202500679/1/A3.
Datum uitspraak: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Enschede,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 december 2024 in zaak nr. 24/1366 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Enschede.
Procesverloop
Bij besluit van 1 november 2023 heeft de burgemeester aan [appellant] een gebiedsverbod opgelegd voor de duur van drie maanden.
Bij besluit van 21 december 2023, verzonden op 2 januari 2024, heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Partijen hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord. De Afdeling heeft het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb gesloten.
Overwegingen
Inleiding
1. De burgemeester heeft aan [appellant] een gebiedsverbod opgelegd voor een gebied in het centrum van Glanerbrug, voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft daaraan een bestuurlijke rapportage van de politie van 13 juli 2023 ten grondslag gelegd. In de bestuurlijke rapportage staat dat Glanerbrug als grensdorp al jaren kampt met drugsoverlast. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat [appellant] veel dealgedrag vertoont. Hij wordt dagelijks gezien wanneer hij contact legt met afnemers, meestal verslaafden uit Duitsland. De politie heeft meerdere overdrachten gezien tussen [appellant] en afnemers. Ook is [appellant] meerdere keren staande gehouden en aangehouden geweest en zijn er zaken bij hem aangetroffen die wijzen op de handel in harddrugs (harddrugs, meerdere telefoons, coupures geld). [appellant] vertoont ook dealgedrag vanuit een woning aan de [locatie] en het treinstation in Glanerbrug. Hij probeert vaak te ontkomen aan politiecontroles en verzet zich bij eventuele staande houdingen. Het baart de politie zorgen dat [appellant] zich ook ophoudt op schoolpleinen en zich laat omringen door jongeren. Daarnaast staan in de periode van 8 maart 2023 tot en met 9 juli 2023 dertien meldingen en mutaties geregistreerd in het politiesysteem met betrekking tot [appellant] ter zake van overlast alcohol/drugs, overlast jeugd en verdachte situaties.
Uitspraak van de rechtbank
2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester aannemelijk gemaakt dat [appellant] herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord. Het enkele feit dat [appellant] de waarnemingen in de bestuurlijke rapportage betwist, hoefde voor de burgemeester geen reden te zijn om te twijfelen aan die waarnemingen. De burgemeester was dus bevoegd om een gebiedsverbod op te leggen. De rechtbank is niet gebleken van zodanig zwaarwegende belangen bij [appellant] dat de burgemeester van het opleggen van het gebiedsverbod had moeten afzien.
Het hoger beroep
3. In hoger beroep voert [appellant] aan dat de bestuurlijke rapportage onvoldoende helder en concreet is. De burgemeester heeft daarmee dus niet aannemelijk gemaakt dat [appellant] herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord en dat ernstige vrees bestond voor een verdere verstoring van de openbare orde. De burgemeester was daarom niet bevoegd een gebiedsverbod op te leggen, aldus [appellant].
3.1. De bestuurlijke rapportage is naar waarheid opgemaakt op basis van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, politiemutaties en openbare bronnen. De burgemeester mag in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen die daarin zijn neergelegd. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen grond voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat de burgemeester niet mocht afgaan op de juistheid daarvan. De enkele ontkenning door [appellant] van die bevindingen is daarvoor onvoldoende. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat [appellant] herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord en dat ernstige vrees bestond voor verdere verstoring van de openbare orde. De burgemeester was daarom bevoegd het gebiedsverbod op te leggen.
3.2. Het betoog slaagt niet.
Conclusie
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.E. Kamperman, griffier.
w.g. Den Ouden
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kamperman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
1000