ECLI:NL:RVS:2026:2431

ECLI:NL:RVS:2026:2431

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer 202504722/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de Specialisten Registratie Commissie, kamer Ziekenhuisfarmacie het verzoek van [appellante] tot herregistratie in het register van ziekenhuisapothekers afgewezen en haar per 1 juli 2023 uit dit register laten verwijderen. [appellante] was sinds 2003 ingeschreven als ziekenhuisapotheker in het specialistenregister. Een ziekenhuisapotheker moet zich elke vijf jaar laten herregistreren om als ziekenhuisapotheker te mogen blijven werken. De laatste inschrijvingstermijn van [appellante] in het specialistenregister dateerde van 1 januari 2018 en eindigde op 1 januari 2023. Deze termijn is in verband met de coronacrisis verlengd tot 1 juli 2023. Een ziekenhuisapotheker moet in de periode waarin zij staat ingeschreven nascholingsactiviteiten volgen en voldoende relevante werkervaring opdoen om aan de eisen voor de volgende herregistratieperiode te kunnen voldoen.

Uitspraak

202504722/1/A2.

Datum uitspraak: 29 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Arnhem,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 juli 2025 in zaak nr. 24/3270 in het geding tussen:

[appellante]

en

Specialisten Registratie Commissie, kamer Ziekenhuisfarmacie (de SRC-ZF).

Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de SRC-ZF het verzoek van [appellante] tot herregistratie in het register van ziekenhuisapothekers afgewezen en haar per 1 juli 2023 uit dit register laten verwijderen.

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de SRC-ZF het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De SRC-ZF heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 januari 2026, waar [appellante] en de SRC-ZF, vertegenwoordigd door mr. S. Snelder, advocaat in Utrecht, en [gemachtigde A] en [gemachtigde B] zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] was sinds 2003 ingeschreven als ziekenhuisapotheker in het specialistenregister. Een ziekenhuisapotheker moet zich elke vijf jaar laten herregistreren om als ziekenhuisapotheker te mogen blijven werken. De laatste inschrijvingstermijn van [appellante] in het specialistenregister dateerde van 1 januari 2018 en eindigde op 1 januari 2023. Deze termijn is in verband met de coronacrisis verlengd tot 1 juli 2023. Een ziekenhuisapotheker moet in de periode waarin zij staat ingeschreven nascholingsactiviteiten volgen en voldoende relevante werkervaring opdoen om aan de eisen voor de volgende herregistratieperiode te kunnen voldoen.

Besluitvorming

2. De SRC-ZF heeft aan het besluit van 7 december 2023, aangevuld met het besluit van 11 april 2024, ten grondslag gelegd dat [appellante] weliswaar voldoet aan de nascholingseis, maar niet aan de werkzaamhedeneis. De werkzaamhedeneis houdt in dat zij in de periode van vijf jaar direct voorafgaand aan het eind van de vigerende registratie (de referteperiode) gemiddeld genomen ten minste 16 uur per week als ziekenhuisapotheker in een apotheek werkzaamheden had moeten verrichten. Op basis van de door [appellante] ingediende werkgeversverklaringen heeft de SRC-ZF geconstateerd dat zij in de referteperiode tussen 1 januari 2018 en 1 juli 2023 in totaal 2.650 van de vereiste 4.160 uur als ziekenhuisapotheker heeft gewerkt. De werkgeversverklaringen waaruit blijkt dat zij als ziekenhuisapotheker werkzaamheden heeft verricht in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, Dr. Horacio Oduber Hospital (Aruba), Saba Wellness Pharmacy (Saba), Maastricht UMC+, Ziekenhuis Amstelland en Laurentius Ziekenhuis, zijn meegenomen in de beoordeling van de werkzaamhedeneis in het kader van haar verzoek tot herregistratie.

3. Verder heeft de SRC-ZF zich op het standpunt gesteld dat de werkzaamheden die [appellante] heeft verricht voor het Zorginstituut Nederland (het Zorginstituut) geen gelijkgestelde werkzaamheden zijn als bedoeld in artikel 6 van het Besluit Registratie- en Herregistratie Ziekenhuisfarmacie (het Besluit). De titel ziekenhuisapotheker is volgens de SRC-ZF niet vereist voor de functie van senior adviseur bij het Zorginstituut en er is geen sprake van maatschappelijk belang van het titelbehoud.

4. De persoonlijke omstandigheden van [appellante] zijn, gelet op het belang dat met het herregistratiestelsel wordt gediend, evenmin reden geweest voor SRC-ZF om met toepassing van de hardheidsclausule af te wijken van de werkzaamhedeneis.

Uitspraak van de rechtbank

5. De rechtbank heeft geoordeeld dat de SRC-ZF zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de werkzaamheden van [appellante] als senior adviseur bij het Zorginstituut niet als gelijkgestelde werkzaamheden als bedoeld in artikel 6 van het Besluit kunnen worden aangemerkt. Ook niet als wordt uitgegaan van de ruimere definitie van gelijkgestelde werkzaamheden in het Besluit Registratie en Herregistratie Specialismen Farmacie van het Centraal College Specialismen Farmacie (het Besluit 2020). De SRC-ZF heeft terecht geconcludeerd dat [appellante] daarmee niet heeft voldaan aan de werkzaamhedeneis, aldus de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de SRC-ZF geen toepassing hoeven geven aan de hardheidsclausule als opgenomen in artikel 13 van het Besluit. Bovendien heeft de rechtbank geoordeeld dat de nadelige gevolgen van de afwijzing van de aanvraag niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.

Beoordeling van het hoger beroep

6. De gronden die [appellante] in hoger beroep aanvoert zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zouden zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank hierover en in de onder 5 tot en met 8.3 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan toe dat vaststaat dat [appellante] voldoet aan de nascholingseis, maar dat zij - om te herregistreren - ook moet voldoen aan de werkzaamhedeneis. Het SRC-ZF mocht voor haar besluit uitgaan van de werkgeversverklaring van het Zorginstituut. Uit deze verklaring blijkt dat [appellante] werkzaamheden op het niveau van apotheker heeft uitgevoerd en niet op het niveau van een ziekenhuisapotheker. Deze uren kunnen dus niet meetellen om te voldoen aan de werkzaamhedeneis. Verder kunnen de onderzoeken en adviezen, waaraan [appellante] heeft gewerkt en die zij als relevante wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten naar voren heeft gebracht, naar het oordeel van de Afdeling niet als gelijkgestelde werkzaamheden gezien worden, zoals bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het Besluit 2020. Op de zitting heeft [appellante] hierover namelijk verklaard dat geen sprake is geweest van eigen wetenschappelijk onderzoek, maar van literatuuronderzoek gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken die door anderen zijn verricht. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank daarom terecht geoordeeld dat de SRC-ZF op goede gronden heeft besloten niet tot herregistratie van [appellante] over te gaan.

De SRC-ZF mocht bij haar besluit betrekken dat in het belang van een goede gezondheidszorg er hoge eisen mogen worden gesteld aan apothekers die zich willen (her)registreren voor het specialisme ziekenhuisapotheker. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de SRC-ZF in de persoonlijke omstandigheden van [appellante] geen aanleiding heeft hoeven zien om met toepassing van de hardheidsclausule af te wijken van de werkzaamhedeneis, gelet op het grote aantal uren dat zij afwijkt van de gestelde minimumnorm en het belang dat met het herregistratiestelsel wordt gediend. De Afdeling wijst erop dat dit oordeel niet betekent dat getwijfeld wordt aan de kwaliteiten van [appellante]. Dat neemt niet weg dat [appellante], net als elke andere ziekenhuisapotheker, moet voldoen aan het minimum gestelde aantal uren om voor herregistratie in aanmerking te komen.

Conclusie

7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

8. De SRC-ZF hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. G.O. van Veldhuizen en mr. J.C.A. de Poorter, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Daalder

voorzitter

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026

705-1180

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.J. Daalder
  • mr. G.O. van Veldhuizen
  • mr. J.C.A. de Poorter

Griffier

  • mr. M. Rijsdijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand