ECLI:NL:RVS:2026:3068

ECLI:NL:RVS:2026:3068

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer BRS.26.002553
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen. Bij hetzelfde besluit heeft de minister aanvragen om verzoeker een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en een EU‑verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.002553

ECLI:NL:RVS:2026:3068

Datum uitspraak: 29 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 april 2026 in zaak nr. NL24.47199 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen. Bij hetzelfde besluit heeft de minister aanvragen om verzoeker een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en een EU‑verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. De rechtsgevolgen van het besluit van 18 april 2024 zijn namelijk opgeschort op grond van artikel 73, eerste lid, van de Vw 2000.

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier.

w.g. Meijer

voorzieningenrechter

w.g. Van Dijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026

967

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand