202401128/1/A3.
Datum uitspraak: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in Haarsteeg, gemeente Heusden,
appellant,
en
de burgemeester van Heusden,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 29 maart 2018 heeft de burgemeester aan Dorpscafé De Steeg B.V. een vergunning verleend voor het exploiteren van horecabedrijf ‘Dorpscafé De Steeg’ (De Steeg) aan de Meester Prinsenstraat 38 in Haarsteeg.
Bij besluit van 5 november 2019 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de verleende exploitatievergunning gewijzigd.
Bij uitspraak van 24 november 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2678, heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van [appellant] gegrond verklaard, het besluit van 5 november 2019 vernietigd, en bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit op bezwaar alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Bij besluit van 9 januari 2024 heeft de burgemeester opnieuw aan Dorpscafé De Steeg B.V. een vergunning verleend voor het exploiteren van De Steeg aan de Meester Prinsenstraat 38 in Haarsteeg.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] en de burgemeester hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 3 maart 2026, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. Y.S.A Titulaer-Kruize en J.S. van der Veeken, en Dorpscafé De Steeg B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. De burgemeester heeft aan Dorpscafé De Steeg B.V. een vergunning verleend voor de exploitatie van De Steeg aan de Meester Prinsenstraat 38 in Haarsteeg. In het pand is naast dorpscafé De Steeg ook dorpshuis De Haarstek gevestigd. Het pand wordt onder meer gebruikt voor (verenigings)activiteiten, evenementen, feesten en bruiloften. Het pand ligt tegenover en op 12 meter afstand van de woning van [appellant].
1.1. De exploitatievergunning heeft, na wijziging van de voorschriften in bezwaar, betrekking op de volgende activiteiten:
- het organiseren van maximaal 2 besloten feesten en partijen per week;
- het organiseren van maximaal 12 grote publieksevenementen per jaar, waarbij het maximum aantal toegestane bezoekers is gelimiteerd tot het maximum dat is toegestaan bij of krachtens de regels voor brandveilig gebruik van de inrichting;
- het organiseren van maximaal 52 openbare activiteiten per jaar die wat hun invloed op de woon- en leefsituatie betreft vergelijkbaar zijn met besloten feesten en partijen;
- het exploiteren van een bruin café waar maximaal 80 bezoekers op vrijdag, zaterdag en zondag mogen komen.
1.2. Horecabedrijf De Steeg moet maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 uur en 07:00 uur, en zaterdag en zondag tussen 02:00 uur en 07:00 uur gesloten zijn. Het maximaal aantal bezoekers is gesteld op 400. Verder is de caféfunctie tegelijk met besloten feesten of partijen toegestaan mits bij de feesten of partijen niet meer dan 150 personen aanwezig zijn. De burgemeester heeft bij de verlening van de vergunning in aanmerking genomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving door de exploitatie van De Steeg niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Er is geen sprake van ontoelaatbare geluidsoverlast. De burgemeester vindt mede van belang dat een horecabedrijf op grond van het bestemmingsplan is toegestaan en dat de activiteiten van De Steeg niet tot meer geluidsproductie, verkeersbewegingen en parkeerdruk leiden dan de activiteiten van Partycentrum De Hut, de vorige exploitant die in het pand was gevestigd.
Uitspraak van de Afdeling
2. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2678, overwogen dat de burgemeester zich bij de gemaakte vergelijking tussen de activiteiten van De Steeg en die van Partycentrum De Hut onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de feitelijke bedrijfsvoering van Partycentrum De Hut. Dat er niet meer hinder is dan voorheen betekent volgens de Afdeling niet zonder meer dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van De Steeg daarom niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester moet zich daarover, na afweging van alle betrokken belangen, een zelfstandig oordeel vormen. De Afdeling is van oordeel dat de burgemeester dat niet heeft gedaan. De rechtbank is volgens de Afdeling ten onrechte voorbij gegaan aan de door [appellant] gestelde hinder van het komen en gaan van bezoekers en de daarmee gepaard gaande parkeerproblemen. Ook is de rechtbank ten onrechte voorbij gegaan aan de stelling van [appellant] dat een horecabedrijf met zoveel bezoekers als volgens de vergunning toegestaan, niet in een rustige woonwijk past. De Afdeling is van oordeel dat de burgemeester bij de beoordeling of de woon- en leefsituatie in de omgeving van De Steeg op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed geen rekening heeft gehouden met het karakter van de straat en de wijk waarin De Steeg is gelegen. De rechtbank heeft dat niet onderkend, aldus de Afdeling.
2.1. De Afdeling heeft vanwege al het voorgaande de burgemeester opgedragen om een nieuw besluit op het bezwaar van [appellant] te nemen. Daarbij moest de burgemeester, voor zover hij naar aanleiding van de stellingen van [appellant] een vergelijking wilde maken tussen de hinder van De Steeg en die van Partycentrum De Hut, uitgaan van de destijds feitelijke bedrijfsvoering van Partycentrum De Hut. Los daarvan moest hij, na afweging van alle daarbij betrokken belangen, een zelfstandig oordeel vormen over het antwoord op de vraag of de woon- en leefsituatie in de omgeving van De Steeg op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarbij moest de burgemeester rekening houden met het feitelijk karakter van de straat en de wijk waarin De Steeg is gelegen. Het ligt daarbij in de rede dat passende voorschriften worden opgenomen over bezoekersaantallen, dagen en tijdstippen, aldus de Afdeling.
Nieuw besluit van de burgemeester
3. De burgemeester heeft op 9 januari 2024 naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling opnieuw het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard en een exploitatievergunning aan De Steeg verleend. Anders dan voorheen mogen in de inrichting van De Steeg nu maximaal 250 bezoekers tegelijk aanwezig zijn ter bescherming van de woon- en leefsituatie. Daarnaast mag er geen samenloop van functies zijn. Het café kan dus niet open zijn als er (besloten) feesten of partijen plaatsvinden. Verder is in de nieuwe exploitatievergunning opgenomen dat het laden en lossen van goederen aan de zijkant van het pand moet plaatsvinden en niet aan de Meester Prinsenstraat, tenzij niet anders mogelijk. Daarnaast moet Dorpscafé De Steeg B.V. voldoende maatregelen nemen om overlast op het eigen parkeerterrein tussen 23:00 uur en 07:00 uur te voorkomen. Zij moet onder meer het eigen parkeerterrein gedeeltelijk afsluiten. Ook wordt het pand akoestisch verbeterd. De overige voorschriften zijn niet gewijzigd.
Beroep van [appellant]
4. [appellant] betoogt dat de overlast is toegenomen door intensiever gebruik van de inrichting. Er zijn meer activiteiten in het weekend dan voorheen waardoor er meer hinder en geluidsnormoverschrijdingen zijn. Op dit moment is er een lichte verbetering wat betreft de overlast maar het geluid van muziek blijft goed hoorbaar in zijn woning. Er worden immers bruiloften en andere besloten feesten gehouden waar muziek wordt gedraaid. Verder blijkt uit het programma van het dorpshuis De Haarstek dat doordeweeks veel activiteiten worden gehouden en in het weekend horeca-exploitatie plaatsvindt. Ook de verkeersbewegingen zorgen voor overlast. Door het eigen parkeerterrein gedeeltelijk af te sluiten wordt het probleem naar de openbare weg verplaatst. Er zijn onvoldoende openbare parkeerplaatsen aanwezig in de directe leefomgeving van het pand waardoor veel bezoekers in de wijk rondrijden voor een parkeerplek. Gezien al deze omstandigheden is volgens [appellant] de druk in de woonwijk toegenomen en is het leefmilieu in de woonwijk nadelig beïnvloed. Ook stelt [appellant] zich op het standpunt dat bij of krachtens de regels voor brandveilig gebruik van de inrichting 1.000 tot 1.150 bezoekers aanwezig mogen zijn. Dit betekent dat bij grote publieksevenementen aanzienlijk meer bezoekers zijn toegestaan dan 250. [appellant] wil tot slot dat enkel de dorpshuisactiviteiten en de exploitatie van besloten feesten en partijen worden toegestaan, en dat laagbelastende openbare maatschappelijke en culturele evenementen 12 keer per kalenderjaar worden toegestaan, waarvoor maatwerkvoorschriften moeten worden opgesteld.
Beoordeling
5. De burgemeester moet bij het nemen van een besluit op een aanvraag om een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Heusden 2023 beoordelen of de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Ingevolge het vierde lid moet de burgemeester daarbij rekening houden met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf, de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie, en de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant van het horecabedrijf.
6. Op de zitting bij de Afdeling heeft Dorpscafé De Steeg B.V. te kennen gegeven dat in het dorp Haarsteeg vraag was naar een ontmoetingsplek zoals een dorpscafé of een dorpshuis. Er is verder in het dorp namelijk geen plek voor de bewoners om samen te komen. De Steeg en De Haarstek vervullen een sociaal maatschappelijke functie in het dorp. De burgemeester heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat hij de behoefte aan een dorpscafé en dorpshuis vanuit het dorp Haarsteeg, de aard van de omgeving en de klachten van [appellant] heeft meegewogen in zijn besluitvorming. De burgemeester wijst er op dat veel overleggen zijn gevoerd met Dorpscafé de Steeg B.V. en [appellant] over onder meer de nieuwe invulling van de exploitatievergunning. Er zijn in de nieuwe exploitatievergunning extra voorschriften opgenomen om overlast te voorkomen. De maximale bezoekerscapaciteit sluit aan bij de wensen van [appellant] zoals opgenomen in de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2678. Volgens de burgemeester is De Steeg weliswaar in een woonwijk gelegen, maar is het een gemengde omgeving. Diverse percelen in de wijk hebben een bestemming ‘gemengd’. De straat is geen rustige straat omdat deze een wijkontsluitingsfunctie vervult voor verkeer tussen Engelen en Bokhoven. Verder heeft de burgemeester toegelicht en met stukken onderbouwd dat De Steeg inmiddels toereikende geluidswerende maatregelen heeft getroffen.
6.1. De Afdeling is van oordeel dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van De Steeg of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de vergunde activiteiten van De Steeg. Met de nieuwe voorschriften heeft de burgemeester rekening gehouden met het feitelijk karakter van de straat en de wijk waarin De Steeg is gelegen, de aard van de activiteiten van De Steeg, en de mogelijke hinder waaraan het woonmilieu in de omgeving van het café blootstaat door de exploitatie en de wijze van bedrijfsvoering door Dorpscafé De Steeg B.V. Daartoe heeft de burgemeester passende voorschriften opgenomen, mede met het oog op de beperking van overlast door geluid en verkeer. Het aantal bezoekers is voor verschillende activiteiten gemaximeerd, ongeacht of uit oogpunt van brandveiligheid een hoger aantal toelaatbaar zou zijn. Disco of dansfeesten zijn niet toegestaan. Besloten feesten en openbare activiteiten worden doorgaans in het weekend gehouden en samenloop van functies is niet toegestaan, waardoor de caféfunctie feitelijk één vrijdag per maand wordt uitgeoefend. Na afstemming met [appellant] is in de nieuwe exploitatievergunning ook opgenomen dat het laden en lossen van goederen aan de zijkant van het pand moet plaatsvinden, en niet aan de Meester Prinsenstraat en is het parkeerterrein op bepaalde uren gesloten. Dat hierdoor elders problemen ontstaan heeft [appellant] niet verder toegelicht of onderbouwd. Door andere omwonenden dan [appellant] wordt geen overlast gemeld. Er is verder geen grond voor het oordeel dat de burgemeester de grote publieksevenementen per jaar verder had moeten inperken met meer voorschriften. Deze zijn toegestaan op maximaal twaalf dagen per jaar. Zes van deze activiteiten zijn door de gemeente aangewezen, zoals carnaval en oudejaarsdag. Bij de publieksevenementen wordt na de verplichte kennisgeving door de gemeente beoordeeld of door de activiteit de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed en worden zo nodig aanvullende afspraken gemaakt. Voor afwijking van de reguliere sluitingstijden tijdens deze twaalf publieksevenementen moet een ontheffing worden aangevraagd waarbij ook zal worden beoordeeld of de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. Gelet op deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester met het samenstel van voorschriften en maatregelen tegemoet is gekomen aan de door [appellant] gestelde en ervaren overlast en dat niet aannemelijk is dat de gevolgen van de exploitatie op de woon- en leefsituatie in de omgeving niet aanvaardbaar zijn. In wat [appellant] in hoger beroep aanvoert, ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel. Voor zover de voorschriften niet worden nageleefd en daardoor overlast plaatsvindt, is dit een aspect van handhaving.
7. Het betoog slaagt niet.
Slotsom
8. Het beroep is ongegrond.
9. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt en mr. M.C Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Singh, griffier.
w.g. Willems
voorzitter
w.g. Singh
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
990