ECLI:NL:RVS:2026:3183

ECLI:NL:RVS:2026:3183

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 202505047/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de door de stichting in het kader van de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden ingediende subsidieaanvraag, afgewezen. De stichting helpt ICT-organisaties en organisaties met ICT-functies bij subsidieaanvragen en subsidietrajecten voor opleidingen door haar expertise en door voorfinanciering van opleidingskosten. Daarnaast stimuleert en sponsort de stichting initiatieven die leiden tot meer werkgelegenheid en plaatsingen van werknemers in ICT-functies. Om een activiteitenplan met de projectnaam ‘Leven Lang Ontwikkelen op de arbeidsmarkt ICT’ te financieren, heeft de stichting een subsidie van € 1.286.250,00 aangevraagd als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, van de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU). De subsidieaanvraag van de stichting komt (alleen) in aanmerking voor het verlenen van de subsidie als de minister van oordeel is dat wordt voldaan aan de vereisten uit de MDIEU. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht de subsidieaanvraag heeft geweigerd zoals volgt uit artikel 18, aanhef en onder a, van de MDIEU, omdat de aanvraag van de stichting niet voldoet aan de doelstelling van artikel 3, eerste lid, van de MDIEU. Hieraan heeft zij het volgende aan haar uitspraak ten grondslag gelegd.

Uitspraak

202505047/1/A2.

Datum uitspraak: 3 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Stichting Centrum Arbeidsmarktvraagstukken Informatie en CommunicatieTechnologie, gevestigd in Gorinchem,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 augustus 2025 in zaak nr. 24/9558 in het geding tussen:

de stichting

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de minister de door de stichting in het kader van de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden ingediende subsidieaanvraag, afgewezen.

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 augustus 2025 heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De stichting heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 11 mei 2026, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. R. van den Berg Jeths, advocaat in Eindhoven, [gemachtigde 1], [gemachtigde 2], en de minister, vertegenwoordigd door mr. B. Jansen, mr. A. Meijerink en L.J.E.M. Thijssen, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding

2. De stichting helpt ICT-organisaties en organisaties met ICT-functies bij subsidieaanvragen en subsidietrajecten voor opleidingen door haar expertise en door voorfinanciering van opleidingskosten. Daarnaast stimuleert en sponsort de stichting initiatieven die leiden tot meer werkgelegenheid en plaatsingen van werknemers in ICT-functies. Om een activiteitenplan met de projectnaam ‘Leven Lang Ontwikkelen op de arbeidsmarkt ICT’ te financieren, heeft de stichting een subsidie van € 1.286.250,00 aangevraagd als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, van de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU).

3. In de omschrijving van het activiteitenplan staat onder meer dat het project tot doel heeft: "Het bevorderen van voortdurende persoonlijke en professionele ontwikkeling en de arbeidsmobiliteit van werkenden in ICT-beroepen. Hiermee willen we zorgen dat zij duurzaam inzetbaar blijven binnen de arbeidsmarkt." Volgens de aanvraag kunnen alle arbeidsorganisaties in Nederland deelnemen aan de activiteiten uit het activiteitenplan. Dit betreft 200.000 arbeidsorganisaties, 707.000 werknemers en 82.800 uitzendkrachten en zzp'ers.

4. De aanvraag voor het activiteitenplan is het vervolg op een op basis van de MDIEU verleende en vastgestelde subsidie aan de stichting voor de uitvoering van een sectoranalyse. De doelgroep daarvan was ‘medewerkers traditionele ICT-sector(en), ICT afdelingen ICT-ers algemeen.’ Verder staat er in die aanvraag 'NLdigital is belangenbehartiger voor de digitale sector, leden uit de hele economie. Indeling SBI-codes past niet, vandaar allen.'

Besluitvorming

5. Aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 januari 2024 heeft de minister ten grondslag gelegd dat de aanvraag op vier punten niet voldoet aan de vereisten uit de MDIEU. In de eerste plaats is het geen zogenoemde sectorale aanvraag, omdat de aanvraag ziet op activiteiten die door alle sectoren heen gaan en deze ook niet is aan te merken als een aanvraag van meerdere sectoren of een cluster van sectoren. In feite heeft de aanvraag betrekking op (bijna) alle werkenden. In de tweede plaats sluit de aanvraag niet voldoende aan bij de eerder gesubsidieerde sectoranalyse van de stichting, omdat de doelgroep in de aanvraag voor het activiteitenplan verder is uitgebreid. In de derde plaats ontbreekt het aan maatwerkafspraken. Door de abstracte en grote doelgroep zijn er geen duidelijke, concrete, afgebakende afspraken om — toegespitst op een sector — oplossingen te bieden voor duurzame inzetbaarheidsproblematiek. In de vierde plaats hebben de workshops die de stichting wil aanbieden geen betrekking op het duurzaam inzetbaar houden van werkenden gelet op de niet-afgebakende doelgroep en de opzet van het project.

Uitspraak van de rechtbank

6. De subsidieaanvraag van de stichting komt (alleen) in aanmerking voor het verlenen van de subsidie als de minister van oordeel is dat wordt voldaan aan de vereisten uit de MDIEU. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht de subsidieaanvraag heeft geweigerd zoals volgt uit artikel 18, aanhef en onder a, van de MDIEU, omdat de aanvraag van de stichting niet voldoet aan de doelstelling van artikel 3, eerste lid, van de MDIEU. Hieraan heeft zij het volgende aan haar uitspraak ten grondslag gelegd.

Doelstelling MDIEU: sectorale aanpak en maatwerkafspraken

7. Een sector is volgens de definitie van artikel 1, eerste lid, van de MDIEU een sector zoals omschreven in de subsidieaanvraag die past binnen een of meerdere hoofdcategorieën van de sectorindeling zoals opgenomen in de bijlage bij de MDIEU. Omdat de aanvraag van de stichting alle sectoren doorkruist en overkoepelt voldoet deze niet aan artikel 3, eerste lid, van de MDIEU. Dat de duurzame inzetbaarheid van werkenden in verband met ICT-ontwikkelingen in feite sectoroverstijgend is volgens de stichting, neemt niet weg dat de minister gehouden is om de aanvraag te toetsen aan de vereisten van de MDIEU.

8. De minister heeft de workshops van de stichting terecht niet gekwalificeerd als maatwerkafspraken. Juist in het licht dat de stichting de uitdagingen rondom ICT-ontwikkelingen voor werkenden en werkgevers ziet als een sectoroverstijgend probleem, zijn de aangeboden workshops geen vorm van maatwerkafspraken binnen sectoren. Dat de term 'maatwerkafspraken' in de MDIEU niet is gedefinieerd, is niet doorslaggevend. De minister heeft in het bestreden besluit toegelicht dat hij met deze term doelt op duidelijke, concrete, afgebakende afspraken toegespitst op de sector. Gelet op de tekst en toelichting van de MDIEU is de minister met deze invulling van het begrip 'maatwerkvoorschriften' zijn beoordelingsruimte niet te buiten gegaan.

9. De minister heeft op goede gronden toegelicht dat de (toegewezen) subsidieaanvraag van de stichting voor de sectoranalyse, een andere, meer begrensde doelgroep heeft gedefinieerd dan in de aanvraag die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt.

Gelijkheidsbeginsel

10. De minister heeft op goede gronden toegelicht dat de subsidieaanvraag voor de uitzendsector niet een gelijk geval is. Hoewel de uitzendsector niet in de sectorindeling van bijlage 1 van de MDIEU genoemd staat, wordt dit wel als sector gezien vanwege de organisatie via sociale partners binnen deze sector en de eigen CAO voor de uitzendsector.

Hoger beroep

11. De stichting betoogt dat de doelgroep in de aanvraag voor subsidie voor de sectoranalyse dezelfde doelgroep is als die in de aanvraag voor subsidie voor het activiteitenplan, namelijk alle werkenden in Nederland die te maken hebben of krijgen met ICT in hun werk. Volgens de stichting wordt met het activiteitenplan de inzetbaarheid van alle werkenden in Nederland vergroot, omdat alle werkenden te maken hebben of krijgen met ICT in hun werkende leven. Daarom heeft de stichting op de aanvraag alle sectoren aangevinkt. De gehanteerde sectorindeling voor het verkrijgen van subsidie past namelijk niet voor ICT-projecten. Dit maakt ook duidelijk dat het beleid van de minister achterhaald is. Bovendien meet de minister met twee maten, omdat hij andere subsidieaanvragen waarbij meerdere sectoren werden bediend wel heeft toegewezen.

12. Op de zitting bij de Afdeling is besproken dat de subsidieaanvraag voor het activiteitenplan zich niet richt op meerdere sectoren, maar in feite ‘niet-sector-gerelateerd’ is. In de aanvraag heeft de stichting ook niet opgenomen welke sector of branche zij vertegenwoordigt, maar vermeld dat ‘alle arbeidsorganisaties in Nederland kunnen deelnemen aan de activiteiten uit dit activiteitenplan’. Dit geeft het verschil weer met de - door de stichting ter vergelijk aangehaalde - toegewezen subsidieaanvragen die zich richten op meerdere sectoren, waarin wel is opgenomen welke sectoren of branche worden/wordt vertegenwoordigd, zoals bijvoorbeeld de luchtvaartbranche of de uitzendbranche. Het verwijt van de stichting dat de minister met twee maten meet, volgt de Afdeling dan ook niet. Weliswaar richten de projecten van de toegewezen aanvragen zich op meerdere sectoren, maar dat neemt niet weg dat in de aanvragen voor deze projecten de doelgroep wel is afgebakend en de duurzame inzetbaarheidsproblematiek binnen die doelgroep vergelijkbaar is. Dat de stichting het in de kern niet eens is met het huidige beleid, omdat ICT-beroepen zich niet binnen een bepaalde sector bevinden en een sectorgerichte aanpak veel minder efficiënt is dan één gezamenlijke interventie zoals de stichting in de aanvraag voorstelt ten aanzien van werkenden die in hun beroep te maken hebben met ICT, betekent niet dat de minister de aanvraag van de stichting moest toewijzen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat het daarin opgenomen activiteitenplan niet bijdraagt aan de doelstelling van de subsidieregeling zoals opgenomen in artikel 3, eerste lid, van de MDIEU. Omdat de aanvraag niet sector-gerelateerd is, kan van de in die bepaling genoemde maatwerkafspraken betreffende duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden binnen sectoren en arbeidsorganisaties geen sprake zijn.

13. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

14. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

15. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak;

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. B.P.M. van Ravels, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.

w.g. Den Ouden

voorzitter

w.g. Yildiz

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026

594-1112

BIJLAGE

Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden

Artikel 1. Begripsbepalingen

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

[…]

c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;

[…]

sector: een sector zoals omschreven in de subsidieaanvraag, die past binnen een of meerdere hoofdcategorieën van de sectorindeling zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling;

Artikel 3. Doel van de regeling

1. Het doel van deze regeling is het door middel van het verlenen van subsidie faciliteren van maatwerkafspraken betreffende duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden binnen sectoren en arbeidsorganisaties.

2. Een subsidiabele activiteit heeft betrekking op een of meer van de onderstaande thema’s, met dien verstande dat een project niet enkel betrekking heeft op het thema, bedoeld onder e:

a. het bevorderen van gezond, veilig en vitaal werken;

b. het bevorderen van goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap;

c. het stimuleren van een leven lang ontwikkelen en arbeidsmobiliteit van werkenden;

d. het bevorderen van bewustwording en van de eigen regie van werkenden op hun loopbaan;

e. het treffen van maatwerkafspraken rondom eerder uittreden.

Artikel 18. Weigeringsgronden

De aanvraag tot verlening van subsidie voor het uitvoeren van een activiteitenplan wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd indien naar het oordeel van de minister:

a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de daaraan bij deze regeling gestelde eisen;

[…]

c. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoende aansluiten bij de sectoranalyse of bedrijfsanalyse;

[…]

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W. den Ouden
  • mr. C.H.M. van Altena
  • mr. B.P.M. van Ravels

Griffier

  • mr. S. Yildiz

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand