ECLI:NL:RVS:2026:2765

ECLI:NL:RVS:2026:2765

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 202402542/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de burgemeester de openbare inrichting aan de [locatie] te Utrecht, gesloten voor de duur van zes weken. Bij besluit van 29 november 2022 heeft de burgemeester de aan [appellant] verleende exploitatievergunning en drank- en horecavergunning voor het horecabedrijf ingetrokken. [appellant] was eigenaar van het horecabedrijf in Utrecht, een Chinees Indisch restaurant. De burgemeester en de politie hebben meldingen ontvangen dat illegaal werd gegokt in het horecabedrijf. Daarnaast zou sprake zijn geweest van een incident waarbij is gedreigd met een vuurwapen. De vuurwapendreiging is voor de politie aanleiding geweest om op 23 oktober 2022 met een arrestatieteam het horecabedrijf te betreden. Daarbij was ook een toezichthouder van de gemeente aanwezig. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om het horecabedrijf te sluiten voor de duur van zes weken op grond van artikel 24 van de Verordening horeca gemeente Utrecht. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat door de constateringen die in het horecabedrijf zijn gedaan, sprake is van een ernstig gevaar voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat rondom het horecabedrijf.

Uitspraak

202402542/1/A3.

Datum uitspraak: 13 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 21 maart 2024 in zaak nr. 23/1787 en 23/1788 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Utrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de burgemeester de openbare inrichting (hierna: het horecabedrijf) aan de [locatie] te Utrecht, gesloten voor de duur van zes weken. Bij besluit van 29 november 2022 heeft de burgemeester de aan [appellant] verleende exploitatievergunning en drank- en horecavergunning (DHW-vergunning) voor het horecabedrijf ingetrokken.

Bij besluiten van 8 februari 2023 en 13 februari 2023 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 maart 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. D. Gurses, advocaat in Utrecht, en de burgemeester van Utrecht, vertegenwoordigd door S.E. Silbermann, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] was eigenaar van het horecabedrijf in Utrecht, een Chinees Indisch restaurant. De burgemeester en de politie hebben meldingen ontvangen dat illegaal werd gegokt in het horecabedrijf. Daarnaast zou sprake zijn geweest van een incident waarbij is gedreigd met een vuurwapen. De vuurwapendreiging is voor de politie aanleiding geweest om op 23 oktober 2022 met een arrestatieteam het horecabedrijf te betreden. Daarbij was ook een toezichthouder van de gemeente aanwezig. De bevindingen die door de politie zijn gedaan zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 25 oktober 2022. De bevindingen van de toezichthouder zijn neergelegd in een proces-verbaal.

Bestuurlijke rapportage en het proces-verbaal

2. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de politie en de toezichthouder tijdens de binnentreding de volgende bevindingen hebben gedaan. Voordat de politie het pand van het horecabedrijf betrad werd waargenomen dat voor het pand een beveiliger stond die de omgeving in de gaten hield. Op het moment dat de politie het pand betrad wist deze persoon te ontkomen door hard weg te rennen. Een tweede beveiliger zat in een personenauto voor het pand en wist ook te ontkomen. Deze personenauto bleek eigendom van [appellant] te zijn. In de auto bevond zich een mobiele telefoon. Op deze mobiele telefoon stond een applicatie open waarmee was ingelogd op een camerasysteem. Via diverse camera's was het interieur van het horecaberdrijf en de omliggende straten zichtbaar. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de politie aannemelijk acht dat de persoon in de auto de omgeving in de gaten hield zodat men bij een eventuele dreiging of controle niet verrast zou worden. Verder bevonden zich in het horecabedrijf 32 personen aan tafels met daarop speelkaarten. Op de tafels lagen briefjes met daarop bedragen genoteerd. Op een dobbeltafel lag contant geld en bij verschillende personen zijn grote bedragen contant geld van tussen de € 6.000,00 tot € 7.000,00 aangetroffen. In totaal gaat het om € 46.785,00. Verder heeft de politie vastgesteld dat een groot aantal van de aanwezigen meerdere antecedenten op hun naam hadden staan, waaronder overtredingen van de Opiumwet, de Wet Wapens en Munitie en de Wet op de kansspelen en geweldsdelicten, vermogensdelicten en witwassen. De politie heeft ook vastgesteld dat bezoekers van buiten Utrecht aanwezig waren. Volgens de politie is dat een aanwijzing dat in het horecabedrijf sprake was van georganiseerde gokavonden en dat het horecabedrijf als illegale goklocatie bij bezoekers buiten Utrecht bekend was. Eén van die bezoekers was blijkens informatie van de politie Den Haag afkomstig uit Den Haag en een bekende figuur in de illegale gokwereld. Bij het verlaten van het pand hoorde de politie een aantal personen verklaren dat in het pand illegaal werd gegokt.

3. Het proces-verbaal van de toezichthouder bevat dezelfde informatie als de bestuurlijke rapportage. Aanvullend blijkt uit het proces-verbaal dat [appellant] verklaard heeft dat de mobiele telefoon die werd gevonden in zijn auto waarop de camerabeelden te zien waren, van hem was. Ook blijkt uit het proces-verbaal dat [appellant] aanwezig was in de bovenwoning van het horecabedrijf en dat hij heeft verklaard dat hij kaartavonden organiseerde in het restaurant met de bedoeling drankjes te verkopen, maar dat hij niet wist dat er om geld werd gespeeld.

Besluitvorming burgemeester

4. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om het horecabedrijf te sluiten voor de duur van zes weken op grond van artikel 24 van de Verordening horeca gemeente Utrecht (hierna: de Horecaverordening). Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat door de constateringen die in het horecabedrijf zijn gedaan, sprake is van een ernstig gevaar voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat rondom het horecabedrijf. Bovendien is het op grond van artikel 1, onder a, van de Wet op de Kansspelen en artikel 2:21 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (hierna: de APV) verboden om een speelgelegenheid te exploiteren zonder vergunning. [appellant] was niet in het bezit van een dergelijke vergunning, waardoor volgens de burgemeester sprake is van een ernstige overtreding. Daarnaast heeft de burgemeester de DHW-vergunning ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder b en c, van de Alcoholwet, omdat de burgemeester van mening is dat [appellant] door het faciliteren van de illegale gokavonden in zijn horecabedrijf, van slecht levensgedrag is. De feiten die zich in het horecabedrijf hebben voorgedaan wettigen volgens de burgemeester ook de vrees dat het van kracht blijven van de vergunning een gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Tot slot heeft de burgemeester de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, van de Horecaverordening. Dit kan de burgemeester doen als de exploitatie van het horecabedrijf een gevaar oplevert voor de openbare orde of de woon- en leefsituatie van omwonenden.

4.1. [appellant] is het niet met de besluitvorming eens en heeft daartegen beroep ingesteld.

Uitspraak van de rechtbank

5. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester het horecabedrijf mocht sluiten en de exploitatievergunning en DHW-vergunning mocht intrekken. Zij overweegt dat de toezichthouder op grond van artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd was om het horecabedrijf binnen te treden. Dat de politie daarnaast gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid op grond van artikel 49 van de Wet Wapens en Munitie is daarbij niet relevant. De burgemeester mocht de besluiten baseren op de bestuurlijke rapportage. Op geen enkele wijze is geconcretiseerd of aannemelijk geworden dat de daarin opgenomen gegevens niet juist zijn. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat, gelet op de aangetroffen situatie in het horecabedrijf, zonder meer sprake was van gebruik van het horecabedrijf als illegale goklocatie, waar om groot geld werd gespeeld. Er is volgens de rechtbank geen reden om aan de juistheid van de informatie uit de bestuurlijke rapportage te twijfelen. De rechtbank overweegt dat op basis op van wat in de bestuurlijke rapportage is geconstateerd, sprake was van een situatie waarin in strijd met het belang van de openbare orde en de bescherming van het woon- en leefklimaat werd gehandeld. Een verdere exploitatie van het horecabedrijf zou hiervoor een gevaar blijven opleveren Volgens de rechtbank is de besluitvorming van de burgemeester niet onevenredig. Het doel van de sluiting en de intrekkingen is om het horecabedrijf blijvend aan het illegale gokcircuit te onttrekken en daarmee de bescherming van de openbare orde en de woon- en leefsituatie te garanderen. Deze maatregelen waren noodzakelijk. Uit verschillende meldingen en een eerdere controle komt naar voren dat er al langer een vermoeden was dat er illegaal werd gegokt. De wijze waarop het pand van binnen en buiten met camera’s in de gaten werd gehouden duidt op een stevige organisatie en dat men zich bewust was van de illegaliteit of de gevaarzetting en dat bewaking noodzakelijk was. [appellant] maakte hier onderdeel van uit, nu de bewaking plaatsvond vanuit zijn auto en met zijn telefoon. De burgemeester heeft terecht gesteld dat hij niet kon volstaan met een waarschuwing of lichtere maatregelen. Gezien het grote belang van handhaving, de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, mocht de burgemeester deze belangen zwaarder laten wegen dan het financiële belang van [appellant]. De burgemeester heeft terecht geconcludeerd dat [appellant] verwijtbaar heeft gehandeld en van slecht levensgedrag is, omdat hij de illegale gokavonden heeft gefaciliteerd. Hij heeft na eerdere meldingen ook politiebezoek gehad en heeft verklaringen afgelegd waaruit blijkt dat hij wist dat er werd gekaart. Dat hij niet wist dat het om geld ging heeft de burgemeester in de gegeven omstandigheden onaannemelijk mogen achten. Hij heeft ook geen behoorlijk toezicht gehouden. De burgemeester hoefde ook geen aanleiding te zien om af te zien van de sluiting en de intrekking van de vergunningen, omdat [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij door de besluitvorming onevenredig nadelig is getroffen, aldus de rechtbank. Dat het bedrijf uiteindelijk is gesloten maakt dat niet anders. [appellant] voorziet inmiddels op andere wijze in de kost.

Beoordeling van het hoger beroep

6. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de burgemeester bevoegd was om het horecabedrijf te sluiten en de vergunningen in te trekken. Daartoe voert [appellant] aan dat de burgemeester zich niet mocht baseren op de bestuurlijke rapportage. Daarnaast betoogt [appellant] dat de binnentreding onrechtvaardig was en dat de agenten niet bevoegd waren tot doorzoeking. [appellant] betoogt verder dat niet aannemelijk is dat het woon- en leefklimaat in de buurt van het horecabedrijf onder druk heeft gestaan. Hij is niet bekend met de eerdere meldingen die de politie heeft ontvangen en hem zijn ook geen klachten van omwonenden bekend. [appellant] bestrijdt de stelling dat hij de illegale activiteiten zou hebben gefaciliteerd en daardoor van slecht levensgedrag zou zijn. Hem kan geen verwijt van deze activiteiten worden gemaakt omdat hij hier niet van op de hoogte was en redelijkerwijs niet van op de hoogte kon zijn. Er bestaan volgens [appellant] ook geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het openblijven van het horecabedrijf een gevaar zou zijn voor de openbare orde. Tot slot betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de sluiting van het pand en de intrekking van de vergunningen onevenredig is. Daartoe voert [appellant] aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn financiële belangen. De besluitvorming heeft namelijk tot faillissement van de onderneming geleid. [appellant] stelt verder dat de burgemeester niet heeft gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichtere maatregel. De burgemeester had in die beoordeling moeten betrekken dat het restaurant jarenlang zonder problemen open is geweest, aldus [appellant].

6.1. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 10 tot en met 17 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

6.2. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.S. Venema, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Venema

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026

973

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.S. Venema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand