ECLI:NL:RVS:2026:3104

ECLI:NL:RVS:2026:3104

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 202500016/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij e-mail van 3 januari 2023 heeft de deken van de orde van advocaten Amsterdam het verzoek van [appellant] om een advocaat aan te wijzen afgewezen. Op 16 december 2022 heeft [appellant] op grond van artikel 13 van de Advocatenwet verzocht tot aanwijzing van een advocaat in verband met een financiële vordering op Atlantic Realty. De deken heeft [appellant] in de op dat verzoek volgende afwijzing van 3 januari 2023 erop gewezen dat hij binnen zes weken na bekendmaking van de beschikking beklag kan doen bij het Hof van Discipline. Bij e-mail van 2 februari 2023 heeft de griffier van het Hof van Discipline [appellant] bericht dat zijn beklag niet in behandeling zal worden genomen door het Hof van Discipline wegens misbruik van klachtrecht. [appellant] heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de e-mail van de deken van 3 januari 2023. De deken heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

202500016/1/A2.

Datum uitspraak: 3 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 december 2024 in zaak nr. 23/1022 in het geding tussen:

[appellant]

en

de deken van de orde van advocaten Amsterdam (de deken).

Procesverloop

Bij e-mail van 3 januari 2023 heeft de deken het verzoek van [appellant] om een advocaat aan te wijzen afgewezen.

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de deken het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Bij uitspraak van 19 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De deken heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 maart 2026, waar [appellant] en de deken, vertegenwoordigd door mr. S.M. de Waard, via videoverbinding, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Op 16 december 2022 heeft [appellant] op grond van artikel 13 van de Advocatenwet verzocht tot aanwijzing van een advocaat in verband met een financiële vordering op Atlantic Realty. De deken heeft [appellant] in de op dat verzoek volgende afwijzing van 3 januari 2023 erop gewezen dat hij binnen zes weken na bekendmaking van de beschikking beklag kan doen bij het Hof van Discipline. Bij e-mail van 2 februari 2023 heeft de griffier van het Hof van Discipline [appellant] bericht dat zijn beklag niet in behandeling zal worden genomen door het Hof van Discipline wegens misbruik van klachtrecht. [appellant] heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de e-mail van de deken van 3 januari 2023. De deken heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

2. De rechtbank is tot het volgende oordeel gekomen. Op grond van het bepaalde in artikel 13, derde lid van de Advocatenwet staat de bestuursrechtelijke weg tegen de e-mail van 3 januari 2023 niet open. Aan [appellant] is meermaals medegedeeld dat hij tegen dergelijke beschikkingen geen bezwaar kan maken. [appellant] kon daarom weten dat het instellen van beroep in deze procedure evident geen kans van slagen had. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat [appellant] de bevoegdheid om beroep in te stellen zonder redelijk doel heeft aangewend. De rechtbank heeft in haar overwegingen verwezen naar de uitspraken van de Afdeling van 22 mei 2024, waaronder ECLI:NL:RVS:2024:2058. In deze zaken heeft de Afdeling de hoger beroepen van [appellant] tegen vergelijkbare berichten van dekens van diverse arrondissementen niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. De rechtbank heeft overwogen dat de redenen voor dat oordeel ook in deze procedure bestaan. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van het recht om beroep in te stellen.

Beoordeling van het hoger beroep

3. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan en heeft, onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van 22 mei 2024, terecht geoordeeld dat [appellant] misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om beroep in te stellen. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank hierover en in de onder 3.1 tot en met 3.3 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

Conclusie

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

5. De deken hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.

w.g. Borman

voorzitter

w.g. Yildiz

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026

594-1180

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.J. Borman
  • mr. J. Hoekstra
  • mr. G.T.J.M. Jurgens

Griffier

  • mr. S. Yildiz

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand