ECLI:NL:RVS:2026:3198

ECLI:NL:RVS:2026:3198

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 202503461/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluiten van 18 augustus 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2006 en 2009 tot en met 2011. Deze uitspraak gaat over compensatie in de zin van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Op 20 januari 2021 heeft [appellante] een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag verzocht. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen, onder verwijzing naar het advies van de Commissie van Wijzen, bij de besluiten van 18 augustus 2022 geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2006 en 2009 tot en met 2011, omdat er geen sprake is geweest van vooringenomen handelen of onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van het stelstel. In bezwaar heeft de Dienst Toeslagen deze besluiten gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen niet vooringenomen heeft gehandeld over het toeslagjaar 2006. De kinderopvangtoeslag is in dat jaar mogelijk niet binnen de wettelijke beslistermijn toegekend.

Uitspraak

202503461/1/A2.

Datum uitspraak: 3 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 mei 2025 in zaak nr. 24/5690 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Dienst Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluiten van 18 augustus 2022 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2006 en 2009 tot en met 2011.

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 mei 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 26 februari 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. J. van de Wiel, advocaat in Maastricht, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over compensatie in de zin van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

2. Op 20 januari 2021 heeft [appellante] een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag verzocht. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen, onder verwijzing naar het advies van de Commissie van Wijzen, bij de besluiten van 18 augustus 2022 geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2006 en 2009 tot en met 2011, omdat er geen sprake is geweest van vooringenomen handelen of onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van het stelstel. In bezwaar heeft de Dienst Toeslagen deze besluiten gehandhaafd.

Uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen niet vooringenomen heeft gehandeld over het toeslagjaar 2006. De kinderopvangtoeslag is in dat jaar mogelijk niet binnen de wettelijke beslistermijn toegekend. De overschrijding van de wettelijke beslistermijn is onzorgvuldig, maar zonder bijkomende omstandigheden leidt dit niet tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld. Dat er voor 2008 wel compensatie is toegekend vanwege vooringenomen handelen, betekent niet dat er ook over 2006 sprake was van vooringenomen handelen.

4. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat er over de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 geen sprake is geweest van hardheid van het stelsel. Er is onder andere sprake van zulke hardheid bij de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden, waarbij de kinderopvangtoeslag in zijn geheel is teruggevorderd en deze terugvordering onevenredig was in verhouding tot de met die terugvordering te dienen doelen. [appellante] heeft in de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 geen uren kinderopvang afgenomen en had daarom geen recht op kinderopvangtoeslag. De terugvordering is het gevolg van een afwijking tussen het daadwerkelijk afgenomen aantal uren kinderopvang en het aantal uren kinderopvang op basis waarvan het voorschot kinderopvangtoeslag is berekend. Dit is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. De Dienst Toeslagen kan daarnaast niet worden verweten dat [appellante] geen zicht had op haar financiën, omdat zij onder bewind stond en de bewindvoerder niet heeft opgemerkt dat [appellante] voorschotten ontving waar zij geen recht op had. De rechtbank heeft overwogen dat hierbij niet van belang is dat aan [appellante] in 2011 een schone-lei-verklaring is verstrekt naar aanleiding van een schuldsaneringsprocedure. De schuld uit de terugvordering van de kinderopvangtoeslag bestond op dat moment namelijk niet en de Dienst Toeslagen heeft in 2011 niet als schuldeiser aan de schuldsaneringsprocedure deelgenomen.

Hoger beroep en beoordeling

5. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellante] de gronden van het hoger beroep die gaan over het jaar 2011 ingetrokken. Het geschil in hoger beroep ziet op de weigering van de compensatie voor het jaar 2006, 2009, en 2010.

Institutionele vooringenomenheid over toeslagjaar 2006

6. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van vooringenomenheid over het toeslagjaar 2006. De Dienst Toeslagen heeft vijf maanden gedaan over de toekenning van een voorschot voor de kinderopvangtoeslag. Daarnaast zijn financiële problemen ontstaan doordat het voorschot is verrekend met openstaande vorderingen. De forse schulden die inmiddels waren ontstaan konden zo niet worden afgelost. De rechtbank heeft niet onderkend dat het feit dat er over het toeslagjaar 2008 sprake is van vooringenomenheid, wel een aanwijzing is dat er ook over het toeslagjaar 2006 sprake was van vooringenomen handelen. In combinatie met de hierboven genoemde omstandigheden leidt dit tot de conclusie dat er sprake is van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen over het toeslagjaar 2006. [appellante] wijst daarbij op het Handboek Integrale Beoordeling, onder 3.8.1.

6.1. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wht kent de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen.

6.2. In het Handboek Integrale Beoordeling - Vaktechniek, versie 3.16, van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, onder 3.8.1, staat dat een lange verwerkingsduur van een aanvraag voor kinderopvangtoeslag, in combinatie met financiële problemen, een sterke indicatie is voor institutionele vooringenomenheid. Dit kan echter alleen in combinatie met andere omstandigheden tot de conclusie leiden dat er sprake is van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. Dat over het toeslagjaar 2008 vooringenomen is gehandeld door de Dienst Toeslagen is geen dergelijke omstandigheid. De vraag of er sprake is van vooringenomenheid over het toeslagjaar 2006 moet immers worden beoordeeld aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden die betrekking hebben op dát toeslagjaar.

Het betoog slaagt niet.

Hardheid over toeslagjaren 2009 en 2010

7. [appellante] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van hardheid over de toeslagjaren 2009 en 2010. Door toedoen van de bewindvoerder is de betaling van voorschotten kinderopvangtoeslag voor die jaren niet gestopt. Vervolgens is de Dienst Toeslagen, na beëindiging van de schuldsanering met een schone-lei-verklaring, de te veel betaalde voorschotten gaan invorderen.

7.1. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wht kent de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.

7.2. De Dienst Toeslagen heeft in hoger beroep overzichten overgelegd van het Landelijk Incasso Centrum (LIC-overzichten) over onder andere de toeslagjaren 2009 en 2010. Uit de LIC-overzichten volgt dat de schulden die zijn ontstaan doordat [appellante] voorschotten kinderopvangtoeslag heeft ontvangen voor de toeslagjaren 2009 en 2010 waar zij geen recht op had, al op 4 juli 2011, vóór de schone-lei-verklaring, als ‘oninbaar geleden’ zijn aangemerkt. Uit de LIC-overzichten volgt ook dat de Dienst Toeslagen in de slotuitdeling van het schuldsaneringstraject, ter voldoening van de openstaande vordering met betrekking tot die schulden, € 1.350,06 heeft ontvangen. Daarmee is het aannemelijk dat de Dienst Toeslagen aan de schuldsaneringsprocedure heeft deelgenomen. Omdat de Dienst Toeslagen de LIC-overzichten niet in beroep heeft overgelegd, heeft de rechtbank iets anders overwogen. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is evenwel niet aannemelijk dat de Dienst Toeslagen de te veel betaalde voorschotten voor de toeslagjaren 2009 en 2010 na de schone-lei-verklaring alsnog heeft ingevorderd. Voor zover [appellante] betoogt dat sprake is van hardheid vanwege invordering van die voorschotten na de schone-lei-verklaring, slaagt het betoogt daarom niet. De enkele omstandigheid dat zij de voorschotten heeft ontvangen door toedoen van haar bewindvoerder maakt niet dat sprake is van hardheid.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de gronden waarop deze rust.

9. De Dienst Toeslagen heeft pas op 11 februari 2026, vijftien dagen vóór de zitting van het hoger beroep, de schriftelijke uiteenzetting gegeven waarbij de LIC-overzichten als bijlage zijn overlegd. Door deze LIC-overzichten niet eerder in te brengen, heeft de Dienst Toeslagen de feitelijke situatie die in deze zaak voorligt tot dat moment onduidelijk gelaten. De Afdeling merkt over deze handelwijze op dat de Dienst Toeslagen over informatie beschikt die nodig is om te beoordelen of een aanvrager al dan niet recht heeft op compensatie. Vanwege de aard van dit soort zaken beschikt de aanvrager hier vaak niet (meer), of in mindere mate, over. In zoverre is de aanvrager afhankelijk van de informatievoorziening van de Dienst Toeslagen. Dat geldt in dit geval ook voor [appellante]. Dat de Dienst Toeslagen, zoals hij op de zitting heeft toegelicht, eerder geen aanleiding zag om na te gaan of hij de te veel betaalde voorschotten voor de toeslagjaren 2009 en 2010 heeft ingevorderd dan wel als schuldeiser heeft deelgenomen aan de schuldsaneringsprocedure, is onbegrijpelijk. Deze informatie ziet namelijk op de kern van het geschil. Deze gang van zaken was voor [appellante], zoals zij op zitting heeft toegelicht, zeer frustrerend.

10. De Afdeling ziet, gelet op het bovenstaande, aanleiding om de Dienst Toeslagen in de proceskosten van het hoger beroep van [appellante] te veroordelen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00;

III. gelast dat de Dienst Toeslagen aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. J.C.A. de Poorter en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.K. van de Riet, griffier.

w.g. Den Ouden

voorzitter

w.g. Van de Riet

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026

994-1177

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W. den Ouden
  • mr. J.C.A. de Poorter
  • mr. M. den Heyer

Griffier

  • mr. I.K. van de Riet

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand