ECLI:NL:RVS:2026:2599

ECLI:NL:RVS:2026:2599

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 202307895/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft burgemeester van Laarbeek het bedrijfspand aan de [locatie 1] in Beek en Donk vanaf dinsdag 12 juli 2022 gesloten voor een periode van zes maanden. [appellant] is bestuurder en enig aandeelhouder van de onderneming Pakketbode B.V en huurt het bedrijfspand aan de [locatie 1] te Beek en Donk. Dit pand is verdeeld in verschillende ruimten. Ruimte 1 wordt gebruikt door Pakketbode en [appellant] zelf en Ruimte 2 is door hem onderverhuurd aan [onderhuurder]. Op 29 april 2022 heeft de politie naar aanleiding van een rechtshulpverzoek uit Polen een onderzoek uitgevoerd in het bedrijfspand. In de over dit onderzoek opgemaakte bestuurlijke rapportage van 20 mei 2022 staan lijsten met de goederen die in ruimte 1 en 2 zijn aangetroffen en als hennepgerelateerd zijn aangeduid. In de bestuurlijke rapportage zijn ook verklaringen van getuigen weergegeven. Er staat dat [onderhuurder] bij deze controle heeft verklaard dat de aangetroffen goederen in het door hem gehuurde gedeelte, Ruimte 2, van hem zijn. Hij heeft over de aangetroffen goederen verklaard dat het hem financieel niet goed ging en dat hij toen dacht aan het beginnen van een hennepkwekerij.

Uitspraak

202307895/1/A3.

Datum uitspraak: 6 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Pakketbode B.V. en [appellant], gevestigd respectievelijk wonend in [woonplaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 8 november 2023 in zaak nr. 23/1720 in het geding tussen:

Pakketbode en [appellant]

en

de burgemeester van Laarbeek.

Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft burgemeester het bedrijfspand aan de [locatie 1] in Beek en Donk vanaf dinsdag 12 juli 2022 gesloten voor een periode van zes maanden.

Bij besluit van 19 juni 2023 heeft de burgemeester het door Pakketbode en [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben Pakketbode en [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 november 2025, waar Pakketbode en [appellant], vertegenwoordigd en bijgestaan door mr. H.J.M. Smelt, advocaat in Eindhoven, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. D. Crielaars, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] is bestuurder en enig aandeelhouder van de onderneming Pakketbode B.V en huurt het bedrijfspand aan de [locatie 1] te Beek en Donk. Dit pand is verdeeld in verschillende ruimten. Ruimte 1 wordt gebruikt door Pakketbode en [appellant] zelf en Ruimte 2 is door hem onderverhuurd aan [onderhuurder]. Op 29 april 2022 heeft de politie naar aanleiding van een rechtshulpverzoek uit Polen een onderzoek uitgevoerd in het bedrijfspand. In de over dit onderzoek opgemaakte bestuurlijke rapportage van 20 mei 2022 staan lijsten met de goederen die in ruimte 1 en 2 zijn aangetroffen en als hennepgerelateerd zijn aangeduid. In de bestuurlijke rapportage zijn ook verklaringen van getuigen weergegeven. Er staat dat [onderhuurder] bij deze controle heeft verklaard dat de aangetroffen goederen in het door hem gehuurde gedeelte, Ruimte 2, van hem zijn. Hij heeft over de aangetroffen goederen verklaard dat het hem financieel niet goed ging en dat hij toen dacht aan het beginnen van een hennepkwekerij. Ook heeft hij verklaard dat hij een nieuwe baan heeft en zich niet verder heeft verdiept in het opzetten van een hennepkwekerij. Daarom lagen de goederen ten behoeve van de hennepkwekerij nog in zijn bedrijf. In de rapportage staat verder dat [appellant] heeft verklaard dat hij niet weet hoe de hennepgerelateerde goederen in de door hem gehuurde Ruimte 1 terecht zijn gekomen en dat hij nauwelijks in het pand komt.

2. De burgemeester heeft onder verwijzing naar onder meer de bevindingen uit de bestuurlijke rapportage het bedrijfspand aan de [locatie 1] in Beek en Donk gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid van de gemeente Laarbeek voor de duur van zes maanden. Bij het besluit van 19 juni 2023 heeft de burgemeester de sluiting gehandhaafd, met een nadere motivering naar aanleiding van het advies van de bezwaarcommissie. Het bezwaar van Pakketbode en [appellant] is ongegrond verklaard.

Uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester het bedrijfspand heeft mogen sluiten voor de duur van zes maanden. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk heeft mogen vinden. De burgemeester heeft daarbij duidelijke afwegingen gemaakt voor dit bedrijfspand op grond van de Beleidsregel. De burgemeester heeft zich gebaseerd op de bestuurlijke rapportage waaruit volgt dat er materialen aanwezig waren waarmee een grote hennepkwekerij kon worden opgezet en waaruit blijkt dat door de onderhuurder is bevestigd dat de materialen daarvoor bestemd waren. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester voor de ernst van de overtreding heeft mogen betrekken dat het om een dusdanige hoeveelheid materialen ging dat er een grote hennepkwekerij kon worden opgezet van 220 hennepplanten, uitgaande van de 22 aangetroffen assimilatielampen. Ook heeft de burgemeester mogen betrekken dat Laarbeek een kwetsbaar gebied is wat betreft drugscriminaliteit en dat die problematiek moeilijk beheersbaar is.

De rechtbank is verder van oordeel dat de burgemeester recidive heeft mogen meewegen, omdat het bedrijfspand eerder in 2017 gesloten is geweest, nadat er een hennepkwekerij was aangetroffen. De rechtbank wijst erop dat een sluiting een pandgerichte aanpak betreft en dat daarom niet relevant is dat Pakketbode destijds nog niet in het pand gevestigd was. De rechtbank ziet geen reden om eraan te twijfelen dat het om hetzelfde pand gaat. Tot slot wijst de rechtbank erop dat de burgemeester ook de signaalfunctie en de ligging van het pand mocht betrekken. Vanwege geringe sociale controle in de doodlopende straat kan de loop naar het pand langere tijd aanhouden.

De rechtbank is verder van oordeel dat de burgemeester een sluitingsduur van zes maanden evenwichtig heeft mogen vinden. Ten aanzien van de verwijtbaarheid heeft de burgemeester mogen betrekken dat [appellant] heeft verklaard zelf bijna niet in het bedrijfspand te komen. De slechte relatie met de onderhuurder ontslaat Pakketbode en [appellant] niet van de verantwoordelijkheid om controles uit te voeren. Ook is relevant dat een deel van de materialen werd gevonden in de ruimte die door Pakketbode en [appellant] zelf werd gebruikt. Ook heeft de burgemeester mogen betrekken dat niet is gebleken van een bijzondere binding van Pakketbode of [appellant] met het bedrijfspand of dat de bedrijfsvoering door de sluiting van zes maanden in gevaar zou komen bij een sluiting van zes maanden.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester heeft mogen vinden dat niet gesproken kan worden van onevenredige gevolgen in relatie tot het met het besluit te dienen doelen.

Hoger beroep

4. In hoger beroep betogen Pakketbode en [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester niet bevoegd was, omdat in het pand geen drugs zijn gevonden. Er zijn alleen materialen gevonden, die zouden kunnen duiden op het eventueel starten van een hennepkwekerij. Dat is op zichzelf niet verboden en de materialen zijn gewoon legaal te koop. Dat geldt ook voor de aangetroffen assimilatielampen. Er is niet daadwerkelijke een hennepkwekerij aangetroffen dus formeel is er geen sprake van een overtreding. Pakketbode en [appellant] voeren verder aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat recidive mocht worden betrokken. Er heeft zich geen recidive voorgedaan. De betrokken overtreding was op een ander adres, namelijk nummer [locatie 2]. Anders dan de burgemeester stelt, zijn de nummers niet gewijzigd dus heeft de gemeente onjuiste informatie gegeven. Dit is ook door een beheerder van het pand aan Pakketbode en [appellant] verklaard. Verder stellen Pakketbode en [appellant] dat er genoeg sociale controle is in de omgeving en dat het pand niet aan een doodlopende straat ligt. Bovendien was het niet Pakketbode of [appellant], maar een onderhuurder, van wie de aangetroffen materialen waren, terwijl [appellant] in een civielrechtelijke procedure is aangesproken voor de misgelopen huur. Een sluiting van zes maanden is dan ook disproportioneel.

Beoordeling hoger beroep

5. In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep. Hoewel die uitspraak gaat over sluiting van woningen, gelden dezelfde uitgangspunten, waar van toepassing, ook voor lokalen, zoals bedrijfsruimten, zie de uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:336, onder 7.1.

6. De Afdeling gaat allereerst in op het betoog over de bevoegdheid. De Afdeling stelt voorop dat, zoals Pakketbode en [appellant] aanvoeren, als er niet daadwerkelijk een hennepkwekerij was ingericht, dit niet betekent dat de burgemeester dus niet bevoegd was. Ook voorbereidingshandelingen kunnen onder artikel 13b van de Opiumwet vallen als er ernstige reden is te vermoeden dat de voorwerpen bestemd zijn voor grootschalige hennepteelt, zie de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:61, onder 5. De bevindingen over de aangetroffen goederen en de verklaringen zoals vermeld in de bestuurlijke rapportage zijn niet bestreden. De aangetroffen goederen waren in combinatie geschikt voor een grootschalige hennepkwekerij. Dat Pakketbode en [appellant] naar gesteld van de aanwezigheid van de goederen en de bestemming niets wisten, maakt dit niet anders, zie de uitspraak van de Afdeling van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2523, onder 5.5. Het gaat immers om de feitelijke situatie. Het betoog over de bevoegdheid slaagt niet.

7. De gronden die Pakketbode en [appellant] in hoger beroep verder hebben aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Pakketbode en [appellant] hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 16,17,18,20,21 en 22 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

De Afdeling voegt daar nog het volgende aan toe. Op zitting is door de burgemeester benadrukt dat het gaat om een bedrijfsverzamelgebouw. Gebleken is dat de [locatie 1] tot [locatie 2] in ieder geval onderdeel uitmaken van dat bedrijfsverzamelgebouw. Wat er ook zij van de omnummering, de overtreding die is meegewogen door de burgemeester is begaan in de directe nabijheid van de overtreding in het gedeelte dat door Pakketbode en [appellant] werd gehuurd en deels onderverhuurd. Dat het gaat om verschillende ingangen en dat de sluiting niet ziet op hetzelfde gedeelte van het bedrijfsverzamelgebouw doet daar niet aan af. De burgemeester heeft daarom bij het besluit mogen betrekken dat het om een doodlopende weg gaat in een kwetsbaar gebied met een geschiedenis van drugscriminaliteit. De burgemeester heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de situatie ernstig genoeg was om een sluiting van zes maanden noodzakelijk en evenwichtig te vinden, mede gelet op het feit dat het hier niet om een woning, maar om een bedrijfspand gaat. Het oordeel van de rechtbank is juist.

Slotsom

8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

9. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026

314-1158

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.W.M.J. Bossmann

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand