202401360/1/A3.
Datum uitspraak: 22 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats] (België),
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank OostÂBrabant van 23 januari 2024 in zaak nr. 22/1039 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Best.
Procesverloop
Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de burgemeester het bedrijfspand aan de [locatie] in Best gesloten voor de duur van zes maanden.
Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 november 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.P. van Knippenbergh, advocaat in Best, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. S. Verouden, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellant] huurde het bedrijfspand aan de Nijverheidsweg en exploiteerde vandaaruit twee bedrijven. Op 23 juni 2020 heeft de politie met gemeentelijke toezichthouders een bestuurlijke controle uitgevoerd in het pand. In de daarvan opgemaakte bestuurlijke rapportage van 1 juli 2020 staat dat in een afgesloten ruimte in het bedrijfspand onder meer een kweektent met daarin een hennepdrogerij en henneptoppen met een nettogewicht van 2,7 kg zijn aangetroffen, die op het politiebureau positief getest zijn.
2. De burgemeester heeft onder verwijzing naar onder meer de bevindingen uit de bestuurlijke rapportage het bedrijfspand gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid van de gemeente Best voor de duur van zes maanden. De eigenaar van het bedrijfspand heeft de huurovereenkomst met [appellant] meteen opgezegd, zodat [appellant] aldaar iedere activiteit van zijn bedrijven moest staken.
3. [appellant] vindt de sluiting onterecht. Volgens hem is de aangetroffen hennep enkel bedoeld voor olie voor eigen gebruik. Hij gebruikt daarvoor de hennepsoort Carma die anders dan andere soorten een laag THC-gehalte heeft. De henneptoppen zijn bedoeld voor de productie van CBD-olie ter bestrijding van zijn pijnklachten. De burgemeester was daarom helemaal niet bevoegd tot sluiting van het pand.
Rechtbank
4. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van het pand over te gaan. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat als het gaat om een geringe overschrijding van de grens van vijf gram softdrugs of vijf planten de betrokkene feiten en omstandigheden kan noemen waaruit volgt dat het gaat om een hoeveelheid voor eigen gebruik of om een hoeveelheid die niet voor de verkoop, verstrekking of aflevering aanwezig was, er dan toch geen bevoegdheid om handhavend op te treden bestaat als er een helder en consistent betoog is dat de aangetroffen drugs voor eigen gebruik zijn, er geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel of andere relevante feiten of omstandigheden zijn gebleken.
5. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aangetroffen henneptoppen alleen voor eigen gebruik zijn. De rechtbank volgt [appellant] niet in de stelling dat de aangetroffen henneptoppen afkomstig waren van niet meer dan vijf planten en dat hij daarom de grens van vijf toe te laten planten niet heeft overschreden. De rechtbank wijst erop dat de hoeveelheid hennep relevant is. De rechtbank overweegt dat ook als moet worden aangenomen dat 2,7 kg natte henneptoppen zijn aangetroffen, de burgemeester met toepassing van de landelijke ervaringsregel dit gewicht terecht heeft omgerekend tot 540 gram droge hennep. Omdat dit 108 keer meer is dan de maximale hoeveelheid voor eigengebruik (zijnde 5 gram), kan dit al niet worden gezien als een geringe overschrijding. Wat de omrekening naar CBD-olie betreft, gaat de rechtbank er vanuit dat 2,7 kg natte henneptoppen 1.350 ml CBD-olie oplevert en geen 25 ml zoals [appellant] stelt. De rechtbank betrekt daarbij dat [appellant] in reactie op het verschil met de uitkomst van de burgemeester alleen heeft gesteld dat hij de productie zelf heeft bijgehouden. Omdat hij dit verder niet met objectief verifieerbare gegevens heeft onderbouwd, heeft de burgmeester hier geen waarde aan hoeven hechten. Ook in zoverre wijst de aangetroffen hoeveelheid niet op eigen gebruik, aldus de rechtbank.
6. Wat de door [appellant] aangehaalde rassenlijst en de landbouwexceptie betreft, merkt de rechtbank op dat vaststaat dat Carma, zijnde hennep, een verboden middel is, dat de lijst bedoeld is voor landbouwers en dat de landbouwexceptie niet aan de orde is, alleen al omdat er geen sprake is van teelt in de volle grond of in de open lucht. Daarmee vervalt ook het beroep van [appellant] op de arresten van het Hof en de Hoge Raad. Legaal geproduceerde CBD is op grond van het Unierecht toegestaan. In dit geval zijn de hennepplanten echter niet op een legale manier geteeld, aldus de rechtbank.
Hoger Beroep
7. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de burgemeester niet bevoegd was op basis van de aangetroffen henneptoppen het bedrijfspand te sluiten. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de aangetroffen hoeveelheid hennep voor een ander doel bestemd was dan voor eigen gebruik. Daarom is de sluiting onrechtmatig. Hij wijst erop dat hij een specifieke Carma hennepplant gebruikt met een lager opbrengstpercentage. Uit de aanwezige natte henneptoppen heeft hij in totaal 375 gram gedroogd en hieruit heeft hij ongeveer 25 ml CBD geperst. De door hem geteelde hennepsoort Carma is THC-arm en alleen bedoeld om CBD-olie van te maken. Het gaat om een hennepsoort die is goedgekeurd door de Europese Commissie vanwege het lage THC-percentage van 0,2%. Omdat een commercieel verkrijgbaar flesje CBD olie 10 ml bevat is het aannemelijk dat de hoeveelheid van 25 ml voor eigen gebruik is. Bovendien is CBD olie lang houdbaar en is hij een zeer frequent gebruiker. Volgens [appellant] groeit deze hennepsoort groter uit en er is een grotere plant nodig om voldoende CBD-olie voor eigen gebruik van te kunnen maken. De hoeveelheid CBD-olie die uiteindelijk van de plant komt is namelijk kleiner dan de hoeveelheid waarvan de burgemeester uitgaat, omdat hij een eigen persinstallatie gebruikt. Er bestaat dan ook geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de aangetroffen hoeveelheid hennep was bestemd voor een ander doel dan voor eigen gebruik, zo stelt hij. Bovendien is de hennep niet afkomstig van meer dan vijf planten, en dus ook om die reden toegestaan. Het pand heeft geen enkele bekendheid met drugshandel of productie. Zijn handelen is in het geheel niet op handel of productie gericht. Dit alles maakt dat de burgemeester niet bevoegd was om handhavend op te treden.
Beoordeling hoger beroep
8. In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij uitgaat bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep. Hoewel die uitspraak gaat over sluiting van woningen, gelden dezelfde uitgangspunten, waar van toepassing, ook voor lokalen, zoals bedrijfsruimten, zie de uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:336, onder 7.1.
9. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 7 tot en met 10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.
De Afdeling voegt daar nog het volgende aan toe. Niet betwist is dat het gaat om 2,7 kg henneptoppen en dat het netto resultaat in ieder geval ten minste 350 gram zal bedragen. Een dergelijke hoeveelheid is niet met een verwijzing naar het aantal planten te beschouwen als een geringe overschrijding. Hierbij merkt de Afdeling ook op dat de planten zelf niet zijn aangetroffen en dat uit het ontbreken van materialen voor handel niet kan worden afgeleid dat bij deze hoeveelheid toch moet worden uitgegaan van eigen gebruik. Wat de gestelde afwijkende verhouding tussen THC en CBP betreft, wijst de Afdeling erop dat de wet hierin geen onderscheid maakt. De conclusie van de rechtbank over de bevoegdheid van de burgemeester is juist.
Slotsom
10. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
11. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026
314-1158