ECLI:NL:RVS:2026:3176

ECLI:NL:RVS:2026:3176

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 202601263/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Bij een besluit van 13 april 2026 heeft de Kiesraad op verzoek van de Partij van de Arbeid de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gewijzigd in ‘Progressief Nederland (PRO)’. Bij besluit van 13 april 2026 heeft de Kiesraad op verzoek van de Partij van de Arbeid de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het register voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement gewijzigd in ‘Progressief Nederland (PRO)’. ProVeenendaal en anderen zijn lokale politieke partijen die met het woord ‘pro’, ‘PRO’ of ‘Progressief’ in hun naam al geruime tijd deelnemen aan de gemeentelijke politiek en onder die naam op lokaal niveau ook bekendheid genieten. Zij vrezen dat de nieuwe fusiepartij van de Partij van de Arbeid en GroenLinks - Progressief Nederland - zich met de nieuwe naam op zowel landelijk als lokaal niveau gaat positioneren onder de afkorting ‘PRO’ en zij zijn bang dat zij daardoor hun herkenbare lokale politieke identiteit zullen verliezen. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de registratie van de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ voor de Partij van de Arbeid.

Uitspraak

202601263/1/A2.

Datum uitspraak: 3 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging ProVeenendaal, gevestigd in Veenendaal, en anderen,

appellanten,

en

de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en van het Europees Parlement,

verweerder.

Procesverloop

Bij een besluit van 13 april 2026, gepubliceerd op 21 april 2026 (Stcrt. 2026, 14785), heeft de Kiesraad op verzoek van de Partij van de Arbeid de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gewijzigd in ‘Progressief Nederland (PRO)’.

Bij besluit van 13 april 2026, gepubliceerd op 21 april 2026 (Stcrt. 2026, 14786), heeft de Kiesraad op verzoek van de Partij van de Arbeid de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het register voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement gewijzigd in ‘Progressief Nederland (PRO)’.

Tegen dit besluit hebben ProVeenendaal en anderen beroep ingesteld.

De Kiesraad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 mei 2026, waar ProVeenendaal en anderen, vertegenwoordigd door D.S.A. Castiglione (ProVeenendaal), vergezeld van A.P. van de Weert-Van Dijk (PRO SCHERPENZEEL), R.L. Brunke (ProVlissingen), N.H.M.G.A. van der Wolk en J.M. Mulders (Pro3), G. Sloots (PRO Eindhoven) en W.F. Smit (Pro Duiven), en de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst en mr. M. Bijl, zijn verschenen. Voorts is op de zitting de Partij van de Arbeid, vertegenwoordigd door J. Jansen, als partij gehoord.

Overwegingen

Wettelijk kader

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Inleiding

2. ProVeenendaal en anderen zijn lokale politieke partijen die met het woord ‘pro’, ‘PRO’ of ‘Progressief’ in hun naam al geruime tijd deelnemen aan de gemeentelijke politiek en onder die naam op lokaal niveau ook bekendheid genieten. Zij vrezen dat de nieuwe fusiepartij van de Partij van de Arbeid en GroenLinks - Progressief Nederland - zich met de nieuwe naam op zowel landelijk als lokaal niveau gaat positioneren onder de afkorting ‘PRO’ en zij zijn bang dat zij daardoor hun herkenbare lokale politieke identiteit zullen verliezen. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de registratie van de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ voor de Partij van de Arbeid.

Beroep

3. ProVeenendaal en anderen betogen dat de Kiesraad de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ ten onrechte heeft geregistreerd. Door de landelijke registratie van deze aanduiding ontstaat verwarring met de lokaal geregistreerde aanduidingen met daarin het woord ‘PRO’ of ‘progressief’. Hoewel de Kieswet voorziet in voorrang voor de registratie van eerder geregistreerde lokale aanduidingen op een later geregistreerde landelijk doorwerkende aanduiding, voorkomt dit niet dat nu al verwarring ontstaat. Progressief Nederland gebruikt nu naar buiten toe, waaronder op sociale media, ook op lokaal niveau al namen met het woord PRO daarin. Door berichtgeving van Progressief Nederland in de lokale, landelijke en sociale media zullen kiezers ten onrechte kunnen aannemen dat de lokale PRO- of Progressief-partijen onderdeel zijn van of gelieerd zijn aan de landelijke partij Progressief Nederland. Het gebruik van de aanduiding PRO door een landelijke partij zorgt voor onevenredig nadeel voor lokale partijen, omdat de lokale herkenbaarheid wordt uitgehold, de lokale partijen worden geassocieerd met de landelijke partij en zich daartoe moeten gaan verhouden. Daardoor bestaat er een aanzienlijke kans op electorale verwarring, niet in de laatste plaats bij nieuwe generaties kiezers. Door de beslissing over de doorwerking door te schuiven naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2030 wordt de kans op verwarring steeds groter. De ongewenste associatie van de lokale PRO-partijen met de landelijke PRO-partij zorgt voor aantasting van de politieke onafhankelijkheid van de lokale PRO-partijen. Daarom zijn de besluiten van de Kiesraad onzorgvuldig en onevenredig.

Beoordeling van het beroep

3.1. De relevante regeling in de Kieswet heeft betrekking op de registratie en de wijziging van de aanduidingen die bij verkiezingen boven de kandidatenlijsten worden geplaatst. De Kiesraad mag wijzigingen van aanduidingen alleen weigeren te registreren als zich een weigeringsgrond voordoet die is vermeld in de Kieswet (artikel G 1, vierde en zesde lid, van de Kieswet). Artikel G 1, vierde lid, van de Kieswet bevat een limitatieve opsomming van gronden die moeten leiden tot afwijzing van het verzoek om wijziging van de registratie van een aanduiding voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer. Deze bepaling geldt ook voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement. Indien de in die bepaling genoemde weigeringsgronden zich niet voordoen, moet de Kiesraad de aanduiding registreren.

3.2. De Afdeling stelt voorop dat aan iedere politieke groepering de vrijheid worden gelaten in haar benaming tot uitdrukking te brengen welke opvatting de drijfveer is van haar politieke activiteiten (vergelijk de uitspraak van 16 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:261). Dat neemt niet weg dat weigeringsgronden in de Kieswet aan registratie in de weg kunnen staan. In deze zaak gaat het om de weigeringsgronden in artikel G 1, vierde lid, aanhef en onder b en c, van de Kieswet. Deze weigeringsgronden worden hieronder besproken. De Afdeling is van oordeel dat deze weigeringsgronden niet in de weg staan aan registratie van de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ in de registers voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer en het Europees Parlement. De Afdeling legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.

Is er verwarring te duchten?

3.3. De Kiesraad moet een verzoek tot registratie van een aanduiding afwijzen als deze aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, en daardoor verwarring te duchten is (artikel G 1, vierde lid, aanhef en onder b, van de Kieswet). Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (onder meer de uitspraken van 13 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8203, 13 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY2708 en 27 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2195) wordt bij een verzoek tot registratie in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer (het landelijke register) alleen beoordeeld in hoeverre sprake is van overeenstemming met een reeds geregistreerde aanduiding voor dat landelijke register en daardoor verwarring te duchten is. De Kiesraad heeft daarom de te registreren aanduiding terecht alleen vergeleken met reeds geregistreerde aanduidingen in het landelijke register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer en dat van het Europees Parlement en niet met aanduidingen in de registers voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraden (het gemeentelijke register; artikel G 3 van de Kieswet).

3.4. Daarbij wijst de Afdeling ook op de geschiedenis van de totstandkoming van artikel G 3 van de Kieswet, waarin is vermeld:

"Een registratie voor de Tweede-Kamerverkiezing blokkeert dus de registratie van een overeenkomstige aanduiding op lager niveau. Andersom is dat niet het geval. Registratie van een aanduiding op provinciaal of gemeentelijk niveau staat er niet aan in de weg dat een nieuw opgerichte groepering voor de Tweede-Kamerverkiezing een overeenkomstige aanduiding laat registreren. […] Om het concrete door de aan het woord zijnde leden genoemde voorbeeld te nemen: als een landelijke groepering voor de Tweede-Kamerverkiezing om registratie van de aanduiding «Algemeen Belang» verzoekt, dan kan dat verzoek worden ingewilligd, ook al hebben er in tal van gemeenteraden groeperingen zitting die dezelfde aanduiding hebben laten registreren."

(Kamerstukken II 1988/89, 20 264, nr. 8, p. 98-99)

3.5. Omdat de aanduidingen voor ProVeenendaal en anderen alleen zijn geregistreerd in de gemeentelijke registers, heeft de Kiesraad zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat het betoog dat de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ verwarring kan veroorzaken omdat deze in hoofdzaak overeenstemt met de aanduidingen die ProVeenendaal en anderen hebben geregistreerd in het gemeentelijke register niet kan leiden tot weigering van de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ in het landelijke register.

3.6. Dit betekent overigens niet dat de Europees en landelijk geregistreerde aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ automatisch ook op provinciaal en gemeentelijk niveau zal worden geregistreerd. Deze zogenoemde doorwerking (artikel G 4, eerste lid, van de Kieswet) vindt namelijk niet plaats als op provinciaal of gemeentelijk niveau al eerder een aanduiding is geregistreerd die geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een op een hoger niveau geregistreerde aanduiding en daardoor verwarring te duchten is (artikel G 4, tweede lid, van de Kieswet). Het centraal stembureau van de betreffende provincie of gemeente zal een besluit moeten nemen of de landelijk geregistreerde aanduiding ook op provinciaal of gemeentelijk niveau doorwerkt. Zie in dit verband ook de geschiedenis van de totstandkoming van de regeling van registraties van aanduidingen in de Kieswet:

"Het hiervoor omschreven systeem van doorwerking van registratie van «hoog» naar «laag» lijdt in één specifieke situatie uitzondering. Het betreft hierbij het geval dat op een «hoger» niveau een aanduiding wordt geregistreerd, die geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds eerder op een «lager» niveau geregistreerde aanduiding en waardoor verwarring te duchten is. Ingevolge het voorgestelde artikel G 3a [thans: artikel G 4], tweede lid, dient in een dergelijk geval het centraal stembureau voor de «lagere» verkiezing te bepalen, dat voornoemde doorwerking niet plaatsvindt."

(Kamerstukken II 1987/88, 20 264, nr. 3, p. 31-33)

3.7. Dat betekent dat de Kiesraad het verzoek om registratie terecht niet heeft geweigerd op grond van artikel G 1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Kieswet.

Is de aanduiding anderszins misleidend?

3.8. De Kiesraad moet een verzoek tot registratie van een aanduiding ook afwijzen als deze aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers (artikel G 1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Kieswet). ProVeenendaal en anderen hebben aangevoerd dat de kiezer door de verwarring anderszins wordt misleid.

3.9. Met kiezers wordt in deze bepaling bedoeld de kiezers voor de verkiezingen waarvoor de registratie wordt gevraagd. Dat zijn in dit geval de kiezers voor de Tweede Kamerverkiezingen. Deze kiezers worden niet misleid door de aanduiding Progressief Nederland (PRO) op de kieslijst voor de landelijke verkiezingen alleen omdat er ook aanduidingen van lokale PRO-en Progressief-partijen zijn. Voor zover bij kiezers voor de provinciale of gemeentelijke verkiezingen verwarring te duchten zou zijn, is in de Kieswet de hiervoor reeds genoemde regeling van doorwerking opgenomen.

3.10. Dat ProVeenendaal en anderen, zoals zij op zitting hebben benadrukt, last hebben van de registratie van de landelijke aanduiding, omdat zij nu al als gevolg van media- en campagne-uitingen door het publiek met Progressief Nederland worden vereenzelvigd, leidt evenmin tot de conclusie dat de aanduiding anderszins misleidend is als bedoeld in de Kieswet. De Kieswet biedt een regeling om te voorkomen dat aanduidingen van partijen op de kandidatenlijsten voor verkiezingen verwarring en misleiding bij kiezers veroorzaken. Bij de beoordeling van een verzoek om registratie van een aanduiding voor landelijke verkiezingen kan de Kiesraad, zoals hij terecht naar voren heeft gebracht, geen acht slaan op de mogelijke gevolgen van het gebruik van die aanduiding in bijvoorbeeld media- of campagne-uitingen, vooruitlopend op de beoordeling van een verzoek om registratie ten behoeve van lokale verkiezingen en de (on)mogelijkheid van doorwerking.

3.11. De Kiesraad heeft daarom ook het verzoek terecht niet geweigerd op grond van artikel G 1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Kieswet.

Evenredigheid en zorgvuldigheid

3.12. ProVeenendaal en anderen hebben tot slot een beroep gedaan op het evenredigheidsbeginsel. Zij betogen dat zij door de registratie onevenredig worden getroffen in hun belangen, door de gevolgen van het hiervoor ook besproken risico op vereenzelviging. Dit beroep slaagt niet. Dit zou namelijk neerkomen op het toepassen van het evenredigheidsbeginsel in strijd met de Kieswet. Omdat de Kieswet een wet in formele zin is, kan daarvoor alleen aanleiding bestaan wanneer zich bijzondere omstandigheden voordoen die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever en deze omstandigheden de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd doen zijn algemene beginselen of (ander) ongeschreven recht, dat die toepassing achterwege moet blijven (vergelijk de uitspraak van 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772). Dat is hier niet het geval. De wetgever heeft blijkens de wetsgeschiedenis uitdrukkelijk en bewust gekozen voor een systeem waarbij voor de Tweede Kamerverkiezingen (en daarmee ook voor de Europees Parlementsverkiezingen) aanduidingen kunnen worden geregistreerd die overeenkomen met op gemeentelijk niveau geregistreerde aanduidingen.

Gelet op het voorgaande bestaat ook geen grond voor het oordeel dat de Kiesraad de besluiten onzorgvuldig heeft voorbereid.

3.13. Nu er geen gronden bestaan om de registratie van de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer te weigeren was de Kiesraad gehouden om deze aanduiding te registreren. De betogen slagen niet.

Slotsom

4. Het beroep is ongegrond.

5. De Kiesraad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Daalder

voorzitter

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026

705

BIJLAGE

Wettelijk kader

Kieswet

Artikel G 1

1. Een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

[…]

4. Het centraal stembureau beschikt slechts afwijzend op het verzoek, indien:

[…]

b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is;

c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

[…]

6. Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot wijziging van overeenkomstige toepassing.

[…]

Artikel G 3

1. Een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenste te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

[…]

Artikel G 4

1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid geldt een geregistreerde aanduiding die overeenkomstig het bepaalde in het achtste lid van artikel G 1 of G 2 is medegedeeld, tevens voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

2. Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten, het algemeen bestuur, onderscheidenlijk de gemeenteraad, bepaalt, dat de in het eerste lid bedoelde doorwerking van de registratie voor die verkiezing niet plaatsvindt, indien de geregistreerde aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van artikel G 2, artikel G2a, onderscheidenlijk artikel G 3, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, en daardoor verwarring te duchten is.

[…]

Artikel Y 2

De leden van het Europees Parlement worden, voor zover deze afdeling niet anders bepaalt, gekozen met overeenkomstige toepassing van de bij of krachtens afdeling II gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met inachtneming van de Akte.

Artikel Y 10

Naast de in artikel G 1, vierde lid, genoemde gronden wordt op een verzoek om registratie van de aanduiding van een politieke groepering ten behoeve van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement eveneens afwijzend beschikt, indien de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een aanduiding van een andere politieke groepering die reeds ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder ten behoeve van die verkiezing een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand