ECLI:NL:RVS:2026:2363

ECLI:NL:RVS:2026:2363

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer BRS.26.001985
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

BRS.26.001985

ECLI:NL:RVS:2026:2363

Datum uitspraak: 30 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 2 april 2026 in zaak nr. 26/3433 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 2 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.E.J.M. van den Toorn, advocaat in Made, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat zij toepassing heeft gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Tegen die uitspraak kan daarom geen hoger beroep worden ingesteld (zie artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb). Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen daartegen wel verzet doen bij de bestuursrechter, in dit geval de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg (zie artikel 8:55, eerste lid, van de Awb).

2. Wat appellant in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich in deze zaak niet voor. Appellant heeft niet toegelicht dat hij in zijn belangen is geschaad doordat de rechtbank geen zitting heeft gehouden. Dat de rechtbank verder een onjuiste rechtsmiddelenclausule heeft opgenomen, maakt dit niet anders. Een onjuiste rechtsmiddelenvoorlichting kan geen recht van hoger beroep in afwijking van wettelijke bepalingen doen ontstaan. Zie de uitspraak van de Afdeling van 20 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2353, onder 2.

3. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De Afdeling zal het hogerberoepschrift van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank doorsturen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, voor verdere behandeling als verzetschrift (zie artikel 6:15 van de Awb).

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026

644

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W.M. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand