202600728/1/A2.
Datum uitspraak: 10 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], te [woonplaats],
appellante,
en
het college van beroep voor de examens van de Radboud Universiteit,
verweerder.
Procesverloop
Bij beslissing van 24 november 2025 heeft de examencommissie Communicatiewetenschap van de Faculteit der Sociale Wetenschappen wegens plagiaat alle door [appellante] afgelegde (deel)tentamens voor de cursus Leerproject 2 ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan tentamens voor de cursus gedurende het academisch jaar 2025-2026.
Bij beslissing van 12 januari 2025 heeft het CBE het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld.
Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 april 2026, waar [appellante] digitaal is verschenen, bijgestaan door C.J.A. van Vliet, rechtsbijstandverlener in Markelo, en het CBE, vertegenwoordigd door mr. M.W.P de Boer, vergezeld via videoverbinding door dr. M.M. Groefsema namens de examencommissie, is verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellante] volgt de bacheloropleiding Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit. Voor de cursus Leerproject 2 moest zij vier methode-opdrachten maken en een onderzoeksverslag schrijven dat bestaat uit vijf paragrafen, waarbij telkens een concept-paragraaf moest worden ingediend. Na het inleveren van concept-paragraaf 2 heeft een docent een melding gemaakt over ‘hallucinerende bronnen’ in de door [appellante] ingeleverde tekst. Naar aanleiding daarvan is zij door de examencommissie uitgenodigd voor een gesprek. Hier heeft zij verklaard dat zij voor het opmaken van de bronvermelding gebruik heeft gemaakt van Scribbr, waardoor in de bronvermelding fouten zijn ontstaan. Het is ook mogelijk dat zij de bronvermeldingen uit een ander artikel heeft gehaald. Zij heeft een lastige thuissituatie en heeft de bronvermelding niet goed nagekeken voordat zij de opdracht inleverde.
2. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Besluitvorming
3. De examencommissie heeft geconcludeerd dat er sprake is van fraude in de zin van het gebruik maken dan wel overnemen van andermans teksten, gegevens, of ideeën zonder volledige en correcte bronvermelding, omdat sprake is van zeven niet-traceerbare bronnen waarvoor geen adequate verklaring is gegeven. Daarom heeft de examencommissie onder verwijzing naar artikel 5 en 6 van de Fraude regeling alle door [appellante] afgelegde (deel)tentamens voor de cursus Leerproject 2 ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan tentamens voor de cursus gedurende het academisch jaar 2025-2026.
4. Volgens het CBE is de beslissing van de examencommissie zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd. De examencommissie heeft voldoende geconcretiseerd welke regels zijn overtreden en kon tot de conclusie komen dat sprake is van fraude, omdat er een groot aantal niet-bestaande bronnen is opgenomen. Het feit dat [appellante] een concept heeft ingeleverd, doet daar niet aan af. Verder heeft de examencommissie haar belangen voldoende gewogen bij het opleggen van de sancties en zijn de sancties evenredig.
Beroep en beoordeling
5. [appellante] betoogt dat de beslissing van het CBE niet deugdelijk is gemotiveerd. Er is niet buiten redelijke twijfel dat zij heeft gefraudeerd. Het kan niet zo zijn dat in de concept-paragraaf enerzijds bronnen staan die niet traceerbaar zijn, maar dat er anderzijds sprake is van plagiaat, omdat andermans teksten, gegevens of ideeën zijn overgenomen zonder volledige en correcte bronvermelding.
5.1. Partijen zijn het erover eens dat in de door [appellante] ingeleverde concept-paragraaf zeven niet-bestaande bronnen staan, zonder dat zij hiervoor een adequate verklaring heeft kunnen geven.
5.2. Het CBE heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hiermee buiten redelijke twijfel is dat fraude is gepleegd als bedoeld in de Fraude regeling. Het gebruiken van niet-bestaande bronnen in een opdracht maakt het geheel of gedeeltelijk onmogelijk om een juist oordeel te geven over kennis, inzicht en vaardigheden van een student, omdat dan niet is na te gaan óf en welke wetenschappelijke onderbouwing aan het ingeleverde werk ten grondslag ligt. In dit kader is ook op zitting door de examencommissie toegelicht dat de docent de bronvermelding heeft gecontroleerd omdat de redenering in de ingeleverde paragraaf zo onnavolgbaar was, dat het niet mogelijk was om inhoudelijke feedback te geven. [appellante] heeft - ook in beroep - geen adequate verklaring gegeven voor het opnemen van niet-bestaande bronnen. Dat zij Scribbr heeft gebruikt om bronvermeldingen om te zetten naar APA-stijl, verklaart niet waarom zeven bronnen zijn genoemd die niet bestaan.
6. Verder betoogt [appellante] dat het CBE miskent dat er geen sprake is van fraude, omdat het een concept-paragraaf betrof en door de docent dus geen oordeel wordt gegeven over de kennis, inzicht en vaardigheden van de student. Het inleveren is slechts een formele eis. De student ontvangt wel feedback, maar er volgt geen beoordeling die meetelt voor het eindcijfer. De paragraaf kan naderhand nog worden aangepast waarbij inconsistenties of fouten kunnen worden hersteld.
6.1. Het CBE heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het gegeven dat het hier gaat om een concept-paragraaf, niet betekent dat geen sprake kan zijn van fraude. De concept-paragraaf is niet slechts ingediend om formeel te voldoen aan de cursuseisen, maar juist ook met de intentie om daarop feedback van de docent te krijgen met het oog op het inleveren van het uiteindelijke verslag. Het geven van feedback door een docent kan niet los worden gezien van een oordeel over het kennen en kunnen van een student als bedoeld in artikel 3 van de Fraude regeling.
7. Tot slot betoogt [appellante] dat de nadelige gevolgen van de sancties onevenredig zijn in verhouding met de daarmee te dienen doelen. Zij heeft niet eerder een sanctie gekregen. Door de sancties wordt haar leerproces gefrustreerd en loopt zij studievertraging op. Deze omstandigheden zijn door de examencommissie en het CBE onvoldoende gewogen.
7.1. Het CBE heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de belangen van [appellante] zijn gewogen, maar dat deze belangen niet zwaarder wegen dan het belang om de kwaliteit en betrouwbaarheid van de toetsing en de academische integriteit te handhaven. In dit kader heeft het CBE tijdens de zitting gewezen op de mogelijkheid om een verzoek in te dienen om toch te worden toegelaten tot de bachelorthesis, waardoor geen sprake zal zijn van studievertraging.
8. [appellante] stelt dat het CBE ten onrechte niet heeft gereageerd op haar stelling dat het ongeldig verklaren van al eerder afgeronde deelopdrachten in strijd met het recht is. Op de zitting is besproken dat behaalde resultaten voor de vier methode-opdrachten alleen zouden kunnen worden meegenomen naar een volgend cursusjaar als het onderzoeksverslag met een onvoldoende zou zijn beoordeeld en dat is hier niet aan de orde. [appellante] heeft daarom geen belang bij beoordeling van deze beroepsgrond.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond.
10. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. G.T.J.M. Jurgens en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Willems
voorzitter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026
284-1177
BIJLAGE
Wettelijk kader
Onderwijs- en Examenregeling 2025-2026
Bijlage 1
Fraude regeling Radboud Universiteit
Artikel 3 Definitie van fraude
1. Onder fraude wordt bij de RU verstaan elk handelen of nalaten van een student dat naar zijn aard gericht is op het geheel of gedeeltelijk onmogelijk maken van een juist oordeel over kennis, inzicht en vaardigheden van de student.
2. Onder fraude wordt in ieder geval verstaan:
[…]
b. fraude bij het maken van scripties en andere werkstukken, waaronder
- plagiaat in de zin van het gebruik maken dan wel overnemen van andermans, teksten, gegevens of ideeen zonder volledige en correcte bronvermelding, plagiaat in de zin van het overnemen van werk van een andere student en dit presenteren als eigen werk en overige wetenschap specifieke vormen van plagiaat; voor zover het leidt tot het bedoelde in lid 1.
- het fabriceren (verzinnen) en/of falsificeren (verdraaien) van onderzoeksgegevens;
- het indienen van een scriptie of een ander werkstuk die/dat door een ander is geschreven.
[…]
Artikel 5 Herstelmaatregelen
Indien door de examencommissie fraude is vastgesteld:
1. verklaart de examencommissie het desbetreffende tentamen of examen ongeldig, en
2. vermeldt de examencommissie de vaststelling van fraude en, indien van toepassing, de opgelegde sancties in het studentendossier van de student.
Artikel 6 Sancties
1. Indien door de examencommissie fraude is vastgesteld, kan de examencommissie:
a. bepalen dat de student een of meer tentamens of examens niet mag afleggen gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar;
[…]