202305998/2/R3.
Datum uitspraak: 27 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], wonend in [woonplaats],
2. Woonstichting Stek, gevestigd in Hillegom,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Teylingen,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 17 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4424, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 1 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Loosterweg 16, Voorhout" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen.
Bij besluit van 26 februari 2026 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben Stek en [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zienswijzen naar voren gebracht over de wijze waarop de raad de gebreken heeft hersteld.
De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek vervolgens gesloten.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 19 januari 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
De tussenuitspraak
2. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het bouwplan van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en de belangen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] ten onrechte niet heeft meegenomen in de belangenafweging. Ook heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij tot de conclusie is gekomen dat een woonkavel dat groter is dan 1.000 m2, gelet op de doelen uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport, ruimtelijk niet aanvaardbaar is.
2.1. Gelet op wat is overwogen in de tussenuitspraak zijn de beroepen van Stek en [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] tegen het besluit van 1 juni 2023 gegrond. Het besluit moet wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb worden vernietigd.
Het besluit van 26 februari 2026
3. Na de tussenuitspraak heeft de raad het bestemmingsplan "Loosterweg 16, Voorhout" bij besluit van 26 februari 2026 opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft daarbij een bestemmingsvlak "Wonen - 1" en een bestemmingsvlak "Tuin - 1" van respectievelijk 1.000 m² en 400 m² vastgesteld.
3.1. Dit herstelbesluit is een besluit ter vervanging van het besluit van 1 juni 2023. Met dit herstelbesluit is de raad niet geheel tegemoet gekomen aan het beroep van Stek en [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B]. Daarom zijn ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb voor hen beroepen van rechtswege tegen dit herstelbesluit ontstaan. Zij hebben echter aan de Afdeling laten weten dat zij met dit herstelbesluit kunnen instemmen. Hun van rechtswege ontstane beroepen tegen het herstelbesluit worden daarom geacht te zijn ingetrokken.
Proceskosten
4. De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en Woonstichting Stek tegen het besluit van de raad van de gemeente Teylingen van 1 juni 2023, waarbij het bestemmingsplan "Loosterweg 16, Voorhout" is vastgesteld, gegrond;
II. vernietigt het onder I. genoemde besluit;
III. veroordeelt de raad van de gemeente Teylingen tot vergoeding van bij [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Teylingen tot vergoeding van bij Woonstichting Stek in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.401,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat de raad van de gemeente Teylingen aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] het door hen betaalde griffierecht van € 184,00 voor de behandeling van het beroep vergoedt, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
VI. gelast dat de raad van de gemeente Teylingen aan Woonstichting Stek het door haar betaalde griffierecht van € 365,00 voor de behandeling van het beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.
w.g. Van Ravels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Lap
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026
288-1139