ECLI:NL:RVS:2026:2337

ECLI:NL:RVS:2026:2337

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 202401742/2/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht

Samenvatting

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/6459. Die zaak gaat over het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie over het aantal aanwezigen in kerkelijke gebouwen in de periode van 14 april 2020 tot 26 oktober 2020. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de zienswijzen kennis zal nemen. De zienswijzen bevatten privacygevoelige informatie zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers. Verder staat in de zienswijzen en bijbehorende bijlagen informatie uit de documenten die de minister niet openbaar heeft gemaakt.

Uitspraak

202401742/2/A3.

Datum beslissing: 21 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/6459 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/6459. Die zaak gaat over het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie over het aantal aanwezigen in kerkelijke gebouwen in de periode van 14 april 2020 tot 26 oktober 2020.

De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft, voor zover nog relevant in hoger beroep, een aantal zienswijzen op het verzoek om informatie.

Overwegingen

1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de zienswijzen kennis zal nemen. De zienswijzen bevatten privacygevoelige informatie zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers. Verder staat in de zienswijzen en bijbehorende bijlagen informatie uit de documenten die de minister niet openbaar heeft gemaakt.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. De Afdeling heeft kennisgenomen van de zienswijzen en de bijbehorende bijlagen.

4. De Afdeling stelt voorop dat een zienswijze een op de zaak betrekking hebbend stuk is waarin de opvatting van een belanghebbende over een door het bestuursorgaan te nemen besluit is opgenomen. De aard en betekenis van een zienswijze brengen mee dat deze in beginsel ongeschoond deel hoort uit te maken van de processtukken.

5. De Afdeling stelt vast dat de bijlage bij één van de zienswijzen de ongeschoonde versie van een document is waarop de minister heeft aangemerkt welke delen volgens hem niet openbaar moeten worden gemaakt. De vraag of het achterwege blijven van het openbaar maken van de informatie in onder meer dit document terecht is, staat ter beoordeling in het geschil in de bodemprocedure. Die vraag vormt dus het onderwerp van het geschil. Daarom al kan deze informatie niet gedurende de loop van de procedure aan [appellant] worden verstrekt. Met verstrekking zou namelijk in zoverre worden vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure. Die procedure zou door de verstrekking in zoverre zinloos worden. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming in zoverre gerechtvaardigd.

6. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming om dezelfde reden ook gerechtvaardigd voor zover in de bijlagen een toelichting wordt gegeven over de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Die toelichtingen bevatten namelijk informatie over de inhoud van de documenten die volgens de minister niet openbaar zouden moeten worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor zover in de zienswijze met documentnummer 15 staat waarom de derde vindt dat daarin genoemde documenten niet openbaar zouden moeten worden gemaakt door de minister.

7. De zienswijzen met bijlagen bevatten verder privacygevoelige informatie zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers. Hierover oordeelt de Afdeling dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de personen van wie die gegevens zijn, zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om ervan kennis te nemen. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming dus ook in zoverre gerechtvaardigd.

8. Dat is anders voor delen van de zienswijzen waarin de derden instemmen met het voorstel van de minister om openbaarmaking van de informatie. Met de verstrekking aan [appellant] van die informatie wordt niet vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure. In zoverre zal de Afdeling het verzoek van de minister afwijzen omdat het belang van [appellant] om kennis te nemen van die informatie zwaarder weegt.

9. Als de minister geen gehoor geeft aan het in dictumonderdeel II. aangeduide verzoek om een geschoonde versie van de zienswijzen, toe te sturen, kan de Afdeling daaraan gevolgen verbinden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af wat betreft de in overweging 8 genoemde delen van de zienswijzen;

II. verzoekt de minister van Justitie en Veiligheid binnen 7 dagen na heden een geschoonde versie van de zienswijzen aan de Afdeling en de andere partij toe te sturen.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer

w.g. Van Tuyll van Serooskerken

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026

290

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand