ECLI:NL:RVS:2026:2886

ECLI:NL:RVS:2026:2886

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 20-05-2026
Zaaknummer 202207180/2/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4315 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rotterdam opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.3, geoordeeld dat het besluit van 20 oktober 2022 in strijd met artikel 3:46 van de Awb is genomen, omdat de raad niet voldoende heeft gemotiveerd waarom hij het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht om op het perceel [locatie] uitsluitend horeca, en meer specifiek, uitsluitend een restaurant toe te laten. De Afdeling heeft daarover overwogen dat het op zichzelf aanvaardbaar is dat de raad met het oog op de monumentale en landschappelijke waarden van het plangebied heeft beoogd om de ruimtelijke impact van de planologische mogelijkheden op het perceel [locatie] te beperken tot de ruimtelijke impact in de bestaande situatie, maar dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een andere vorm van gebruik met eenzelfde of zelfs minder ruimtelijke impact vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar zou zijn.

Uitspraak

202207180/2/R3.

Datum uitspraak: 20 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

N.V. Hotel- en Café- Restaurantbedrijf Het Jagershuis, gevestigd in Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, [appellant A], wonend in [woonplaats], en [appellant A], wonend in Hoek van Holland, gemeente Rotterdam (Het Jagershuis en anderen),

appellanten,

en

de raad van de gemeente Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4315 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 29 januari 2026 (het herstelbesluit) het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" opnieuw en gewijzigd vastgesteld.

Het Jagershuis en anderen hebben, daartoe in de gelegenheid gesteld, op 9 maart 2026 een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop het gebrek is hersteld.

De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, blijft op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

De tussenuitspraak

2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.3, geoordeeld dat het besluit van 20 oktober 2022 in strijd met artikel 3:46 van de Awb is genomen, omdat de raad niet voldoende heeft gemotiveerd waarom hij het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht om op het perceel [locatie] uitsluitend horeca, en meer specifiek, uitsluitend een restaurant toe te laten. De Afdeling heeft daarover overwogen dat het op zichzelf aanvaardbaar is dat de raad met het oog op de monumentale en landschappelijke waarden van het plangebied heeft beoogd om de ruimtelijke impact van de planologische mogelijkheden op het perceel [locatie] te beperken tot de ruimtelijke impact in de bestaande situatie, maar dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een andere vorm van gebruik met eenzelfde of zelfs minder ruimtelijke impact vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar zou zijn.

Verder heeft de Afdeling in de tussenuitspraak, onder 6.3, geoordeeld dat het besluit van 20 oktober 2022 in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen, omdat het plan het bestaande gebruik van de bijgebouwen op het perceel [locatie] als berging ten behoeve van de horeca op dat perceel ten onrechte niet toestond.

2.1. De Afdeling heeft vervolgens in de tussenuitspraak, onder 8, overwogen dat de raad de in die uitspraak geconstateerde gebreken kon herstellen door alsnog toereikend te motiveren waarom de raad het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht om op het perceel [locatie] uitsluitend horeca, en meer specifiek, uitsluitend een restaurant, en dus geen andere vormen van gebruik met eenzelfde of minder zware ruimtelijke impact toe te laten, of een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, én de planregels behorende bij de bestemming "Verkeer - Erf" zodanig aan te passen dat die regels in ieder geval het bestaande gebruik van de bijgebouwen die zich op het perceel [locatie] op de gronden met de bestemming "Verkeer - Erf" bevinden, mogelijk maken.

Conclusie beroep tegen het besluit van 20 oktober 2022

3. Gelet op wat de Afdeling in overweging 5.3 en 6.3 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van Het Jagershuis en anderen tegen het besluit van 20 oktober 2022 gegrond. Dat besluit moet worden vernietigd voor zover het betreft het plandeel voor het perceel [locatie] te Hoek van Holland, omdat het in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb is genomen.

Het herstelbesluit

4. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het bestemmingsplan bij besluit van 29 januari 2026 gedeeltelijk gewijzigd en voorzien van een nadere motivering.

4.1. Voor het herstel van het in overweging 5.3 van de tussenuitspraak geconstateerde gebrek heeft de raad de bestemmingsomschrijving bij de bestemming "Horeca" in artikel 5.1, onder a, van de planregels gewijzigd. Daardoor staat het plan op het perceel [locatie] niet meer uitsluitend een restaurant, maar horeca en een hotel met bijbehorende voorzieningen toe.

4.2. Voor het herstel van het in overweging 6.3 van de tussenuitspraak geconstateerde gebrek heeft de raad de bestemming ter plaatse van een van de bijgebouwen op het perceel [locatie] gewijzigd van "Verkeer - Erf" naar "Horeca". Ook heeft de raad aan artikel 8.1 van de planregels, waarin de bestemmingsomschrijving van de bestemming "Verkeer - Erf" is opgenomen, een artikelonderdeel toegevoegd, waarmee hij heeft beoogd alsnog het bestaande gebruik van de bijgebouwen op het perceel [locatie] als berging ten behoeve van de horecagelegenheid in Het Jagershuis toe te staan.

Het hiervoor bedoelde artikelonderdeel in artikel 8.1, aanhef en onder c, van de planregels luidt:

"De voor ‘Verkeer - Erf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…]

c. gebouwen, functionerend als een berging ten behoeve van horeca, als bedoeld in artikel 5.1, onder a en ondergeschikt aan de horeca, als bedoeld in artikel 5.1, onder a."

4.3. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb is het herstelbesluit onderdeel van dit geding. Het beroep van Het Jagershuis en anderen is van rechtswege mede gericht tegen dat besluit.

Het beroep tegen het herstelbesluit van 29 januari 2026

Bestemmingen niet bruikbaar en niet uitvoerbaar

5. Het Jagershuis en anderen betogen dat de bestemmingen in het plan feitelijk onbruikbaar zijn. Zij voeren hierover aan dat de gebruiksmogelijkheden waarin die bestemmingen voorzien niet uitvoerbaar en niet bruikbaar zijn, omdat ten onrechte geen aangepaste bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw en de bijgebouwen zijn opgenomen.

5.1. De raad heeft in de zienswijzennota toegelicht dat hij er vanwege de monumentale en landschappelijke waarden van het plangebied voor heeft gekozen om voor de aanwezige bebouwing de bestaande situatie als uitgangspunt te nemen en vast te leggen in het bestemmingsplan. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.3 en 6.2, reeds geconcludeerd dat zij het aanvaardbaar acht dat de raad er om die reden voor heeft gekozen om de ruimtelijke impact van de planologische mogelijkheden op het perceel [locatie] te beperken tot de ruimtelijke impact van de bestaande situatie. Voor zover Het Jagershuis en anderen zich met dit betoog keren tegen overwegingen van de tussenuitspraak, overweegt de Afdeling dat zij behalve in uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat de Afdeling uitgaat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel.

Voor zover het betoog van Het Jagershuis en anderen zo moet worden opgevat dat de gewijzigde gebruiksmogelijkheden waarin het herstelbesluit voorziet niet uitvoerbaar of niet bruikbaar zijn, overweegt de Afdeling dat zij in wat Het Jagershuis en anderen hierover hebben aangevoerd geen aanknopingspunten ziet voor het oordeel dat de gewijzigde gebruiksmogelijkheden op het perceel [locatie] niet uitvoerbaar of niet bruikbaar zijn. Dit hebben zij namelijk niet nader toegelicht of onderbouwd.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie beroep herstelbesluit

6. Het beroep tegen het herstelbesluit van 29 januari 2026 is ongegrond. Dat betekent dat het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin", zoals de raad dat in het besluit van 29 januari 2026 heeft vastgesteld, in stand blijft.

Proceskosten

7. De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" gegrond;

II. vernietigt het onder I. vermelde besluit voor zover het betreft het plandeel voor het perceel [locatie] te Hoek van Holland;

III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 29 januari 2026 tot opnieuw en gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Rotterdam tot vergoeding van de bij Het Jagershuis en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

V. gelast dat de raad van de gemeente Rotterdam aan Het Jagershuis en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lap

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026

288-1117

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.I.Y. Lap

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand