ECLI:NL:RVS:2026:3333

ECLI:NL:RVS:2026:3333

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 202501960/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een door [appellant] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediende klacht afgewezen. [appellant] heeft op 24 februari 2021 bij de AP een klacht ingediend over [administratiekantoor]. Volgens [appellant] heeft [administratiekantoor] de AVG overtreden door niet te voldoen aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG. De AP heeft bij het besluit van 4 augustus 2022 de klacht afgewezen, omdat om een overtreding te kunnen vaststellen nader onderzoek nodig zou zijn en de klacht niet voldoet aan de prioriteringscriteria voor klachtenonderzoek, zoals opgenomen in de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP. Bij het besluit van 27 juni 2023 heeft de AP de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de AP redelijkerwijs op basis van een globaal bureauonderzoek heeft kunnen concluderen dat geen overtreding kon worden vastgesteld.

Uitspraak

202501960/1/A3.

Datum uitspraak: 10 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-­West­-Brabant van 17 maart 2025 in zaak nr. 23/8985 in het geding tussen:

[appellant]

en

Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Procesverloop

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de AP een door [appellant] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediende klacht afgewezen.

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de AP het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De AP heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 mei 2026, waar de AP, vertegenwoordigd door mr. W. van Steenbergen en mr. E. Nijhof, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft op 24 februari 2021 bij de AP een klacht ingediend over [administratiekantoor]. Volgens [appellant] heeft [administratiekantoor] de AVG overtreden door niet te voldoen aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG. De AP heeft bij het besluit van 4 augustus 2022 de klacht afgewezen, omdat om een overtreding te kunnen vaststellen nader onderzoek nodig zou zijn en de klacht niet voldoet aan de prioriteringscriteria voor klachtenonderzoek, zoals opgenomen in de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP. Bij het besluit van 27 juni 2023 heeft de AP de afwijzing gehandhaafd.

1.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat de AP redelijkerwijs op basis van een globaal bureauonderzoek heeft kunnen concluderen dat geen overtreding kon worden vastgesteld. Er bestaat geen reden te twijfelen aan de verklaring van [administratiekantoor] dat onder hem geen stukken (meer) berusten waarin persoonsgegevens van [appellant] zijn verwerkt. Ook heeft de AP redelijkerwijs kunnen afzien van het uitvoeren van een nader onderzoek, omdat de AP voldoende heeft gemotiveerd dat dit in lijn is met het prioriteringsbeleid.

Hoger beroep

2. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de AP onvoldoende eigen onderzoek heeft verricht. Volgens [appellant] heeft de AP gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel door niet te toetsen of [administratiekantoor] volledige inzage heeft verleend in de stukken. [administratiekantoor] heeft volgens [appellant] geweigerd stukken te verstrekken met een beroep op het retentierecht. De rechtbank is de AP ten onrechte gevolgd in het standpunt dat [administratiekantoor] enkel zakelijke administratie beheerde. Volgens [appellant] ging het ook om privé-administratie. Ook is het besluit van 27 juni 2023 onvoldoende gemotiveerd.

2.1. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de AP haar prioriteringsbeleid onjuist heeft toegepast. Gelet op de ernst van de zaak en de grote gevolgen voor hem is een globaal bureauonderzoek ontoereikend, aldus [appellant].

Juridisch kader

3. De voor deze uitspraak van belang zijnde bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Beoordeling

4. Wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd is min of meer een herhaling van wat hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. Hij heeft zijn standpunt dat [administratiekantoor] over meer stukken zou moeten beschikken en dat daarnaar nader onderzoek zou moeten worden verricht niet geconcretiseerd of nader onderbouwd. Ook de Afdeling is van oordeel dat de AP in dit geval in redelijkheid heeft afgezien van het uitvoeren van nader onderzoek. Het is, anders dan [appellant] betoogt, niet relevant of [administratiekantoor] enkel de zakelijke administratie of ook de privé-administratie van [appellant] beheerde. [administratiekantoor] heeft immers, naar aanleiding van vragen van de AP, gesteld dat alle stukken waarin persoonsgegevens zijn verwerkt en die door [appellant] zijn opgevraagd, zijn verstrekt. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5 tot en met 6.3 van de uitspraak opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.

4.1. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De AP hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.

w.g. Van Altena

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Dijkshoorn

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026

735-1104

BIJLAGE

Algemene Verordening Gegevensbescherming

Artikel 15 Recht van inzage van de betrokkene

1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:

a. de verwerkingsdoeleinden;

b. de betrokken categorieën van persoonsgegevens;

c. de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;

d. indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

e. dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;

f. dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;

g. wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;

h. het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.

(…)

Artikel 57 Taken

1. Onverminderd andere uit hoofde van deze verordening vastgestelde taken, verricht elke toezichthoudende autoriteit op haar grondgebied de volgende taken:

(…)

f. zij behandelt klachten van betrokkenen, of van organen, organisaties of verenigingen overeenkomstig artikel 80, onderzoekt de inhoud van de klacht in de mate waarin dat gepast is en stelt de klager binnen een redelijke termijn in kennis van de vooruitgang en het resultaat van het onderzoek, met name indien verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit noodzakelijk is;

(…)

(…)

Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek Autoriteit Persoonsgegevens

Artikel 2

1. De AP onderzoekt de inhoud van een klacht in de mate waarin dat gepast is.

2. De AP beoordeelt eerst op basis van de inhoud van de klacht of het gaat om een verwerking van persoonsgegevens die de klager betreft en of er al dan niet sprake is van een overtreding van de AVG.

3. Indien uit de eerste beoordeling volgt dat mogelijk sprake is van een overtreding, maar deze nog niet kan worden vastgesteld, maakt de AP een afweging of er aanleiding is voor een nader onderzoek. Daarbij hanteert de AP de volgende, niet cumulatieve, factoren:

a. De mate waarin de betrokkene wordt geraakt door de vermeende overtreding;

b. De bredere maatschappelijke betekenis van een eventueel optreden van de AP, mede bezien vanuit de aandachtspunten die de AP op periodieke basis bekend maakt;

c. De mate waarin de AP in staat is doeltreffend en doelmatig op te treden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand