202504608/1/A2.
Datum uitspraak: 27 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant] h.o.d.n. [bedrijf], wonend en gevestigd in [plaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank OostBrabant van 4 juli 2025 in zaak nr. 24/3012 in het geding tussen:
[appellant]
en
het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel.
Procesverloop
Bij besluit van 12 september 2019 heeft het dagelijks bestuur het verzoek van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen.
Bij besluit van 9 juli 2024 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 4 juli 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het dagelijks bestuur heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 april 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. Th.J.H.M. Linssen, advocaat te Tilburg, vergezeld door R.J. Kok en J.J. Walhout, deskundigen, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. R.M. Pieterse, advocaat te Middelburg, vergezeld door M.M. Cazemier-Gommans, zijn verschenen.
Overwegingen
Achtergrond van het geschil
1. [appellant] exploiteert een vruchtboomkwekerij aan [locatie] in Bergeijk. [appellant] pachtte in 2016 twee percelen, kadastraal bekend als gemeente Bergeijk, sectie H, nrs. 1115 en 1116 (de percelen), voorheen sectie H, nr. 916, ten behoeve van het kweken van perenbomen.
2. De percelen liggen in het stroomgebied van de Keersop, dat deel uitmaakt van het beheersgebied van het waterschap.
3. Op 14 juli 1995 is het Inrichtingsplan ‘Beekherstelproject Keersop Proefstroken, Locatie De Vloeten/Bergeyk’ vastgesteld. Van 1995 tot en met 2015 en in 2017 en 2018 heeft het dagelijks bestuur het Inrichtingsplan uitgevoerd door de Keersop ter hoogte van de Vlieterdijk te laten meanderen. Ook is in 1995 ter uitvoering van het Inrichtingsplan een bypass (met drempel) aangelegd. In het kader van het projectplan ‘Beekherstel Keersop’ is in 2008 een aantal trajecten in de Keersop meanderend gemaakt en is de Keersop met andere profieldimensies ingericht (het project).
4. In juni 2016 is extreme neerslag gevallen.
Het verzoek om nadeelcompensatie
5. [appellant] stelt dat de uitvoering van het project, de inrichting van de bypass en het maaibeleid van het dagelijks bestuur ertoe hebben geleid dat de percelen in juni 2016 zijn overstroomd en dat dit drie tot vier dagen heeft voortgeduurd. Daardoor zijn de perenbomen en stammen op de percelen beschadigd geraakt. [appellant] heeft de schade laten berekenen door Fidus Advies. In een rapport van 28 september 2017 heeft Fidus Advies de schade begroot op € 104.469,00.
Wettelijk kader
6. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
7. Op 1 januari 2024 is artikel 7.14 van de Waterwet ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. In artikel 4.21 van de Invoeringswet Omgevingswet heeft de wetgever regels van overgangsrecht gegeven voor een verzoek om vergoeding van schade die is veroorzaakt door de uitoefening van een taak of bevoegdheid als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid, van de Waterwet. In het eerste lid is bepaald dat als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet bedoelde schade is veroorzaakt en het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend, voor zover van belang, binnen vijf jaar nadat de schade zich heeft geopenbaard het oude recht van toepassing blijft op het verzoek om schadevergoeding tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt en, bij toewijzing van het verzoek, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald. Het verzoek is gedaan op 28 juni 2016. Dit betekent dat in dit geval artikel 7.14 van de Waterwet, zoals die bepaling gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Besluitvorming en advisering
8. Het dagelijks bestuur heeft het verzoek aangemerkt als een verzoek om nadeelcompensatie op grond van artikel 7.14 van de Waterwet. Het verzoek is voor advies voorgelegd aan de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ).
8.1. [appellant] heeft naar aanleiding van een conceptadvies van de SAOZ een rapport van 27 februari 2019 van Aveco de Bondt overgelegd.
8.2. In haar definitieve advies van juni 2019 heeft de SAOZ geadviseerd het verzoek om nadeelcompensatie af te wijzen. De SAOZ heeft zich daarbij onder andere gebaseerd op het rapport ‘Van huisbezoek naar hydrologische analyse’ en het rapport ‘Van huisbezoek naar juridische analyse’ (de rapporten). Ook heeft de SAOZ gereageerd op het rapport van Aveco de Bondt. Volgens de SAOZ wordt met het rapport van Aveco de Bondt niet ondersteund dat de schade, ondanks de extreme neerslag, niet zou zijn ontstaan als het project niet zou zijn uitgevoerd. In dit rapport is slechts onderzoek gedaan naar het integrale functioneren van het watersysteem en niet uitsluitend naar de gevolgen van de uitvoering van het project.
8.3. Het dagelijks bestuur heeft het advies van de SAOZ van juni 2019 en het naderhand door de SAOZ tijdens de bezwaarschriftenprocedure uitgebrachte aanvullend advies van 17 juni 2021 aan de besluitvorming ten grondslag gelegd.
Uitspraak van de rechtbank
9. De rechtbank heeft geoordeeld dat het dagelijks bestuur het verzoek om nadeelcompensatie terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft aan dat oordeel het volgende ten grondslag gelegd.
9.1. Voor het vaststellen van het oorzakelijk verband moet een vergelijking worden gemaakt tussen de feitelijke situatie waarin [appellant] terecht is gekomen en de hypothetische situatie waarin [appellant] zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gedragingen achterwege zouden zijn gebleven. De bewijslast om het causale verband aannemelijk te maken rust op [appellant].
9.2. In beroep heeft [appellant] een notitie van Walhout Civil van 21 mei 2025 overgelegd. De notitie bevat een analyse van de rapporten en van het rapport van Aveco de Bondt. In de notitie staat onder meer dat in het rapport van Aveco de Bondt de afvoercapaciteit van de Keersop is onderschat. [appellant] heeft laten weten niet langer aan de conclusies van Aveco de Bondt vast te houden als het gaat om de effecten van de meandering en de profilering daarvan. Wat betreft de meandering van de Keersop als gestelde schadefactor, is de rechtbank daarom aan de hand van de notitie van Walhout Civil nagegaan of [appellant] het oorzakelijk verband tussen de gestelde schade en deze maatregel aannemelijk heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is [appellant] daarin niet geslaagd. Ook als de berekening van de afvoercapaciteit van de Keersop zou zijn onderschat, wordt de conclusie in de notitie dat er een duidelijk verband is tussen de overstroming en het project niet ondersteund door een vergelijking tussen de werkelijke situatie zoals die zich in 2016 voordeed en de hypothetische situatie dat het project niet was uitgevoerd. De rechtbank laat bij haar oordeel in het midden of met de notitie aannemelijk is gemaakt dat de modellering die het dagelijks bestuur heeft toegepast onjuist is. Het is immers aan [appellant] om het oorzakelijke verband aannemelijk te maken. In dat kader is het niet voldoende om de door het dagelijks bestuur gehanteerde modellering aan te vechten. Het dagelijks bestuur heeft tijdens de zitting en in de Hydrologische gebiedsanalyse gemotiveerd uiteengezet dat de afvoercapaciteit niet is verminderd door de aanleg van de meander. De meander is dieper aangelegd dan de oorspronkelijke situatie. De profielen van de watergang voor en na de herinrichting zijn qua dimensionering vergelijkbaar.
9.3. [appellant] is er naar het oordeel van de rechtbank ook niet in geslaagd om het oorzakelijk verband tussen de gestelde schade en de (drempel van de) bypass aannemelijk te maken. Wat dat betreft houdt [appellant] vast aan het rapport van Aveco de Bondt. Daarin staat echter dat het effect van de drempel, die voor de bypass is aangelegd, verwaarloosbaar is voor het waterpeil. Het dagelijks bestuur heeft gemotiveerd uiteengezet dat de bypass is aangelegd om de afvoercapaciteit van de Keersop op hetzelfde peil te houden als in de situatie voordat de Keersop werd gemeanderd. Op deze gemotiveerde betwisting gaat het rapport van Aveco de Bondt niet in.
9.4. [appellant] heeft naar het oordeel van de rechtbank ook niet aannemelijk gemaakt dat het gevoerde maaibeleid ten nadele van hem is gewijzigd. In het rapport van Aveco de Bondt staat dat als het dagelijks bestuur de Keersop en de Vlieterdijk had gemaaid, de percelen niet waren overstroomd. In het rapport is echter niet ingegaan op de vraag of het maaibeleid ten nadele [appellant] is gewijzigd. [appellant] heeft ook onvoldoende gesteld over de inhoud van de eventuele wijziging en het tijdstip waarop deze wijziging zou zijn ingetreden.
Hoger beroep
Meandering en bypass
10. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen oorzakelijk verband is tussen de schade en het project en de inrichting van de bypass. Er was in juni 2016 veel neerslag, maar als de Keersop anders was ingericht en er geen bypass (met drempel) was aangelegd, dan waren de percelen niet overstroomd. De afvoercapaciteit is door de aanleg van meandering in 2008 verminderd en uit het rapport 'Van huisbezoek naar hydrologische analyse' blijkt volgens [appellant] dat het water sneller zou worden weggevoerd als de bypass wordt verwijderd. [appellant] voert verder aan dat het dagelijks bestuur gebruik heeft gemaakt van een onjuiste modellering en dat dit standpunt wordt onderbouwd door de notitie van Walhout Civil en het door het dagelijks bestuur zelf ingewonnen advies van Deltares. De gebruikte modellering leidt tot onderschatting van de risico's op wateroverlast en door steeds die modellering ten grondslag te leggen aan besluitvorming, gaat het dagelijks bestuur uit van een verkeerde vergelijking. Daarnaast is het gebied inmiddels weer aangepakt door het inrichten van een aantal hectaren als overloopgebied. Hiermee wordt bevestigd dat de inrichting van het gebied niet goed functioneerde.
10.1. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een oorzakelijk verband is tussen de schade en het project en de inrichting van de bypass. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de conclusie in de notitie van Walhout Civil, dat er een verband is tussen de overstroming en het project, niet wordt ondersteund door een vergelijking tussen de werkelijke situatie zoals die zich in 2016 voordeed en de hypothetische situatie dat de maatregelen uit het project niet zijn uitgevoerd. In hoger beroep heeft [appellant] de rapportage niet laten aanvullen. Op de zitting bij de Afdeling heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat de meandering weliswaar zorgt voor afname van de afvoercapaciteit van de Keersop, maar dat de meander, zoals deze er nu ligt, dieper is aangelegd dan in de oorspronkelijke situatie, waardoor de waterhuishouding van de percelen niet nadelig is gewijzigd. Het dagelijks bestuur heeft verder toegelicht dat, anders dan [appellant] betoogt, ook de bypass met drempel is ingericht om de afvoercapaciteit van de situatie na de herinrichting in 1996 gelijk te houden aan de situatie voor de herinrichting. In het rapport ‘Van huisbezoek naar hydrologische analyse’ staat eveneens dat de bypass bij een hoger waterpeil mee gaat doen in de afvoer van het water en dat met de bypass de afvoercapaciteit wordt vergroot. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellant] op deze gemotiveerde betwisting niet is ingegaan.
Het betoog slaagt niet.
Maaibeleid
11. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het maaibeleid is gewijzigd. Er is sprake van een andere watergang, waardoor het maaibeleid vanzelfsprekend is gewijzigd. Het dagelijks bestuur heeft niet betwist dat de watergang begroeid was, niet gemaaid was en dat dit actief beleid is vanwege de natuurfunctie. Ter onderbouwing heeft [appellant] luchtfoto's van 2008 tot en met 2020 overgelegd waarop volgens hem duidelijk te zien is dat er door de jaren heen steeds minder maaionderhoud wordt gepleegd. Op de luchtfoto’s valt te zien dat vanaf 2014 een verschuiving waarneembaar is.
11.1. Omdat [appellant] stelt dat de schade is veroorzaakt door het niet tijdig maaien van de Keersop moet worden bezien of het maairegime in het nadeel van [appellant] is gewijzigd. Zo ja, dan moet worden bezien of [appellant] door deze wijziging, in verband met de zware regenval in juni 2016, schade heeft geleden. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:504, ro. 46.
11.2. Op de zitting bij de Afdeling heeft het dagelijks bestuur erkend dat de meanderende Keersop niet wordt gemaaid en dat het maaibeleid van de Keersop is gericht op het in stand houden van de natuurfunctie. Maar het maaibeleid van de bypass, de oude beekloop, is niet gewijzigd en deze beekloop wordt wel gemaaid. Dat heeft [appellant] ook erkend op de zitting bij de Afdeling. De bypass heeft gefunctioneerd tijdens de overstroming in juni 2016. De Afdeling volgt gelet hierop het oordeel van de rechtbank dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het maaibeleid ten nadele van hem is gewijzigd.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
12. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
13. Het dagelijks bestuur hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, voorzitter, en mr. A.B. Blomberg en mr. V.V. Essenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.
w.g. De Groot
voorzitter
w.g. Engele
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026
1033
BIJLAGE
Wettelijk kader
Waterwet
Artikel 7.14
1. Aan degene die als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid in het kader van het waterbeheer schade lijdt of zal lijden, wordt op zijn verzoek door het betrokken bestuursorgaan een vergoeding toegekend, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.
2. Het verzoek tot vergoeding van de schade bevat een motivering, alsmede een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur dan wel verordening van provincie of waterschap kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting, indiening en motivering van een verzoek tot schadevergoeding.
3. Het bestuursorgaan kan het verzoek afwijzen, indien vijf jaren zijn verlopen na de dag waarop de schade zich heeft geopenbaard dan wel nadat de benadeelde redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schade, doch in elk geval na verloop van twintig jaren na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Bij of krachtens de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur dan wel verordening van provincie of waterschap kunnen regels worden gesteld omtrent de behandeling en de wijze van beoordeling van een verzoek tot schadevergoeding.
4. Het besluit inzake de toekenning van de vergoeding wordt genomen bij afzonderlijke beschikking.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, onverminderd artikel 7.15, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de schade die krachtens het eerste lid voor vergoeding in aanmerking komt.
Invoeringswet Omgevingswet
Artikel 4.21
1. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet schade is veroorzaakt door de uitoefening van een taak of bevoegdheid als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid, van de Waterwet, blijft het oude recht van toepassing op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar nadat de schade zich heeft geopenbaard of de benadeelde redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schade, maar in ieder geval binnen twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis.
2. Het oude recht blijft van toepassing op het verzoek om schadevergoeding tot het besluit onherroepelijk wordt en, bij toewijzing van het verzoek, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.
3. Afdeling 4.1 is in die gevallen niet van toepassing.