202403981/1/A3.
Datum uitspraak: 29 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Tank Cleaning Europoort B.V., gevestigd in Rotterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 mei 2024 in zaak nr. 23/71 in het geding tussen:
Tank Cleaning Europoort
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Procesverloop
Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister Tank Cleaning Europoort een eis tot naleving gesteld.
Bij besluit van 25 november 2022 heeft de minister het door Tank Cleaning Europoort daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 mei 2024 heeft de rechtbank het door Tank Cleaning Europoort daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Tank Cleaning Europoort hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Tank Cleaning Europoort en de minister hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting van 11 maart 2026 behandeld, waar Tank Cleaning Europoort, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat in Rotterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.M. Pelgrim en P.J.W. van Ekerschot, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. Toezichthouders hebben op 28 februari 2022 in opdracht van de minister bij Tank Cleaning Europoort gecontroleerd op blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Tijdens deze controle hebben de toezichthouders geconstateerd dat werknemers bij het schoonmaken van tankcontainers en tankopleggers handschoenen gebruikten die van PVC zijn gemaakt. Volgens de minister moet echter gebruik worden gemaakt van handschoenen die zijn gemaakt van polyvinyl alcohol of nitrile rubber. Dat staat in een veiligheidsinformatieblad (vib). Deze handschoenen zijn beter bestand tegen de stof Hydradd M62, waarmee de schoonmaakwerkzaamheden worden uitgevoerd. Van de controle hebben de toezichthouders bij brief van 31 maart 2022 verslag gedaan.
2. Omdat Tank Cleaning Europoort handschoenen van PVC gebruikt, is volgens de minister sprake van een overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onder b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Daarom heeft hij op grond van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet een eis tot naleving van de voorschriften gesteld. De rechtbank heeft de besluitvorming van de minister rechtmatig geacht.
Hoger beroep
3. Tank Cleaning Europoort betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister de eis tot naleving mocht stellen. Volgens haar zijn de gebruikte handschoenen geschikt om te gebruiken bij de schoonmaakwerkzaamheden. Dat heeft zij ook laten onderzoeken. Tank Cleaning Europoort stelt daarom dat zij in overeenstemming met de best beschikbare informatie heeft gehandeld en adequate arbeidsmiddelen ter beschikking heeft gesteld.
Wettelijk kader
4. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
Beoordeling
5. Uit de wet volgt dat de werkgever voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers moet zorgen. Bij de uitoefening van werkzaamheden moeten gevaren en risico’s voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Als de werknemer met gevaarlijke stoffen werkt, moet de werkgever beschermingsmaatregelen aanbieden die bijvoorbeeld zijn geadviseerd op het etiket van het product. Als de werkgever zich daar niet aan houdt, kan de minister een eis tot naleving opleggen die inhoudt dat de werkgever betere beschermingsmaatregelen moet nemen.
5.1. Uit de nadere stukken die Tank Cleaning Europoort en de minister hebben ingediend en wat is besproken op de zitting bij de Afdeling, is gebleken dat de minister bij brief van 3 juli 2025 aan Tank Cleaning Europoort heeft medegedeeld dat de overtreding is opgeheven. Volgens de minister heeft Tank Cleaning Europoort met een onderzoek van 30 april 2025 aangetoond dat de gebruikte handschonen voldoen in het beschermen van werknemers. Daarmee is naar het oordeel van de Afdeling niet tegemoetgekomen aan het hoger beroep. De minister stelt zich namelijk op het standpunt dat hij de eis tot naleving mocht opleggen, omdat Tank Cleaning Europoort niet had aangetoond dat de gebruikte handschoenen voldoende bescherming bieden. De Afdeling zal dat beoordelen.
5.2. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister aan Tank Cleaning Europoort een eis tot naleving mocht opleggen. Uit de ‘safety data sheet’ van Hydradd M62 volgt dat geadviseerd wordt beschermingsmaatregelen te gebruiken die zijn gemaakt van polyvinyl alcohol of nitrile rubber. Die vermelding is, anders dan Tank Cleaning Europoort betoogt, niet onduidelijk. Van de adviezen uit de safety data sheet mag alleen worden afgeweken als uit deugdelijk gedaan onderzoek blijkt dat de gebruikte beschermingsmiddelen in gelijke mate bescherming bieden. Tank Cleaning Europoort had weliswaar twee onderzoeken laten doen naar de bescherming van de PVC-handschoenen, maar die toonden onvoldoende aan dat dezelfde mate van bescherming stond als bij gebruik van handschoenen, gemaakt van polyvinyl alcohol of nitrile rubber. Omdat Tank Cleaning Europoort zich niet aan de adviezen op de safety data sheet heeft gehouden, geen voldoende onderzoeken heeft laten doen naar de werking van PVC-handschoenen en die handschoenen desondanks heeft gebruikt, heeft zij zich niet gehouden aan de vereisten uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Dat uit later onderzoek is gebleken dat de handschoenen veilig gebruikt kunnen worden, betekent niet dat de minister geen eis tot naleving mocht opleggen. Het belang van de veiligheid van werknemers staat voorop en mocht de minister zwaarder laten wegen dan het belang van Tank Cleaning Europoort.
Conclusie
6. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
7. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Renkema, griffier.
w.g. Besselink
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Renkema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026
1071
BIJLAGE
Arbeidsomstandighedenwet
Artikel 3. Arbobeleid
1. De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, waarbij hij, gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, het volgende in acht neemt:
a. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer;
b. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd worden de gevaren en risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk in eerste aanleg bij de bron daarvan voorkomen of beperkt; naar de mate waarin dergelijke gevaren en risico's niet bij de bron kunnen worden voorkomen of beperkt, worden daartoe andere doeltreffende maatregelen getroffen waarbij maatregelen gericht op collectieve bescherming voorrang hebben boven maatregelen gericht op individuele bescherming; slechts indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat maatregelen worden getroffen die zijn gericht op individuele bescherming, worden doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan de werknemer ter beschikking gesteld;
[…]
Artikel 27. Eis tot naleving
1. Een daartoe aangewezen toezichthouder kan aan een werkgever een eis stellen betreffende de wijze waarop een of meer bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet moeten worden nageleefd.
2. Een eis vermeldt van welke regelen hij de wijze van naleving bepaalt en bevat de termijn waarbinnen eraan moet zijn voldaan.
3. De werkgever is verplicht om aan de eis te voldoen. De werknemers zijn verplicht aan de eis te voldoen voor zover zulks bij de eis is bepaald. De werkgever draagt zorg dat de werknemers van de op hen rustende verplichting zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld.
[…]
Arbeidsomstandighedenbesluit
Artikel 4.1c Beperken van blootstelling; algemene preventieve maatregelen
1. In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt, in het kader van artikel 3 van de wet, de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen voorkomen of geminimaliseerd door:
[…]
b. gebruik te maken van adequate arbeidsmiddelen;
[…]
f. huidcontact is voorkomen of geminimaliseerd door het dragen van doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen bij mogelijke blootstelling aan een gevaarlijke stof:
1°. die voldoet aan criteria voor een of meer van de volgende gevarenaanduidingen als bedoeld in EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: H-zinnen 310, 311, 312, 314, 315 of 317;
[…]