202402132/1/R4.
Datum uitspraak: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellant sub 1], wonend in Amersfoort,
2. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen, allen gevestigd in Amersfoort,
appellanten,
en
1. de raad van de gemeente Amersfoort,
2. het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,
verweerders.
Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Utrechtseweg 2-4" vastgesteld.
Bij besluit van 11 maart 2024 heeft het college aan Foortzicht B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woongebouw met 100 woningen, een parkeervoorziening en commerciële functies op de begane grond, aan de Utrechtseweg 2-4 in Amersfoort.
De besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met
toepassing van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Tegen deze besluiten hebben [appellant sub 1] en Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant sub 1], Flehite en anderen en Foortzicht B.V. hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 16 april 2026, waar [appellant sub 1], vertegenwoordigd door [gemachtigde A], Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde B] en [gemachtigde C], en de raad, vertegenwoordigd door mr. W. Verbeek, M.J.M. Scholman, ing. H.J. Dokter en ir. A. Potemans, zijn verschenen. Ook is Foortzicht B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde D], [gemachtigde E] en mr. J.S. Haakmeester, advocaat in Baarn, op de zitting als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 31 augustus 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wro en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
2. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 16 december 2022. Dat betekent dat in dit geval het recht, waaronder de Wabo en de Chw, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
3. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning maken de bouw van het gebouw SAM aan de Utrechtseweg 2-4 in Amersfoort mogelijk. Dit gebouw zal bestaan uit 16 bovengrondse bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 50 m. In het gebouw zijn 100 appartementen, een parkeervoorziening (48 parkeerplaatsen) en commerciële functies in de plint voorzien. De locatie ligt op de hoek van de Utrechtseweg en de Stadsring, aan de rand van de binnenstad van Amersfoort. De gronden aan de zijde van het plangebied die aan de Stadsring liggen, liggen braak. De rest van de gronden in het plangebied zijn verhard en zijn in gebruik als parkeerterrein.
[appellant sub 1] is eigenaar van twee percelen aan de [locatie]. Deze percelen liggen vlakbij het plangebied. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen komen onder meer op voor de bescherming van de karakteristieke binnenstad van Amersfoort.
Toetsingskader bestemmingsplan
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Nieuwe beroepsgronden
5. Na het verstrijken van de beroepstermijn heeft [appellant sub 1] in een nader stuk een beroepsgrond over vleermuizen naar voren gebracht. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen hebben in een nader stuk na het verstrijken van de beroepstermijn een beroepsgrond over stikstof naar voren gebracht. Op grond van artikel 1.6a van de Chw kunnen na afloop van de beroepstermijn geen gronden meer worden aangevoerd. Dat betekent dat de Afdeling niet toekomt aan een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgronden.
Bouwplannen [appellant sub 1]
6. [appellant sub 1] betoogt dat het plan andere (bouw)plannen in de omgeving onmogelijk zal maken. Er zijn al veel bouwplannen in de omgeving en [appellant sub 1] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om zes woningen te bouwen op zijn percelen die vlakbij het plangebied liggen. De directe buren hebben ook een bouwvergunning aangevraagd, voor 47 woningen. [appellant sub 1] vreest dat de toekomstige bewoners van gebouw SAM rechtsmiddelen kunnen aanwenden tegen zijn bouwplannen en om planschade/nadeelcompensatie zullen verzoeken. De ontwikkelaar moet volgens [appellant sub 1] met toekomstige bewoners afspreken dat zij zich niet gaan verzetten tegen toekomstige bouwplannen en dat zij niet om planschade of nadeelcompensatie kunnen vragen, zodat andere bouwplannen niet kunnen worden vertraagd. De gemeente Amersfoort had hier in het kader van het sluiten van de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar afspraken over kunnen maken.
6.1. Op de zitting heeft [appellant sub 1] toegelicht dat het niet opnemen van een clausule om te voorkomen dat toekomstige bewoners rechtsmiddelen aanwenden tegen zijn project volgens hem in strijd is met het algemene uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening. Het al dan niet opnemen van een dergelijke clausule is echter geen bevoegdheid van de gemeenteraad of het college en wordt niet geregeld in het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning die in deze procedure voorliggen. De door [appellant sub 1] gewenste clausule valt buiten het toetsingskader en wat hij hierover heeft aangevoerd geeft dan ook geen aanleiding voor vernietiging van de bestreden besluiten.
Het betoog slaagt niet.
Elektriciteitsnet
7. [appellant sub 1] betoogt dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van het bouwplan voor de toekomstige belasting van het elektriciteitsnet. Er zijn al problemen met netcongestie. De bestaande aansluiting van het pand van [appellant sub 1] wordt teruggebracht. Daardoor is er in de toekomst niet meer voldoende ampère om te transformeren naar werken en wonen zonder extra traforuimte.
7.1. De Afdeling stelt vast dat [appellant sub 1] niet betoogt dat het voorliggende bouwplan onuitvoerbaar is, maar dat het mogelijk lastiger wordt om zijn eigen pand te transformeren naar een woon- en werkfunctie. De raad en het college gaan zelf niet over de aansluitingen op het elektriciteitsnet. De voorliggende besluiten maken de bouw van een groot aantal woningen mogelijk. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad het belang van [appellant sub 1] niet zwaarder hoeven laten meewegen dan hij heeft gedaan.
Het betoog slaagt niet.
Aantasting omgeving en strijd Hoogbouwvisie
8. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen betogen dat de voorziene bebouwing het karakteristieke beeld van de waardevolle oude stad zal verstoren en dat het plan in strijd is met de Hoogbouwvisie Amersfoort. Het woongebouw beneemt vanaf grotere afstand het vrije zicht op de Onze Lieve Vrouwetoren (OLV-toren), het centrale stads-icoon van Amersfoort. Hierdoor wordt niet voldaan aan het uitgangspunt in de Hoogbouwvisie dat de OLV-toren binnen de historische zichtassen dominant zichtbaar moet blijven. Vanaf buiten de binnenstad wordt het zicht op de OLV-toren verstoord en vanuit de binnenstad naar buiten ontstaat zicht op gebouw SAM. In dit verband verwijzen zij naar de Hoogbouweffectrapportage, opgesteld op 6 april 2022 door INBO (HER). Hierin is weliswaar een beoordeling van het zicht vanaf het kruispunt Utrechtseweg-Vlasakkerweg gemaakt, maar een beoordeling van het zicht op de toren vanaf de Utrechtseweg ter hoogte van de spoorlijn, het zogenoemde Ponlijntje, ontbreekt. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen stellen dat het zicht op de OLV-toren op dit belangrijke punt geheel wordt geblokkeerd door het gebouw SAM. Deze constatering wordt bevestigd in een brief van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) van 16 januari 2024 aan de gemeente.
Het leveren van een positieve bijdrage door bouwplan SAM aan het stadssilhouet, of het van betekenis zijn van het bouwplan voor de stad, wordt volgens Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen niet onderbouwd, terwijl dit wel een voorwaarde is voor hoogbouw. Verder staat in de Hoogbouwvisie dat aan de Stadsring de invloed van de binnenstad voelbaar is en dat hoogbouw op evenwichtige wijze moet aansluiten op de gemeentelijke monumenten langs de Stadsring. Volgens Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen sluit de voorziene bebouwing op niet acceptabele wijze aan op de naastliggende historische villabebouwing aan de stadsring.
8.1. De raad stelt dat het plan niet in strijd is met de Hoogbouwvisie en geen onaanvaardbare aantasting van het stadsgezicht vormt. Volgens de raad gaat een groot deel van de Hoogbouwvisie niet over het plangebied omdat de Hoogbouwvisie zich expliciet uitspreekt over deze locatie, in tekst en beeldkaarten. In de Hoogbouwvisie staat dat hoogbouw niet wordt aangemoedigd, maar dat de hoek Utrechtseweg/Stadsring hier een uitzondering op is. Er zijn meerdere onderzoeken geweest naar de zichtassen, waarbij met name is gelet op het zicht vanaf punten die de raad belangrijk acht. De raad heeft geoordeeld dat de raad het bouwplan aanvaardbaar acht.
8.2. De voorzieningenrechter van de Afdeling is in de uitspraak van 13 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3691, onder 7.1 t/m 7.4 ingegaan op dit betoog en heeft geoordeeld dat hij geen grond ziet voor het oordeel dat het gebouw SAM het zicht op de OLV toren op onaanvaardbare wijze zal belemmeren of dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het gebouw SAM aansluit op de naastgelegen bebouwing. In reactie hierop hebben Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen betoogd dat in de Hoogbouwvisie ten onrechte hoogbouw op de locatie van het plangebied wordt toegestaan omdat deze locatie de route van het station naar de binnenstad markeert, terwijl er meerdere routes tussen het station en de binnenstad zijn. Dat het plangebied op een van de routes tussen het station en de binnenstad ligt is echter slechts een van de redenen dat de raad hoogbouw in het plangebied aanvaardbaar acht. De raad heeft de keuze voor het toestaan van hoogbouw in het plangebied naar het oordeel van de Afdeling voldoende onderbouwd, onder meer met de beoordelingen van de zichtassen, en heeft daarbij de belangen voldoende afgewogen. Voor het overige hebben Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen hun eerdere betoog herhaald. De Afdeling ziet echter geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de voorzieningenrechter en sluit zich aan bij het oordeel en de onderbouwing van de voorzieningenrechter.
Het betoog slaagt niet.
Alternatief plan
9. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen betogen dat een door hen aangedragen alternatief plan, dat samen met stedenbouwkundige Aad Trompert is opgesteld, onvoldoende serieus is overwogen door de raad. In dit alternatieve plan is het gebouw SAM verdeeld over lagere eenheden met maximaal 8 à 10 bouwlagen. Hierdoor ontstaat volgens hen een meer samenhangende ontwikkeling van het gebied en wordt kwaliteit toegevoegd aan de openbare ruimte en het wonen in de omgeving.
9.1. De raad stelt dat het alternatieve plan is afgewogen, maar dat het geen realistisch alternatief is voor het gekozen plan. De verschillende ontwikkelinitiatieven rondom de Zonnehof zijn op elkaar afgestemd. In de kaders voor het gebied rondom de Zonnehof is ook te zien dat het gehele gebied verder geïntensiveerd wordt en er in totaal meer woningen komen dan alleen de 100 in het voorliggende plan. Het uitsmeren van de bebouwing van gebouw SAM over de percelen van andere eigenaren (zoals in het alternatieve plan) en daarbij het woningaantal aanhouden dat voorzien is in SAM doet geen recht aan de gestelde kaders voor het gebied en haalt het totaal voorziene woningaantal niet voor het gebied.
Verder wijst de raad erop dat Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen hun alternatieve plan hebben mogen toelichten in de commissievergadering van 22 augustus 2023. Het heeft niet geleid tot een ander standpunt van de gemeenteraad. Daarnaast is er sprake van gecoördineerde voorbereiding van het plan en de vergunning, en moet het college beslissen op een aanvraag zoals deze is ingediend.
9.2. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.
De raad is in de nota van zienswijzen ingegaan op het door Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen aangedragen alternatieve plan. De raad heeft toegelicht dat het alternatieve plan over de eigendomsgrenzen van de initiatiefnemer gaat en dat het gebied "Rondom de Zonnehof" in het geheel in ontwikkeling is. Die ontwikkeling voorziet in meer woningen dan alleen project SAM. Het voorgestelde plan biedt volgens de raad onvoldoende zekerheid of hiermee evenveel woningen kunnen worden gebouwd in de omgeving. Daarmee heeft de raad het door Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen voorgestelde alternatief afgewogen bij de vaststelling van het plan en heeft de raad toereikend gemotiveerd waarom niet voor dat alternatief is gekozen.
Het betoog slaagt niet.
Sedumdaken, groene gevels en CO2-quotum
10. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen betogen dat sedumdaken en ‘groene gevels’ niet voldoende zijn om de thema’s groen, biodiversiteit en hittestress op te lossen. Dit behelst het aanbrengen van 9 verticale rasters van 60 cm breed en 5 m hoog aan de noordzijde van de bebouwing, beplant met klimplanten. Volgens Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen moge duidelijk zijn dat dit geen effectieve oplossing is.
Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen merken op dat er in Amersfoort regelmatig klachten zijn over geluid en wind, met name bij hoge gebouwen zoals SAM, die vrij solitair boven de lagere bebouwing uitsteken.
Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen betogen verder dat beter voor een plan met minder bouwlagen gekozen had kunnen worden. Het bouwen van meer dan 8 à 10 lagen heeft namelijk een sterk negatief effect op de CO2-uitstoot. Amersfoort steunt de afgesproken CO2 doelstellingen die voortkomen uit de European Green Deal. Dat betekent een inspanningsverplichting om de CO2-uitstoot te verminderen. De doelstelling voor Nederland ingevolge de Klimaatwet is 55% minder CO2-uitstoot in 2030.
10.1. In paragraaf 3.3.3 van de plantoelichting staat onder andere: "De dakvlakken onder de hoogste daken worden voorzien van mee-ontworpen beplanting (daktuinen) tegen hittestress en voor waterbuffering en huisvesting van insecten, vogels en vleermuizen. Daarnaast worden waar mogelijk op de gevel begroeiingsmogelijkheden ontworpen, met bij de oplevering reeds aangebrachte beplanting". De raad is in de nota van zienswijzen ook ingegaan op dit aspect. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen hebben niet gemotiveerd wat hieraan onjuist zou zijn. Oudheidkundige Vereniging Flehite en anderen noemen ook de aspecten geluid en wind zonder hier een onderbouwing bij te geven, terwijl de plantoelichting ingaat op het aspect geluid en de HER op windhinder.
Wat CO2 betreft overweegt de Afdeling dat de raad in paragraaf 4.8 van de plantoelichting aandacht heeft besteed aan het aspect duurzaamheid. De woningen worden nagenoeg energieneutraal gebouwd. Flehite en anderen hebben niet gemotiveerd waarom dit onvoldoende zou zijn.
Het betoog slaagt niet.
10.2. Omdat de betogen niet slagen komt de Afdeling niet toe aan de beoordeling of het relativiteitsvereiste in de weg zou staan aan vernietiging van de bestreden besluiten.
Conclusie
11. De beroepen zijn ongegrond.
12. De raad en het college hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart de beroepen ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. van der Kolk, griffier.
w.g. Kaajan
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van der Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
944