ECLI:NL:RVS:2026:2597

ECLI:NL:RVS:2026:2597

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 202504282/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch twee parkeerplaatsen ter hoogte van de Anthony Fokkerstraat 31 in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor het opladen van elektrische personenauto’s. [appellanten] zijn buren en wonen aan de [locatie 1] respectievelijk [locatie 2] in ’s-Hertogenbosch. Zij hebben op 13 juli 2024 en 1 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit van 23 januari 2023 dat op 27 januari 2023 bekend is gemaakt in het Gemeenteblad. Het college heeft in dat verkeersbesluit besloten om ter hoogte van het adres Anthony Fokkerstraat 31 twee parkeervakken te reserveren voor een laadpaal voor elektrisch oplaadbare auto’s. De bezwaren van [appellanten] richtten zich tegen de feitelijke plaatsing, namelijk naast de woning van [appellant A]. [appellanten] betogen dat de parkeervakken naast de woning aan de Anthony Fokkerstraat 31 hadden moeten komen. Het college heeft de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij te laat bezwaar hebben gemaakt tegen het verkeersbesluit.

Uitspraak

202504282/1/A2.

Datum uitspraak: 6 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in 's-Hertogenbosch, gemeente 's-Hertogenbosch,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 12 juni 2025 in zaak nr. 24/3771 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch.

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft het college twee parkeerplaatsen ter hoogte van de Anthony Fokkerstraat 31 in ’s-Hertogenbosch aangewezen voor het opladen van elektrische personenauto’s.

Bij besluit van 27 september 2024 heeft het college de door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellanten] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 maart 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. C.M.A.P. Burgman-Linssen, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellanten] zijn buren en wonen aan de [locatie 1] respectievelijk [locatie 2] in ’s-Hertogenbosch. Zij hebben op 13 juli 2024 en 1 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit van 23 januari 2023 dat op 27 januari 2023 bekend is gemaakt in het Gemeenteblad. Het college heeft in dat verkeersbesluit besloten om ter hoogte van het adres Anthony Fokkerstraat 31 twee parkeervakken te reserveren voor een laadpaal voor elektrisch oplaadbare auto’s. In het definitieve inrichtingsplan bij het verkeersbesluit staan foto’s van twee verschillende locaties en zijn er coördinaten vermeld.

2. De bezwaren van [appellanten] richtten zich tegen de feitelijke plaatsing, namelijk naast de woning van [appellant A]. [appellanten] betogen dat de parkeervakken naast de woning aan de Anthony Fokkerstraat 31 hadden moeten komen. Het college heeft de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij te laat bezwaar hebben gemaakt tegen het verkeersbesluit.

Uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellanten] te laat bezwaar hebben gemaakt. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het verkeersbesluit op 27 januari 2023 bekend is gemaakt, de bezwaartermijn eindigde op 11 maart 2023 en [appellanten] op 13 juli 2024 en 1 augustus 2024 bezwaar hebben gemaakt.

Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor [appellanten] niet tijdig kennis hebben kunnen nemen van de publicatie van het verkeersbesluit. Dat zij liever persoonlijk waren geïnformeerd door het college is volgens de rechtbank voorstelbaar, maar het college is daartoe niet verplicht en dit leidt dan ook niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Uit de uitspraak van de Afdeling van 31 december 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:3033) volgt dat het college niet verplicht was om [appellanten] persoonlijk te informeren, aldus de rechtbank.

Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat de omstandigheid dat in het verkeersbesluit het adres aan de Anthony Fokkerstraat 31 is vermeld, terwijl de laadpaal is geplaatst naast de [locatie 2], ook niet leidt tot verschoonbaarheid. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat in het verkeersbesluit staat dat de laadpaal in de omgeving van de in het besluit genoemde adressen zou worden geplaatst. De Anthony Fokkerstraat 31 en de [locatie 2] liggen in dezelfde omgeving op ongeveer 30 meter afstand van elkaar. Daarnaast staat in de bijlage van het besluit een foto van de parkeervakken van beide locaties.

Hoger beroep

4. De gronden die [appellanten] in hoger beroep hebben aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij hierover ook in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellanten] hebben in hun hogerberoepschrift geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 10.1 tot en met 10.5 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daar aan toe dat zij erkent dat het in het Gemeenteblad gepubliceerde besluit van het college weliswaar enige onduidelijkheden bevat, maar dat deze onduidelijkheden niet de reden kunnen zijn waarom [appellanten] te laat bezwaar hebben gemaakt. Zij hebben namelijk op de zitting van de rechtbank toegelicht dat zij de publicatie van het besluit niet hebben gezien en pas op de hoogte zijn geraakt van het plaatsen van de laadpaal toen de graafwerkzaamheden aanvingen. Omdat zij niet op de zitting van de Afdeling zijn verschenen, hebben zij hierover ook geen nadere toelichting kunnen geven en moet worden uitgegaan van hetgeen zij bij de rechtbank hebben verklaard. Nu zij het besluit te laat hebben opgemerkt, kunnen de onduidelijkheden naar het oordeel van de Afdeling niet de reden zijn geweest voor het te laat bezwaar maken. De rechtbank heeft daarmee terecht geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

Slotsom

5. Het hoger beroep is ongegrond.

6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026

705-1190

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Rijsdijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand