoeslag

1. Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel en daarvoor voor 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve eenmalig een forfaitair bedrag toe van € 30.000, met dien verstande dat dit bedrag wordt verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met de bedragen die de aanvrager op het moment van toekenning van het forfaitaire bedrag al op grond van een herstelmaatregel heeft ontvangen. Bij vermindering tot nihil vindt geen toekenning plaats.

[…].

Artikel 4.1. Overneming of betaling privaatrechtelijke geldschulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1. Onze Minister neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is.

2. De geldschulden die worden overgenomen:

a. zijn ontstaan na 31 december 2005;

b. waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en

c. zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.

[…].

Artikel 4.3. Compensatie afgeloste privaatrechtelijke geldschulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner

1. Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of aan een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, verleent Onze Minister op aanvraag compensatie voor een afgeloste geldschuld die op grond van artikel 4.1 voor overneming in aanmerking zou komen als deze niet voldaan was.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?