ECLI:NL:RVS:2026:2752

ECLI:NL:RVS:2026:2752

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 202402245/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Wageningen het bestemmingsplan "Buitengebied, eerste herziening" vastgesteld. Het plan actualiseert het bestaande bestemmingsplan. Het wil toekomstige gewenste ontwikkelingen mogelijk maken. [appellante] is het niet eens met dit besluit. Zij exploiteert een pluktuin in de Wageningse Eng, onderdeel van het plangebied. Zij vreest dat het plan haar gebruik van de pluktuin zal beperken. [appellante] teelt in de "Pluktuin" bloemen en fruit. Zij organiseert daar ook regelmatig workshops. De opbrengsten daarvan vormen inmiddels een belangrijk deel - volgens [appellante] ongeveer een derde - van haar bedrijfsinkomsten. [appellante]’ belangrijkste bezwaar tegen het herstelbesluit is dat het gewijzigde plan haar mogelijkheden om workshops te geven teveel beperkt, met grote financiële gevolgen.

Uitspraak

202402245/1/R4.

Datum uitspraak: 13 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], handelend onder de naam Pluktuin de Bosrand, wonend in Bennekom, gemeente Ede,

appellante,

en

de raad van de gemeente Wageningen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, eerste herziening" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, eerste herziening" gewijzigd vastgesteld (hierna: het herstelbesluit).

[appellante] heeft tegen het herstelbesluit gronden aangevoerd.

[appellante] en de raad hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 november 2025, waar [appellante], en de raad, vertegenwoordigd door M.P.M. Aberson-Vlassenrood en ir. U.H. Yntema, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 24 maart 2022 ter inzage gelegd. Dit betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het plan actualiseert het bestaande bestemmingsplan. Het wil toekomstige gewenste ontwikkelingen mogelijk maken. [appellante] is het niet eens met dit besluit. Zij exploiteert een pluktuin in de Wageningse Eng, onderdeel van het plangebied. Zij vreest dat het plan haar gebruik van de pluktuin zal beperken.

Het herstelbesluit

3. Naar aanleiding van omissies in het bestemmingsplan heeft de raad op 11 november 2024, het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is tegen dit herstelbesluit een beroep van rechtswege ontstaan voor [appellante]. De Afdeling zal eerst dit van rechtswege ontstane beroep beoordelen. Daarna zal worden bezien of er nog belang bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het besluit van 29 januari 2024.

Toetsingskader

4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Het beroep

Het herstelbesluit

5. [appellante] teelt in de "Pluktuin" bloemen en fruit. Zij organiseert daar ook regelmatig workshops. De opbrengsten daarvan vormen inmiddels een belangrijk deel - volgens [appellante] ongeveer een derde - van haar bedrijfsinkomsten. [appellante]’ belangrijkste bezwaar tegen het herstelbesluit is dat het gewijzigde plan haar mogelijkheden om workshops te geven teveel beperkt, met grote financiële gevolgen. De gebruiksregels van het plan stellen vier beperkingen:

• Workshops mogen alleen van april tot november plaatsvinden;

• Workshops mogen alleen plaatsvinden tussen negen uur ’s ochtends en zonsondergang;

• Workshops mogen niet meer dan 20 deelnemers hebben;

• Er mag maar één workshop tegelijk plaatsvinden.

Volgens [appellante] zijn deze beperkingen niet nodig en maken zij haar bedrijf niet langer rendabel.

5.1 De raad stelt dat de Wageningse Eng een waardevol gebied van rust, stilte en donkerte is. Het plan beoogt dit gebied te beschermen. Dit belang weegt, volgens de raad, zwaarder dan de financiële belangen van [appellante]. Daarnaast licht de raad in het verweerschrift toe dat bij het opstellen van de gebruiksregels rekening is gehouden met de belangen van Pluktuin de Bosrand. De gebruiksregels volgen uit de "Visie Wageningse Eng". Bij het opstellen van deze visie is, volgens de raad, rekening gehouden met de wensen en belangen van ondernemers in de Wageningse Eng.

5.2 De Afdeling is van oordeel dat de raad deze afweging mocht maken. [appellante] bestrijdt niet dat de Wageningse Eng een waardevol gebied is. Anderzijds maakt het plan het organiseren van workshops niet onmogelijk, maar beperkt het deze slechts. [appellante] heeft daarbij niet aannemelijk gemaakt dat de gebruiksregels uit het bestemmingsplan haar bedrijfsvoering in de pluktuin onevenredig schaden. De raad heeft zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat het belang van het behoud van de Wageningse Eng zwaarder dient te wegen dan de individuele belangen van [appellante].

Het betoog slaagt niet.

6. [appellante] doet een beroep op het vertrouwensbeginsel. Zij stelt dat zij op grond van uitlatingen van medewerkers van de gemeente gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen dat haar gebruik in overeenstemming was met het bestemmingsplan uit 1995 en dat daarom het bestemmingsplan van 2013 haar gebruiksrechten niet mocht beperken.

6.1 De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Voorts is het bestemmingsplan van 2013 onherroepelijk zodat de rechtmatigheid van dat bestemmingsplan in deze procedure niet aan de orde kan komen.

Het betoog slaagt niet.

Het bestemmingsplan van 29 januari 2024

7. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep van [appellante] tegen het herstelbesluit van 11 november 2024 ongegrond. Omdat het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond is en dit herstelbesluit het bestemmingsplan vervangt, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat [appellante] geen belang meer heeft bij een inhoudelijke bespreking van haar beroep tegen het bestemmingsplan van 29 januari 2024. Haar beroep tegen dit besluit is daarmee niet-ontvankelijk.

Conclusie

8. De beroepen zijn ongegrond.

9. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 november 2024 ongegrond;

II. verklaart het beroep van [appellante] tegen het besluit van 29 januari 2024 niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van J.M. Rijsdijk, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand