ECLI:NL:RVS:2026:3272

ECLI:NL:RVS:2026:3272

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 202504169/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 juni 2025 van de rechtbank Rotterdam waarbij de rechtbank de beroepen van [appellant] tegen het besluit van 12 juni 2023 en het besluit van 19 oktober 2023 ongegrond heeft verklaard. In het besluit van 4 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het toeslagjaar 2021 vastgesteld op € 0,00 en het teveel betaalde voorschot inclusief rente van € 3.848,00 van hem teruggevorderd. In het besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het toeslagjaar 2022 vastgesteld op € 0,00 en het teveel betaalde voorschot inclusief rente van € 3.763,00 van hem teruggevorderd. Aanleiding voor de nihilstelling en de terugvordering is de informatie die de Dienst Toeslagen heeft ontvangen vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI), waaruit blijkt dat de zogenoemde rendementsgrondslag van [appellant] te hoog is. In de besluiten van 12 juni 2023 en 19 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de bezwaren van [appellant] tegen deze besluiten ongegrond verklaard.

Uitspraak

202504169/1/A2.

Datum uitspraak: 2 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2025 in zaaknummers 23/5064 en 23/7726 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Dienst Toeslagen.

Openbare zitting gehouden op 2 juni 2026 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer

griffier: mr. J.S. de Jong

Verschenen:

Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B].

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 juni 2025 van de rechtbank Rotterdam waarbij de rechtbank de beroepen van [appellant] tegen het besluit van 12 juni 2023 en het besluit van 19 oktober 2023 ongegrond heeft verklaard.

Beslissing:

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering:

1. In het besluit van 4 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het toeslagjaar 2021 vastgesteld op € 0,00 en het teveel betaalde voorschot inclusief rente van € 3.848,00 van hem teruggevorderd. In het besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het toeslagjaar 2022 vastgesteld op € 0,00 en het teveel betaalde voorschot inclusief rente van € 3.763,00 van hem teruggevorderd. Aanleiding voor de nihilstelling en de terugvordering is de informatie die de Dienst Toeslagen heeft ontvangen vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI), waaruit blijkt dat de zogenoemde rendementsgrondslag van [appellant] te hoog is. In de besluiten van 12 juni 2023 en 19 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de bezwaren van [appellant] tegen deze besluiten ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft, samengevat, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen op goede gronden de huurtoeslag van [appellant] voor de toeslagjaren 2021 en 2022 op nihil heeft gesteld. Uit de BRI-gegevens blijkt dat het vermogen van [appellant] voor de betreffende jaren boven de wettelijke vermogensgrens ligt, wat betekent dat door [appellant] geen aanspraak op huurtoeslag kan worden gemaakt. Er is voor de situatie van [appellant] ook niet met betrekking tot de vermogensgrens bij of krachtens wet een uitzondering gemaakt. De rechtbank kan niet aan algemene rechtsbeginselen toetsen, omdat de omstandigheden die [appellant] heeft aangedragen door de wetgever zijn betrokken in zijn afweging bij de totstandkoming van de wet. De door [appellant] aangedragen omstandigheden vormen verder ook geen aanleiding om de terugvordering te matigen.

3. Anders dan [appellant] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over de toeslagjaren 2021 en 2022 terecht op nihil gesteld heeft. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de bestuursrechter geen ruimte heeft om te oordelen dat de wettelijke bepalingen waaruit de nihilstelling volgt niet zouden moeten worden toegepast, omdat de omstandigheden waar [appellant] naar verwijst zijn verdisconteerd in de afweging die de wetgever heeft gemaakt bij de totstandkoming van de Wet op de huurtoeslag en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Voor zover [appellant] betoogt dat de wetgever tot een onjuiste wettelijke regeling is gekomen, is verder van belang dat uit de Wet algemene bepalingen volgt dat de rechter niet mag treden in de belangenafweging die de wetgever bij de totstandkoming van de wet in formele zin heeft gemaakt.

Het betoog slaagt niet.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Jong

griffier

1014

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand