ECLI:NL:RVS:2026:2277

ECLI:NL:RVS:2026:2277

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 202406904/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn, verweerder het bestemmingsplan "Kayersmolen-Noord" vastgesteld. In de plantoelichting staat dat de gemeente Apeldoorn wil groeien van 150.000 naar 180.000 inwoners. Dat betekent dat er meer woningen nodig zijn. Op basis van regionale prognoses is in Apeldoorn in de periode van 2020 tot en met 2039 behoefte aan 12.500 woningen. In de Omgevingsvisie "Woest aantrekkelijk Apeldoorn" is een aantal locaties aangewezen waar woningen kunnen worden gebouwd. Daaronder valt ook het gebied "Kayersmolen-Noord". Het bestreden bestemmingsplan maakt het mogelijk om binnen het plangebied 470 woningen te bouwen. Een deel van deze woningen wordt volledig nieuw gebouwd en een deel wordt gerealiseerd in een bestaand bedrijfspand. Ook worden commerciële functies, buurtfuncties en parkeerfuncties mogelijk gemaakt.

Uitspraak

202406904/1/R4.

Datum uitspraak: 22 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Stichting Gebouw 055, gevestigd in Apeldoorn,

appellante,

en

de raad van de gemeente Apeldoorn,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Kayersmolen-Noord" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Stichting Gebouw 055 beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: STAB) heeft op verzoek van de Afdeling een deskundigenbericht uitgebracht. De raad, Nijhuis Bouw B.V. en anderen en Stichting Gebouw 055 hebben hun zienswijzen daarop naar voren gebracht.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 1 augustus 2025, waar Stichting Gebouw 055, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, rechtsbijstandsverlener in Almelo, vergezeld door [gemachtigde A], en de raad, vertegenwoordigd door T.C. Janssen, A. van Laar en H.J. van ’t Wout, bijgestaan door mr. L.J. Gerritsen, advocaat in Nijmegen, zijn verschenen. Ook zijn op de zitting Nijhuis Bouw B.V. en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde B] en [gemachtigde C], bijgestaan door mr. M. Blokvoort, advocaat in Deventer, als partij gehoord. Ook zijn op de zitting ir. K. Mensinga en R. Veenhof, beiden werkzaam bij de STAB, als deskundige gehoord.

Overwegingen

OVERGANGSRECHT INWERKINGTREDING OMGEVINGSWET

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet (hierna: de Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

INLEIDING

2. In de plantoelichting staat dat de gemeente Apeldoorn wil groeien van 150.000 naar 180.000 inwoners. Dat betekent dat er meer woningen nodig zijn. Op basis van regionale prognoses is in Apeldoorn in de periode van 2020 tot en met 2039 behoefte aan 12.500 woningen. In de Omgevingsvisie "Woest aantrekkelijk Apeldoorn" is een aantal locaties aangewezen waar woningen kunnen worden gebouwd. Daaronder valt ook het gebied "Kayersmolen-Noord". Het bestreden bestemmingsplan maakt het mogelijk om binnen het plangebied 470 woningen te bouwen. Een deel van deze woningen wordt volledig nieuw gebouwd en een deel wordt gerealiseerd in een bestaand bedrijfspand. Ook worden commerciële functies, buurtfuncties en parkeerfuncties mogelijk gemaakt.

TOETSINGSKADER

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

GRONDEN VAN BEROEP

4. Toen het plan werd vastgesteld, huurde Stichting Gebouw 055 het pand aan de Condorweg 1 in Apeldoorn. In het pand worden in het weekend kerkdiensten gehouden. Doordeweeks wordt het verhuurd. Het pand heeft tien zalen, waarvan de grootste 550 vaste zitplaatsen heeft. Nadat het plan is vastgesteld, is Stichting Gebouw 055 eigenaar geworden van het perceel. Stichting Gebouw 055 is het om verschillende redenen niet eens met het plan. Daarom heeft zij beroep ingesteld.

Strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

5. Stichting Gebouw 055 betoogt dat zij te weinig tijd heeft gehad om te reageren op het deskundigenbericht van de STAB. Ook viel de reactietermijn precies in de vakantieperiode, terwijl het de Afdeling bekend was dat Stichting Gebouw 055 in die termijn een vakantie had gepland. Stichting Gebouw 055 meent dat zij daardoor niet effectief heeft kunnen reageren op het deskundigenbericht. Dat acht de stichting in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM).

5.1. Het deskundigenbericht van de STAB is bij brief van 25 juni 2025 aan partijen verzonden. Partijen hebben tot 16 juli 2025 de tijd gekregen een zienswijze op dit verslag naar voren te brengen. De Afdeling ziet geen aanknopingspunten dat deze termijn te kort is om op het deskundigenbericht te kunnen reageren. Het deskundigenbericht is, in ieder geval voor het deel dat Stichting Gebouw 055 betreft, vrij beknopt. Uit het feit dat Stichting Gebouw 055 12 juli tot en met 28 juli 2025 heeft doorgegeven als verhinderdata voor het bijwonen van een zitting, kan niet zonder meer worden afgeleid dat zij ook niet in de gelegenheid was om te reageren op het deskundigenbericht, los van de vraag of de Afdeling had moeten weten dat Stichting Gebouw 055 een vakantie had gepland.

Het betoog slaagt niet.

Inbreuk eigendomsrecht

6. Stichting Gebouw 055 betoogt dat het plan in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM is vastgesteld. Het plan maakt een onaanvaardbare inbreuk op haar eigendomsrecht, doordat de planologische mogelijkheden op haar perceel aanzienlijk zijn beperkt.

6.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, laat artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM onverlet de toepassing van wetten die noodzakelijk kunnen worden geacht om gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang. In dit verband wordt gewezen op overweging 2.5.1 van de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1021. Een bestemmingsplanregeling is zo’n regulering. De Afdeling verwijst naar overweging 2.4 van haar uitspraak van 12 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN7996. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat als gevolg van de vaststelling van het plan het door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM beschermde recht van Stichting Gebouw 055 is geschonden en dat de raad de belangen van Stichting Gebouw 055 niet op voldoende evenwichtige wijze heeft afgewogen.

Het betoog slaagt niet.

Strijd met het Verdrag van Aarhus

7. Stichting Gebouw 055 betoogt dat het plan in strijd met het Verdrag van Aarhus tot stand is gekomen. Zij wijst erop dat alle beroepsgronden binnen zes weken moeten worden ingediend, terwijl de raad alle tijd heeft om het besluit te onderbouwen. Om alle aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende stukken te kunnen doorgronden is veel meer tijd nodig dan zes weken. Daarnaast heeft er geen hoorzitting plaatsgevonden zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus. De hoorzitting op 5 september 2024 stelde niets voor. Ook is ten onrechte geen hulp en bijstand verstrekt zoals voorgeschreven in het Verdrag van Aarhus. De versnelde procedure uit de Chw zorgt zo voor een afname van publieke deelname, minder transparantie en een beperking van juridische mogelijkheden voor burgers om tegen besluiten op te komen. Dat is in strijd met de kernprincipes van het Verdrag van Aarhus, waarin het recht op participatie, toegang tot informatie en toegang tot de rechter is gewaarborgd.

7.1. Over de stelling van Stichting Gebouw 055 dat geen hoorzitting heeft plaatsgevonden zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus, overweegt de Afdeling het volgende. De raad heeft toepassing gegeven aan de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Dat betekent dat er een ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen waarop Stichting Gebouw 055 een zienswijze naar voren heeft gebracht. De Afdeling heeft al eerder geoordeeld dat de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze tegen een ontwerpbesluit, waartoe op grond van afdeling 3.4 van de Awb met betrekking tot een besluit als in deze procedure de gelegenheid moet worden geboden, een correcte omzetting is van de inspraakverplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van Aarhus (onder 6.2 en 6.3 van de uitspraak van 27 mei 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1702)).

Zoals de Afdeling ook eerder heeft overwogen, zie overweging 8.2 van de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4617, bevat het Verdrag van Aarhus geen hoorplicht. Op de zitting is toegelicht dat de bijeenkomst waarnaar Stichting Gebouw 055 verwijst, geen hoorzitting is geweest, maar de zogenoemde Politieke markt. Deze wordt voorafgaand aan en ter voorbereiding op de raadsvergadering georganiseerd, maar heeft niet het karakter van een hoorzitting of onderzoek zoals bedoeld in artikel 6, onder 7, van het Verdrag van Aarhus.

7.2. De Afdeling begrijpt het betoog van Stichting Gebouw 055 verder zo, dat zij meent dat de eis uit artikel 1.6a van de Chw haar de toegang tot de rechter belemmert. Op grond van dat artikel kunnen na afloop van de beroepstermijn geen beroepsgronden meer worden aangevoerd. Maar de Afdeling ziet daarin geen grond om artikel 1.6a van de Chw strijdig te achten met het Verdrag van Aarhus. Daarbij betrekt de Afdeling dat weliswaar alle gronden binnen zes weken moeten worden aangevoerd, maar dat aanvulling van argumenten en onderbouwing van de gronden na de beroepstermijn is toegestaan. Vergelijk overweging 19 van de uitspraak van de Afdeling van 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1971.

7.3. Tot slot stelt Stichting Gebouw 055 dat ten onrechte geen hulp en bijstand is verstrekt zoals voorgeschreven in het Verdrag van Aarhus. De Afdeling heeft echter vaker overwogen dat aan artikel 9, vijfde lid, van het Verdrag van Aarhus geen rechtstreekse werking toekomt. Zie bijvoorbeeld overweging 9.1 van de uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1909, en overweging 8.2 van de uitspraak van 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4617.

7.4. Concluderend ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het plan in strijd met het Verdrag van Aarhus tot stand is gekomen.

Het betoog slaagt niet.

Milieueffectrapportage

8. Stichting Gebouw 055 betoogt dat ten onrechte geen MER is gemaakt. Er is zelfs geen m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. Volgens Stichting Gebouw 055 is dat besluit wel nodig om vroeg en vooraf te weten te komen welke milieueffecten meegewogen worden in het bestreden besluit. Daarbij wijst Stichting Gebouw 055 erop dat dit bestemmingsplan niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een groter woningbouwproject. Het project had in zijn geheel moeten worden beoordeeld.

8.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, zie de uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2298, is het bevoegd gezag op grond van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer verplicht om een beslissing te nemen over de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze beslissing wordt een m.e.r.-beoordelingsbesluit genoemd.

8.2. Niet in geschil is dat in dit geval op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan nog geen m.e.r.-beoordelingsbesluit was genomen. Omdat toen een m.e.r.-beoordelingsbesluit ontbrak, moet worden geoordeeld dat niet is voldaan aan de in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit milieueffectrapportage neergelegde verplichting de daar genoemde verplichtingen uit de Wet milieubeheer toe te passen. Dat levert een gebrek op. De Afdeling ziet geen aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren.

8.3. Bij brief van 27 juni 2025 heeft de raad alsnog een door het college genomen m.e.r.-beoordelingsbesluit toegestuurd. Dit besluit bevat, onder verwijzing naar de in de plantoelichting bij het ontwerpbesluit opgenomen vormvrije m.e.r.-beoordeling, alsnog de expliciete beslissing om geen m.e.r. op te stellen. Daarom ziet de Afdeling wel aanleiding om te onderzoeken of de rechtsgevolgen van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb in stand kunnen worden gelaten (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4327).

8.4. Stichting Gebouw 055 heeft gesteld dat zij in haar inspraakrechten is geschaad doordat het m.e.r-beoordelingsbesluit later is genomen dan dat het bestemmingsplan is vastgesteld. Dat betoog volgt de Afdeling niet. De vormvrije m.e.r.-beoordeling van 1 december 2023 is namelijk als bijlage 6 bij de toelichting op het ontwerpplan en als bijlage 9 bij de toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. In dat document wordt al ingegaan op de vraag of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden bij de herontwikkeling van Kayersmolen-Noord. Hierover heeft Stichting Gebouw 055 dan ook al gronden kunnen aanvoeren, zowel in haar zienswijze over het ontwerpplan als in haar beroepschrift over het bestemmingsplan.

8.5. Over de stelling van Stichting Gebouw 055 dat dit plan onderdeel is van een groter woningbouwproject overweegt de Afdeling het volgende. Het staat niet ter discussie dat het bestemmingsplan Kayersmolen-Noord een project is binnen een groter gebied, dat het "BSK-gebied" wordt genoemd. Maar de Afdeling volgt het standpunt van de raad dat tussen het bestemmingsplan "Kayersmolen-Noord" en de overige projecten in het BSK-gebied niet zo’n samenhang bestaat dat de ontwikkelingen voor de toepassing van de mer-regelgeving één activiteit vormen. De raad heeft toegelicht dat geen sprake is van een financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen. Bovendien is de realisatie van het project Kayersmolen-Noord niet afhankelijk van de realisatie van de andere ontwikkelingen in het BSK-gebied. De raad heeft dus geen aanleiding hoeven zien om de in het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling samen met de andere ontwikkelingen in het BSK-gebied te beschouwen als één stedelijk ontwikkelingsproject.

Het betoog slaagt niet.

8.6. Onder het kopje "Conclusie", onder 16 en verder, zal de Afdeling de gevolgen bespreken van het onder 8.2 vastgestelde gebrek.

Stikstof

9. Stichting Gebouw 055 betoogt dat het plan niet voldoet aan de regelgeving over stikstof. Er is volgens Stichting Gebouw 055 ten onrechte geen passende beoordeling gemaakt.

9.1. Stichting Gebouw 055 beroept zich hier op bepalingen uit de Wet natuurbescherming die strekken tot bescherming van het behoud van natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Dat is een algemeen belang. Een rechtspersoon waarvan de statutaire doelstelling niet is gericht op de bescherming van natuurbelangen als zodanig, kan in rechte niet opkomen voor het algemeen belang bij de bescherming van de natuurwaarden van een bepaald gebied, zie overweging 10.65 van de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706. Het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a van de Awb staat in dat geval aan vernietiging van het besluit op dat punt in de weg.

9.2. In artikel 2 van de statuten van Stichting Gebouw 055 staat:

"De stichting heeft uitsluitend ten doel het verrichten van kenbare fondsverwervende activiteiten als bedoeld in artikel 9a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, en dan met name ten behoeve van de algemeen nut beogende instelling (ANBI) Kerkgenootschap De Basis te Apeldoorn, en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords."

9.3. De Afdeling stelt vast dat de statutaire doelstelling van Stichting Gebouw 055 niet is gericht op de bescherming van natuurbelangen. Dat betekent dat het relativiteitsvereiste op dit punt in de weg staat aan vernietiging van het besluit. Dat, zoals de stichting op de zitting heeft opgemerkt, stikstof onderdeel is van de vormvrije m.e.r.-beoordeling van 1 december 2023, maakt dat niet anders. In de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, staat onder 10.87 dat wanneer artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden die tegen de beoordeling in het kader van de Wnb zijn gericht, dit ertoe leidt dat dit deelaspect dan in het MER ook niet door appellanten kan worden aangevochten. Dat geldt ook als het gaat om het deelaspect dat deel uitmaakt van een m.e.r-beoordeling. Zie de uitspraak van de Afdeling van 24 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1705, onder 4.1.

9.4. De Afdeling bespreekt deze beroepsgrond daarom niet inhoudelijk.

Beperking planologische mogelijkheden

10. Stichting Gebouw 055 betoogt dat de raad ten onrechte de planologische mogelijkheden op haar perceel heeft beperkt. Het perceel is alleen nog bestemd voor een kerkelijk centrum. Het vorige plan stond meer bedrijvigheid toe. Juist deze ruime mogelijkheden hebben bijgedragen aan de keuze om op dit perceel een multifunctioneel centrum te vestigen. Stichting Gebouw 055 gebruikt haar pand namelijk in het weekend voor kerkelijke activiteiten, maar verhuurt deze doordeweeks aan derden. Doordat de raad de bestemming heeft beperkt tot het kerkelijk centrum, is deze verhuur niet langer mogelijk. Stichting Gebouw 055 voert aan dat zij die inkomsten nodig heeft om te kunnen voortbestaan. Dat is beoogd om een multifunctioneel centrum te exploiteren blijkt al uit de aanvraag om de vergunning van 26 april 2016. Daarin staat dat het gebouw gebruikt gaat worden als multifunctioneel centrum. Het was juist ook de wens van de gemeente dat het gebouw niet alleen in het weekend zou worden gebruikt. Stichting Gebouw 055 wijst erop dat het niet nodig is alle bedrijfsactiviteiten weg te bestemmen, aangezien de woningen op meer dan 30 m afstand zijn gesitueerd. Ook wijst Stichting Gebouw 055 erop dat bij de woningen aan huis en op de gronden met de bestemming "Gemengd" ook allerlei bedrijvigheid is toegestaan.

10.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de wijze waarop het perceel van Stichting Gebouw 055 is bestemd in het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft ervoor gekozen in het plan het meest recente vergunde gebruik als kerkelijk centrum op te nemen. Het klopt dat op grond van het vorige plan meer bedrijvigheid was toegestaan. Het is een bewuste keuze geweest dat niet langer als zodanig te bestemmen, omdat de raad dat niet verenigbaar acht met de mogelijk gemaakte woningbouw en een goede ruimtelijke ordening. Daarbij heeft de raad betrokken dat het gebruik als multifunctioneel centrum niet is vergund en niet was toegestaan op grond van het vorige bestemmingsplan.

10.2. Op grond van de verbeelding van het vorige bestemmingsplan "Kanaalzone-Zuid - Kayersmolen" geldt voor het perceel de bestemming "Bedrijf". Daarbij gelden twee aanduidingen voor het perceel: de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2" en de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - ijzer- en staalgieterij".

Op 6 juni 2014 heeft Alphatronics Holding B.V. een omgevingsvergunning aangevraagd om op het perceel een kerkelijk centrum te bouwen. Omdat op grond van het bestemmingsplan "Kanaalzone-Zuid - Kayersmolen" op het perceel geen kerkelijk centrum was toegestaan, heeft het college bij besluit van 26 april 2016 de vergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het oprichten van een kerkelijk centrum verleend.

Op 19 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Kayersmolen-Noord" vastgesteld . Op grond van de verbeelding van dit bestemmingsplan geldt voor het perceel de bestemming "Maatschappelijk", met daarbij de aanduiding "religie". Op grond van artikel 5.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn de voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden bestemd voor een kerkelijk centrum ter plaatse van de daartoe strekkende specifieke aanduiding.

10.3. Het is juist dat het bestemmingsplan "Kanaalzone-Zuid - Kayersmolen" op het perceel meer bedrijvigheid toestond dan het nu voorliggende plan. Het bestemmingsplan legt het bestaande gebruik als kerkelijk centrum vast. De Afdeling ziet geen grond om de keuze van de raad om de planologische mogelijkheden daartoe te beperken, gelet op de betrokken belangen, in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten. Het is in het belang van de Stichting Gebouw 055 om het gebruik als multifunctioneel centrum, zoals dat nu plaatsvindt, ten volle te kunnen voortzetten. Maar daar staat tegenover dat dit gebruik op grond van het vorige plan niet is toegestaan. Dat gebruik valt niet onder bedrijven tot en met categorie 2 uit de "Lijst van toegelaten bedrijven" of een ijzer- en staalgieterij. De Afdeling volgt Stichting Gebouw 055 niet in haar betoog dat die lijst ook ruimte biedt voor de activiteiten die nu plaatsvinden in het multifunctioneel centrum. Zie hierover ook overweging 5.1 van de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5138. Die uitspraak strekt kort gezegd tot instandhouding van een last onder dwangsom die was opgelegd, omdat Stichting Gebouw 055 met de activiteiten die geen relatie hebben met een kerkelijk centrum in strijd handelt met dat vorige plan. Daarbij komt dat bij besluit van 26 april 2016 expliciet vergunning is verleend voor een kerkelijk centrum en niet voor een multifunctioneel centrum. Het gebruik als multifunctioneel centrum is volgens de raad vanwege de verkeersaantrekkende werking en de toename van de parkeerdruk ook niet verenigbaar met de geplande woningbouw. Het gaat daarbij om de piekmomenten in de verkeersstromen van en naar het centrum. Verder kan de benodigde parkeerbehoefte voor een multifunctioneel centrum niet op het eigen terrein van de stichting worden opgevangen.

Het betoog slaagt niet. Dit brengt met zich dat de Afdeling hierna bij de beoordeling van de gevolgen van het bestemmingsplan ervan zal uitgaan dat het plan alleen het gebruik als kerkelijk centrum toestaat.

Waardedaling pand

11. Stichting Gebouw 055 betoogt dat de raad onvoldoende in de belangenafweging heeft meegewogen dat haar pand in waarde is gedaald door het plan.

11.1. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van het pand aan de Condorweg 1 betreft, bestaat geen aanleiding voor de verwachting dat die waardevermindering zo groot zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.

Het betoog slaagt niet.

Beperking bedrijfsvoering?

12. Stichting Gebouw 055 vreest in haar bedrijfsvoering beperkt te worden door de komst van de nieuwe woningen. De woningen zijn namelijk geprojecteerd in de milieugebruiksruimte van de activiteiten aan de Condorweg 1. Daardoor kan Stichting Gebouw 055 niet meer aan de geldende normen voldoen, waardoor bij de woningen geen goed woon- en leefklimaat is geborgd.

12.1. In paragraaf 3.1.3 van de plantoelichting staat dat de raad voor de vraag of een voldoende ruimtelijke scheiding bestaat tussen bestaande, milieubelastende bedrijven in het plangebied en milieugevoelige functies als wonen aansluiting heeft gezocht bij de richtafstanden uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 (hierna: de VNG-brochure). Voor een kerk geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 m. De afstand van het kerkelijk centrum tot de dichtstbij gelegen bestemming "Wonen" bedraagt meer dan 10 m. Aan de hand daarvan wordt in de plantoelichting geconcludeerd dat het kerkelijk centrum geen belemmering vormt in het kader van milieuzonering.

12.2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad aan het voldoen aan de aanbevolen richtafstand de conclusie mogen verbinden dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ontstaat. Stichting Gebouw 055 heeft geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die aan de hantering van deze afstand in dit geval in de weg zouden kunnen staan.

Het betoog slaagt niet.

Parkeer- en verkeeroverlast

13. Stichting Gebouw 055 vreest voor parkeer- en verkeersoverlast door de komst van de nieuwe woningen. Het plan voorziet volgens Stichting Gebouw 055 namelijk niet in voldoende parkeerplaatsen. Ook staan de voorziene parkeergarages te dicht op de woningen, waardoor het risico bestaat dat deze niet gebruikt kunnen worden.

13.1. In haar deskundigenbericht heeft de STAB in paragraaf 3.7 geconstateerd dat het plan voor de verkeersafwikkeling hoogstens tot gevolg zal hebben dat de bezoekers van het pand aan de Condorweg 1 een langere wachttijd voor de kruisingen zullen hebben. Daarin ziet de Afdeling geen aanleiding Stichting Gebouw 055 te volgen in haar vrees dat het plan onaanvaardbare verkeersoverlast veroorzaakt.

Over parkeren overweegt de Afdeling dat in artikel 12.3.2 van de planregels is geborgd dat alleen een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, als bij de aanvraag wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. In artikel 12.3.1 is geregeld dat gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen, in strijd is met de bestemming. De STAB heeft in haar deskundigenbericht geconcludeerd dat, ook als uitsluitend woningen met de hoogste parkeerbehoefte worden gerealiseerd, daarvoor ruimte is in de twee parkeergarages die het plan mogelijk maakt. De Afdeling ziet verder geen aanleiding Stichting Gebouw 055 te volgen in haar vrees dat één van de parkeergarages niet zal kunnen worden gebruikt, omdat deze aan twee zijden deels grenst aan twee bouwvlakken van de nieuwe woningen. Er is een in- en uitgang mogelijk aan de Mezenweg. Daarnaast is een parkeergarage als functie verenigbaar met de woningen.

Het betoog slaagt niet.

Plangrensbetoog

14. Stichting Gebouw 055 betoogt dat de raad het perceel aan de Condorweg 1, net als de bedrijven die liggen aan Kayersdijk 17 en Mezenweg 13, buiten het plan had moeten houden. Deze bedrijven mogen wel hun bedrijfsbestemmingen behouden.

14.1. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Maar deze ruimte is niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Gelet op wat Stichting Gebouw 055 heeft aangevoerd, is de Afdeling van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing een goede ruimtelijke ordening dient. Zij betrekt daarbij dat de raad heeft toegelicht dat het perceel aan de Condorweg 1 in het plan is opgenomen om het vergunde gebruik als kerkelijk centrum in planologische zin te verankeren. Voor de percelen aan de Kayersdijk 17 en de Mezenweg 13 zijn geen vergunningen verleend. Gelet hierop heeft de raad ervoor kunnen kiezen het perceel aan de Condorweg 1 wel in het plan op te nemen en de percelen aan de Kayersdijk 17 en Mezenweg 13 niet.

Het betoog slaagt niet.

Overige beroepsgronden

15. Stichting Gebouw 055 heeft ook nog beroepsgronden aangevoerd over grondexploitatie, het Bouwbesluit 2012, de Nationale Omgevingsvisie, de Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland", het rechtszekerheidsbeginsel, hittestress en bijzondere bomen. De Afdeling is van oordeel dat deze gronden geen aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan gebreken bevat. Daarvoor is mede van belang dat die gronden niet of beperkt zijn onderbouwd.

CONCLUSIE

16. Het beroep is, gelet op wat de Afdeling onder 8.2 heeft overwogen, gegrond. Het besluit van 19 september 2024 moet worden vernietigd.

17. De Afdeling ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand te laten. De grondslag hiervoor is artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb. Daartoe overweegt de Afdeling dat alsnog een m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen en dat de inhoudelijke beroepsgronden die betrekking hebben op de inhoud van dit besluit niet slagen.

18. De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Apeldoorn van 19 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kayersmolen-Noord";

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit van 19 september 2024 geheel in stand blijven;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Apeldoorn tot vergoeding van de bij Stichting Gebouw 055 opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Apeldoorn aan Stichting Gebouw 055 het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrage van € 371,00.

Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, voorzitter, en mr. J. Gundelach en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Perlot, griffier.

w.g. De Groot

voorzitter

w.g. Perlot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026

952

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.F. de Groot
  • mr. J. Gundelach
  • mr. J.H. van Breda

Griffier

  • mr. M.S. Perlot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?