ECLI:NL:RVS:2026:3341

ECLI:NL:RVS:2026:3341

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 202405070/1/R1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een baan voor het trainen van paarden op het [perceel], ter hoogte van het perceel achter [locatie] in Haelen. [appellante] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Het gaat om de aanleg van een baan voor het trainen van paarden op het perceel. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden volgens het college de aanwezige waarden (ernstig) aangetast.

Uitspraak

202405070/1/R1.

Datum uitspraak: 10 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Haelen, gemeente Leudal,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 4 juli 2024 in zaak nr. 23/735 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Leudal.

Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een baan voor het trainen van paarden op het [perceel], ter hoogte van het perceel achter [locatie] in Haelen.

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit met een verbeterde motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 4 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 15 februari 2023 vernietigd en bepaald dat de rechtgevolgen daarvan in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. E.H.J. Eussen, rechtsbijstandverlener in Nunhem, en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. W.J.J.M. Stark, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 27 februari 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. [appellante] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Het gaat om de aanleg van een baan voor het trainen van paarden op het perceel. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden volgens het college de aanwezige waarden (ernstig) aangetast.

3. De rechtbank heeft overwogen dat het besluit van 15 februari 2023 zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken bevat. De rechtbank heeft dat besluit daarom vernietigd. Verder heeft de rechtbank bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Met zowel de nadere toelichting op de zitting als de aanvulling op wat er in het besluit van 15 februari 2023 staat, mocht het college de vergunning namelijk weigeren. [appellante] is het daarmee niet eens en heeft hoger beroep ingesteld.

Het bestemmingsplan

4. Ter plaatse van het perceel geldt het bestemmingsplan "Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016". Het perceel is daarin bestemd als "Agrarisch met waarden - 4". Verder heeft het perceel onder andere de gebiedsaanduiding "overige zone - oud bouwland".

In artikel 51.21.1, aanhef en onder b, van de planregels is - samengevat - bepaald dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding "overige zone - oud bouwland" de cultuurhistorische waarden van het gebied zoveel mogelijk behouden en versterkt dienen te worden.

Op grond van artikel 51.21.2, onder a, aanhef en onder e, van de planregels is het verboden op of in deze gronden zonder een omgevingsvergunning de bodem te verlagen, af te graven, op te hogen of te egaliseren. In artikel 51.21.2, onder c, van de planregels is bepaald dat deze werken of werkzaamheden slechts toelaatbaar zijn als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de aanwezige waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

Mocht de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand laten?

5. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Volgens [appellante] is het evident dat de rechtbank niet tot deze beslissing heeft kunnen komen.

5.1. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 18 geoordeeld dat omdat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan, het college de aanvraag als een verzoek om daarvan af te wijken had moeten aanmerken en dat het college hierover niet uitdrukkelijk een standpunt heeft ingenomen. Hoewel vervolgens onder rechtsoverweging 19 staat dat de rechtbank dit gebrek zal passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, heeft de rechtbank, gelet op de beslissing, het besluit van 15 februari 2023 vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.

5.2. Op de zitting is gebleken dat [appellante] vindt dat het college opnieuw op de aanvraag moet beslissen, zodat zij de aanvraag hangende de hernieuwde besluitvorming kan aanpassen. Daarin ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Voor het overige heeft [appellante] niet gemotiveerd waarom dit onderdeel van de beslissing van de rechtbank onjuist is.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Proceskosten

7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Wijgerde, griffier.

w.g. Kaajan

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026

672-1188

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.C.M. Wijgerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand