ECLI:NL:RVS:2026:3187

ECLI:NL:RVS:2026:3187

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 202207347/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 8 juli 2020, aangevuld bij besluit van 20 juli 2020, heeft de burgemeester de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. Bij het besluit van 8 november 2022 heeft de burgemeester opnieuw op het bezwaar van [appellant] beslist. Volgens de burgemeester is de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Het doel van de sluiting is het creëren van een veilige woonomgeving en het herstellen van de openbare orde. Met de sluiting worden eventuele toekomstige overtredingen voorkomen en komt een eind aan de veroorzaakte illegale situatie. De burgemeester neemt verder in aanmerking dat [appellant] in 2011 is veroordeeld voor hennepteelt. Om recidive te voorkomen acht de burgemeester sluiting van de woning noodzakelijk. Ook blijkt uit de bestuurlijke rapportage en een aanvullende rapportage van Liander, de netbeheerder, dat sprake was van brandgevaar en dat dit gevaar in rechtstreeks verband stond met de aangetroffen hennepkwekerij. De burgemeester heeft de aanvullende rapportage van Liander ten grondslag gelegd aan het nieuwe besluit.

Uitspraak

202207347/1/A3.

Datum uitspraak: 3 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats], gemeente Waadhoeke,

appellant,

en

de burgemeester van Waadhoeke,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2020, aangevuld bij besluit van 20 juli 2020, heeft de burgemeester de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten.

Bij besluit van 8 november 2022 heeft de burgemeester opnieuw besloten op het bezwaar van [appellant] waarbij, voor zover van belang, het bezwaar van [appellant] ongegrond is verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De burgemeester en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 januari 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. M.A. Jansen, advocaat in Heerenveen, en de burgemeester, vertegenwoordigd door S. Boelens en bijgestaan door mr. E.F. van der Goot, advocaat in Leeuwarden, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [adres] in [woonplaats]. In het kader van een onderzoek van de politie is een warmtemeting gedaan bij de woning, waarna de politie de woning op 7 mei 2020 heeft doorzocht. In de woning is op de zolder van de aanbouw een hennepkwekerij met 58 hennepplanten en/of hennepstekken aangetroffen. De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt. De burgemeester heeft vervolgens bij het besluit van 8 juli 2020 op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de woning van [appellant] voor de duur van drie maanden gesloten. De burgemeester heeft de sluiting bij het besluit van 30 oktober 2020 gehandhaafd. De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard.

1.1. Bij uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1765, heeft de Afdeling het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 30 oktober 2020 vernietigd. Naar het oordeel van de Afdeling had de burgemeester onvoldoende gemotiveerd dat sluiting van de woning voor drie maanden noodzakelijk was en niet kon worden volstaan met een minder ingrijpend middel. Er mocht worden aangenomen dat de woning een rol vervulde binnen de keten van drugshandel, maar van een loop naar de woning of een andere omstandigheid waaruit de noodzaak tot sluiting zou volgen, was niet gebleken. De noodzaak tot sluiting kon volgens de Afdeling niet enkel worden ontleend aan een brandgevaarlijke situatie. Brandgevaar kan weliswaar in samenhang met andere omstandigheden een rol spelen, maar moet dan wel in rechtstreeks verband staan met de aangetroffen hennepkwekerij. De burgemeester had verklaard dat brandgevaar de doorslaggevende reden was om de woning te sluiten, maar dat hij niet beschikte over het rapport van Liander over het brandgevaar. Volgens de Afdeling kon de burgemeester niet enkel uitgaan van de in de bestuurlijke rapportage opgetekende verklaringen over het onderzoek door Liander, nu deze niet volstond ter onderbouwing van het brandgevaar als gevolg van de aangetroffen hennepkwekerij. De Afdeling heeft de burgemeester opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft zij bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

Het nieuwe besluit van de burgemeester

2. Bij het besluit van 8 november 2022 heeft de burgemeester opnieuw op het bezwaar van [appellant] beslist. Volgens de burgemeester is de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Het doel van de sluiting is het creëren van een veilige woonomgeving en het herstellen van de openbare orde. Met de sluiting worden eventuele toekomstige overtredingen voorkomen en komt een eind aan de veroorzaakte illegale situatie. De burgemeester neemt verder in aanmerking dat [appellant] in 2011 is veroordeeld voor hennepteelt. Om recidive te voorkomen acht de burgemeester sluiting van de woning noodzakelijk. Ook blijkt uit de bestuurlijke rapportage en een aanvullende rapportage van Liander, de netbeheerder, dat sprake was van brandgevaar en dat dit gevaar in rechtstreeks verband stond met de aangetroffen hennepkwekerij. De burgemeester heeft de aanvullende rapportage van Liander ten grondslag gelegd aan het nieuwe besluit. Ten slotte is de sluiting volgens de burgemeester noodzakelijk omdat binnen een jaar na de sluiting van de woning nogmaals henneptoppen en resten van hennepplanten in de woning zijn aangetroffen. De sluiting van de woning is niet onevenwichtig en om het beoogde doel te bereiken had niet kunnen worden volstaan met enkel sluiting van de aanbouw van de woning, aldus de burgemeester.

Beroep van [appellant]

3. [appellant] stelt dat de door de burgemeester gestelde recidive en eerder aangetroffen oogsten geen nieuwe argumenten zijn en deze omstandigheden, gelet op wat de burgemeester op de zitting bij de Afdeling van 16 maart 2022 heeft verklaard, niet bepalend zijn geweest voor de woningsluiting. Hij betoogt dat het door de burgemeester aanwezig geachte brandgevaar niet is onderbouwd. In de aanvullende rapportage van Liander staat ongeveer hetzelfde als in de eerdere bestuurlijke rapportage. En wat op de foto’s te zien is, geeft ook geen onderbouwing dat er brandgevaar zou zijn, aldus [appellant].

3.1. [appellant] betoogt verder dat er geen noodzaak voor de woningsluiting is. De burgemeester weegt de eerdere veroordeling uit 2011 te zwaar mee. Volgens [appellant] mag een veroordeling van meer dan tien jaar geleden geen medebepalende omstandigheid zijn, zeker niet nu de burgemeester in zijn beleidsregels een terugkijktermijn van vijf jaar hanteert. Ook kunnen omstandigheden die bekend zijn geworden na de oorspronkelijke woningsluiting niet meewegen bij het nieuw te nemen besluit op bezwaar, aldus [appellant]. De woningsluiting is ten slotte niet evenwichtig nu niet alleen de aanbouw maar de gehele woning is gesloten.

Beoordeling

4. De Afdeling stelt voorop dat [appellant] in het kader van het beroep op de evenredigheid heeft betoogd dat de burgemeester niet de gehele woning mocht sluiten, maar slechts de aanbouw waar de hennepkwekerij was aangetroffen. Dit is een betoog dat betrekking heeft op de bevoegdheid van de burgemeester om tot sluiting over te gaan. Met toepassing van artikel 8:69, tweede lid, van de Awb behandelt de Afdeling deze gronden dan ook in het kader van deze bevoegdheid. De Afdeling stelt daarbij voorop dat in haar uitspraak van 22 juni 2022 al is geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten, zodat daarvan nu moet worden uitgegaan. De Afdeling wijst er verder op dat in de rechtspraak van de Afdeling als criterium is ontwikkeld dat van belang is of er een zodanige relatie bestaat tussen de onderscheiden (delen van) bouwwerken dat die als één geheel moeten worden beschouwd. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Als een dergelijke samenhang bestaat, dan strekt de bevoegdheid om een pand te sluiten zich uit tot dat geheel, ongeacht of in de onderscheiden onderdelen al dan niet handelsvoorraden drugs zijn aangetroffen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 25 oktober 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3947). Naar het oordeel van de Afdeling was de burgemeester bevoegd tot het sluiten van de gehele woning. [appellant] is eigenaar van het gehele perceel, en woning en aanbouw zijn met elkaar verbonden. Daarnaast is de elektriciteit voor de hennepplantage afkomstig van de woning waar de meterkast zich bevond waarin een brandgevaarlijk installatie is aangetroffen.

5. In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep.

5.1. In het nieuwe besluit op bezwaar van 8 november 2022 heeft de burgemeester wederom het brandgevaar aan de woningsluiting ten grondslag gelegd, in samenhang met de antecedenten van [appellant] en de aangetroffen handelshoeveelheid hennep. Ook heeft de burgemeester betrokken dat binnen een jaar na de sluiting op 24 maart 2021 op de zolder van de woning 2.200 henneptoppen en een koolstoffilter met luchtslang zijn aangetroffen. De Afdeling moet de vraag beantwoorden of de burgemeester hiermee de noodzaak tot sluiting van de woning voldoende heeft onderbouwd.

5.2. De Afdeling is van oordeel dat de burgemeester met het besluit op bezwaar van 8 november 2022 voldoende heeft gemotiveerd waarom de woning voor drie maanden moest worden gesloten, en niet met een minder ingrijpend middel kon worden volstaan. Uit de bestuurlijke rapportage van 28 mei 2020 en de daarbij behorende foto’s volgt dat in de woning al eerdere oogsten zijn geweest. Er zijn in totaal 58 hennepplanten aangetroffen, waarvan mag worden aangenomen dat dit een handelshoeveelheid is. Gelet op de aanwijzingen voor eerdere oogsten, de aangetroffen hoeveelheid planten en de niet bestreden constatering dat op 21 maart 2022 in de woning opnieuw hennep en aanwijzingen voor een kwekerij zijn aangetroffen, mocht de burgemeester aannemen dat de woning een rol vervult in de keten van drugshandel. Verder blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat de fraude-inspecteur van Liander heeft geconstateerd dat in de meterkast van waaruit de kwekerij van stroom werd voorzien een koperen buis zichtbaar blauw was verkleurd, dat een stop in de schakelkast aan de onderzijde zwart was geblakerd en dat sprake was van extreme oververhitting. Op foto 13 is te zien dat de temperatuur van de transformator 71,1 graden Celsius is. Ook hing bedrading los, wat een gevaar kan opleveren voor elektrocutie. Dit wordt bevestigd en nader toegelicht in de aanvullende rapportage van Liander van 7 november 2021, die aan het besluit van 8 november 2022 ten grondslag is gelegd. Hierin wordt ook vermeld dat op diverse plekken losse wandcontactdozen waren aangebracht waarop goedkope verlengbakken waren aangesloten. De inspecteur beschrijft de zelf gefabriceerde elektra-installatie als onveilig en een mogelijk gevaar voor brand. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de burgemeester met de aanvullende rapportage voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van brandgevaar. Daarmee vormden de activiteiten van [appellant] een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid.

5.3. Gelet op de antecedenten van [appellant], zijn veroordeling in 2011, de constatering dat op 24 maart 2021 nogmaals 2.200 gram henneptoppen en een koolstoffilter gekoppeld aan een luchtslang zijn aangetroffen en het gestelde brandgevaar dat met de bestuurlijke rapportage en de aanvullende rapportage van Liander aannemelijk is gemaakt, heeft de burgemeester naar het oordeel van de Afdeling de woningsluiting noodzakelijk mogen vinden. De burgemeester heeft de overtreding van 24 maart 2021 mogen meewegen, omdat het besluit van 8 november 2022 op grond van artikel 7:11 van de Awb een volledige heroverweging vereist en hij dat besluit neemt met inachtneming van de feiten en omstandigheden op dat moment. Wat [appellant] heeft aangevoerd over de terugkijktermijn kan hem ook niet baten. De burgemeester heeft de overtreding van de Opiumwet van 7 mei 2020 aangemerkt als een eerste overtreding als bedoeld in artikel van hoofdstuk 7 van de Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke, en heeft met inachtneming van deze beleidsregels gekozen voor een sluiting voor een periode van drie maanden.

5.4. Nu de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning heeft kunnen bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat hij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet hij zich er ook van vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden evenwichtig is.

5.5. Naar het oordeel van de Afdeling zijn er geen omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de nadelige gevolgen voor [appellant] zwaarder wegen dan de belangen die de burgemeester met de sluiting wilde bereiken. Door hennep te kweken in zijn woning kan [appellant] worden tegengeworpen dat hij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van zijn handelen heeft genomen. Dat de kwekerij zich in de aanbouw bevond, maakt dat niet anders.

5.6. De Afdeling is daarom van oordeel dat de burgemeester gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om de woning te sluiten en dat de woningsluiting geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond.

7. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Overschrijding redelijke termijn

8. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

8.1. De redelijke termijn, die uitgangspunt is voor de afdoening van bestuursrechtelijke geschillen die bestaan uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties, is in dit geval vier jaar. De redelijke termijn vangt aan op het moment waarop het bestuursorgaan het bezwaarschrift heeft ontvangen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1296, onder 16.1.

8.2. De burgemeester heeft het bezwaarschrift van [appellant] ontvangen op 22 juli 2020. Bij uitspraak van heden beslist de Afdeling op het hoger beroep. Sinds 22 juli 2020 en de uitspraak van heden zijn, afgerond, vijf jaar en tien maanden verstreken. Dit betekent dat de procedure een jaar en tien maanden te lang heeft geduurd.

8.3. In zaken waarin een judiciële lus is toegepast, wordt de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig toegerekend aan het bestuursorgaan. De Afdeling ziet geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken, aangezien de behandeling van het beroep minder dan twee jaar heeft geduurd evenals de behandeling van het hoger beroep. De behandelingsduur van het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar heeft wel langer dan anderhalf jaar na het instellen van het beroep geduurd.

8.4. De overschrijding van de redelijke termijn moet voor 22/39e deel worden toegerekend aan de burgemeester en voor 17/39e deel aan de Afdeling.

8.5. Uitgaande van een forfaitair tarief van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, bedraagt het aan [appellant] toe te kennen bedrag € 2.000,00. Omdat de overschrijding aan de burgemeester en de Afdeling is toe te rekenen, wordt de vergoeding van de schade naar evenredigheid uitgesproken ten laste van de burgemeester en de Staat. De burgemeester wordt als vergoeding voor door [appellant] geleden immateriële schade veroordeeld tot betaling van € 1.128,21 en de Staat (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot betaling van € 871,79.

9. De burgemeester en de Staat moeten de proceskosten vergoeden die zijn gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. veroordeelt de burgemeester van Waadhoeke om aan [appellant] een schadevergoeding van € 1.128,21 te betalen;

III. veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [appellant] een schadevergoeding van € 871,79 te betalen;

IV. veroordeelt de burgemeester van Waadhoeke tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 263,44, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 203,56 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. B. Vermeulen en mr. J. Luijendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, griffier.

w.g. Willems

voorzitter

w.g. Langeveld

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026

317-1104

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.M. Willems
  • mr. B. Vermeulen
  • mr. J. Luijendijk

Griffier

  • mr. S. Langeveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand