ECLI:NL:RVS:2026:2532

ECLI:NL:RVS:2026:2532

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer BRS.26.000647
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 16 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

Uitspraak

BRS.26.000647

ECLI:NL:RVS:2026:2532

Datum uitspraak: 7 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 3 februari 2026 in zaak nr. NL26.2954 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 16 januari 2026 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 3 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. R.T. Laigsingh, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

Overwegingen

1. De minister klaagt in zijn enige grief terecht dat de rechtbank ten onrechte een oordeel heeft gegeven over de rechtmatigheid van de staandehouding van betrokkene. Zoals de minister terecht betoogt is het gestelde vreemdelingenrechtelijke traject feitelijk onderbroken geweest doordat betrokkene na zijn staandehouding nog een vervangende hechtenis van twee dagen moest uitzitten. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2723, onder 1.1. Dit betekent dat de grief slaagt.

2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, de Afdeling ook ambtshalve geen reden ziet om de bewaring onrechtmatig te achten en in deze zaak geen vragen aan de orde zijn over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punten 24 en 31), is het beroep alsnog ongegrond. De Afdeling wijst het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 3 februari 2026 in zaak nr. NL26.2954;

III. verklaart het beroep ongegrond;

IV. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. M. Soffers en mr. M.C. Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026

1179-644

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.C.A. de Poorter

Griffier

  • mr. W.M. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand