ECLI:NL:RVS:2026:3123

ECLI:NL:RVS:2026:3123

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 202406849/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

Uitspraak

202406849/1/A3.

Datum uitspraak: 27 mei 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in [plaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 september 2024 in zaak nr. 23/6275 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Openbare zitting gehouden op 27 mei 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter

Staatsraad mr. N. Verheij, lid

Staatsraad mr. C.C.W. Lange, rapporteur

griffier: mr. G.A. van de Sluis

jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen

Verschenen:

De minister, vertegenwoordigd door mr. J. Boogaard-Zeebregts;

====================================

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

Beslissing:

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

1. De procedure van [appellante] gaat over een bestuurlijke boete die is opgelegd wegens onderbetaling van het minimumloon. [appellante] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister mocht uitgaan van een normale arbeidsduur van 36 uur per week als basis voor de berekening van het minimumloon.

2. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd.

De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn.

De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5 tot en met 8 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daar nog aan toe dat de Afdeling in wat in hoger beroep is aangevoerd geen reden ziet de boete te matigen.

3. Het hoger beroep is ongegrond en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Van Altena

voorzitter

w.g. Van de Sluis

griffier

802-1158

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.H.M. van Altena

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand