ECLI:NL:RVS:2026:3349

ECLI:NL:RVS:2026:3349

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 202502918/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden. [appellanten] is eigenaar van een woonboerderij uit 1883 met een voormalige schuur met gebintconstructie aan de [locatie] te [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woonboerderij met schuur van [appellanten] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

Uitspraak

202502918/1/A2.

Datum uitspraak: 10 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [appellant]), wonend in [woonplaats],

appellanten,

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (voorheen: de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat),

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris besloten dat de woning van [appellant] niet versterkt hoeft te worden.

Bij besluit van 15 april 2025 heeft de staatssecretaris het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 oktober 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. A. Kwint, advocaat in Groningen, vergezeld door ing. R.M.R.M. Vergnes, deskundige, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.M. Don en mr. G.H. Poort-van Drempt, vergezeld door R. Kamer, deskundige, zijn verschenen.

Op 28 november 2025 heeft de Afdeling de zaak heropend en de staatssecretaris verzocht schriftelijke inlichtingen te geven.

De staatssecretaris heeft een reactie ingediend.

[appellant] heeft hierop een reactie ingediend.

Met toestemming van partijen is afgezien van een nadere zitting. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. [appellant] is eigenaar van een woonboerderij uit 1883 met een voormalige schuur met gebintconstructie aan de [locatie] te [plaats].

2. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen.

3. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woonboerderij met schuur van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

4. BBC Bouwmanagement (BBC) heeft op 26 januari 2022 de woonboerderij met schuur bezocht en een opname verricht. Op 14 juni 2022 heeft BBC een beoordelingsrapport uitgebracht, waarin de gebouwen van [appellant] en de kenmerken van de omgeving zijn onderzocht. Ook is gekeken naar de aardbevingsbelasting op de locatie. De piekgrondversnelling - dat is de hoogste grondversnelling die tijdens een aardbeving wordt gemeten - is hier zeer laag (0,026g). Dat betekent dat sprake is van een zeer lage seismiciteit. Volgens artikel 3.2.1 van de Nederlandse Praktijkrichtlijn uit 2020 hoeft bij een waarde kleiner dan 0,05g geen verder onderzoek plaats te vinden. De woonboerderij met schuur voldoet aan de veiligheidsnorm.

5. De minister heeft bij besluit van 10 augustus 2022 op basis van onderzoek door BBC geconcludeerd dat de woonboerderij met schuur aan de veiligheidsnorm voldoet en niet versterkt hoeft te worden.

6. [appellant] heeft in bezwaar een tegenadvies van 26 september 2024, opgesteld door ing. R.M.R.M Vergnes van Vergnes Support (verder: Vergnes), overgelegd.

7. De minister heeft BBC verzocht om een nader advies. In het nader advies van 4 december 2024 is de conclusie gehandhaafd dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en voldoende bestand is tegen aardbevingen. De door [appellant] gestelde constructieve gebreken aan de woning - waaronder scheuren in het metselwerk, degradatie van een gebint en het ontbreken van een gebint - leiden niet tot een andere conclusie, omdat de verwachte (berekende) maximale grondversnelling op de locatie van de woonboerderij lager is dan 0,05g, namelijk 0,026g. Dit zorgt voor een dermate lage belasting (seismiciteit) van de constructie van woning - ook in de staat waarin de woning zich bevindt - dat dit geen negatief effect heeft.

8. De minister heeft het nader advies ten grondslag gelegd aan het besluit van 15 april 2025.

Beroep van [appellant]

9. [appellant] betoogt dat de minister ten onrechte heeft besloten dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm. Uit het tegenadvies van Vergnes volgt dat onvoldoende rekening is gehouden met de scheurvorming in de rechtervoorgevel van de woning, die doorloopt tot in de fundering. Daardoor is de samenhang van het metselwerk en de dragende functie van de gevel ernstig verzwakt. Vergnes wijst ook op een door houtrot aangetaste gebintstijl aan de rechterachterzijde van de woning, die zijn dragende functie niet langer betrouwbaar vervult. Ook is er een fundamenteel zwaktepunt in het draagvermogen van de linkerzijwand van de schuur door een ontbrekende gebintstijl. Volgens [appellant] vereist de NPR dat bij een risicoanalyse niet alleen wordt gekeken naar de grondversnelling op de plaats van de woning, maar ook naar de werkelijke weerstandscapaciteit van het bouwwerk. Door de constructieve gebreken niet verder te onderzoeken op aardbevingsbelasting en/of geen herstelmaatregelen te nemen, wordt het risico structureel onderschat. Ook bij een lage seismische dreiging kan het gevolg van een aardbeving ernstig zijn als een bouwwerk constructief is verzwakt.

Beoordelingskader

10. Artikel 1 van de TwG:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

- veiligheidsnorm: veiligheidsnorm van 10-5, zijnde het individueel aardbevingsrisico van maximaal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu mag lopen in of nabij de verschillende bouwwerken waar dat individu verblijft;

(…)

Artikel 13ba:

Onze Minister neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

Artikel 13h:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en de wijze waarop wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen.

Artikel 13i, eerste lid:

1. Onze Minister beoordeelt of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. De beoordeling vindt plaats overeenkomstig de prioritering in het programma, tenzij uit het onderzoek, bedoeld in artikel 13g, zesde lid, blijkt dat er gegronde vermoedens zijn dat sprake is van een acuut onveilige situatie.

2. Indien een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet, neemt Onze Minister een besluit inhoudende dat het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en geen versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn. (…)

11. In artikel 10f, eerste lid, van het Besluit TwG staat dat de vaststelling of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet plaatsvindt middels de typologieaanpak of, indien dit niet mogelijk is, aan de hand van een individuele beoordeling volgens de NPR 9998.

In artikel 10f, zesde lid, van het Besluit TwG staat dat bij de vaststelling of het gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in het eerste lid, er een opname op locatie plaats vindt.

12. In artikel 10.8 van de Regeling TwG wordt als de te hanteren versie van de NPR 9998 de NPR 9998:2020 aangewezen.

13. In artikel 3.2.1 van de NPR 9998:2020 is vermeld dat indien de piekgrondversnelling AgS op maaiveld niveau (inclusief de bodemfactor) bepaald volgens de NPR 9998-webtool voor een herhalingstijd van 475 jaar, kleiner is dan 0,05g of wanneer de NPR 9998-webtool geen waarden oplevert, geen beoordeling op aardbevingsbelastingen hoeft plaats te vinden (‘zeer lage seismiciteit’).

Heropening van het onderzoek

14. Na de behandeling van de zaak op de zitting heeft de Afdeling schriftelijk nadere vragen gesteld. In de brief van 28 november 2025 heeft de Afdeling de minister gevraagd hoe richtlijn 3.2.1 van de NPR zich in het algemeen verhoudt tot de strekking en betekenis van de veiligheidsnorm, zoals neergelegd in artikel 1 van de TwG. In het bijzonder is de vraag wat de betekenis van richtlijn 3.2.1 van de NPR is in die gevallen waarin geen verdere beoordeling op aardbevingsbelasting hoeft plaats te vinden, maar gebouwen wel dermate constructief beschadigd zijn dat door andere belastingen, bijvoorbeeld een storm, een risico op ineenstorten van de bouwconstructie bestaat. Daarbij is de vraag of het verschil maakt of de constructieve beschadiging aan een gebouw het gevolg is of kan zijn van de gaswinning. Verder verzoekt de Afdeling om een toelichting op de betekenis van de deskundigenrapporten in die gevallen waarin een woning buiten de zogenoemde 0,05g PGA-contour ligt. Tot slot wenst de Afdeling te vernemen hoe de huidige handelswijze van de minister, waarbij vanwege een zeer lage seismiciteit geen verdere beoordeling plaatsvindt op aardbevingsbelastingen bij de hiervoor genoemde gebouwen die al dan niet door de gaswinning ernstig constructief beschadigd zijn, zich verhoudt tot zorgplicht van artikel 13ba van de TwG.

Antwoord van de minister

15. Bij brief van 9 januari 2026 heeft de minister antwoord gegeven op de vragen van de Afdeling. Hierbij heeft de minister het rapport ‘Veiligheid van gebouwen buiten de scope van de versterkingsoperatie', van 22 februari 2023 opgesteld door het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), ingebracht. De beantwoording van de minister bevat in de kern het volgende.

16. Naar aanleiding van de aardbevingen en de gevolgen daarvan heeft de toenmalige minister van Economische Zaken in 2015 de commissie Meijdam gevraagd te adviseren over een veiligheidsnorm voor het aardbevingsrisico. Op 29 oktober 2015 heeft deze commissie daarover een advies uitgebracht. (Kamerstukken II, 2015-2016, 33 529, nr. 205).Het kabinet heeft deze norm destijds overgenomen in het toen geldende artikel 52d, tweede lid, onder a, van de Mijnbouwwet. Deze norm is nu vastgelegd in artikel 1 van de TwG.

17. Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) heeft een praktijkrichtlijn ontwikkeld om de constructieve veiligheid van gebouwen op aardbevingen te beoordelen, de NPR 9998. Deze richtlijn gaat over de constructieve veiligheid van een bouwconstructie voor, tijdens en direct na een aardbeving. Aan de hand van de richtlijn kan worden vastgesteld of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, zoals ook neergelegd onder 1.1.2.2 van de thans van toepassing zijnde NPR, de NPR 9998:2020. Dat betekent dat daarmee wordt beoordeeld of een gebouw voldoet aan het risico van maximaal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu mag lopen om te komen te overlijden in of nabij de bouwwerken waarin dat individu verblijft.

De NPR is door de NEN-werkgroep Aardbevingen samen met een aantal onderliggende taakgroepen ontworpen. In deze werkgroep en taakgroepen zaten inhoudelijke experts. De onderdelen van de NPR die in de taakgroepen zijn ontwikkeld zijn op basis van consensus tussen de experts tot stand gekomen. Daarna heeft ook de werkgroep er consensus over bereikt. Deze manier van werken betekent dat als er ook maar bij één expert twijfel over een bepaald onderdeel van de NPR bleef bestaan, er gekozen werd voor de conservatieve opvatting. Zowel de vastgestelde ondergrens van 0,05g genoemd onder 3.2.1. van de NPR, als de seismische kaart met PGA waarden zijn op basis van consensus vastgesteld. De ervaring is dat de ondergrens aan de conservatieve kant is en ruimschoots voldoet aan de veiligheidsnorm. Daarbij is ook van belang dat de aardbevingsbelasting waarmee in de NPR gerekend wordt een magnitude van 5 op de schaal van Richter is en dat de zwaarste aardbeving in het Groningen-gasveld in Huizinge in 2012 een magnitude had van 3,6.

18. De minister heeft het volgende vermeld over de betekenis van artikel 3.2.1 van de NPR in die gevallen waarin geen verdere beoordeling op aardbevingsbelasting hoeft plaats te vinden vanwege lage seismiciteit, maar gebouwen wel dermate constructief beschadigd zijn dat door andere belastingen, bijvoorbeeld een storm, een risico op bezwijken van de bouwconstructie bestaat.

19. Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt minimale eisen aan bouwwerken in Nederland. Het afkeurniveau is het minimale kwaliteitsniveau waaraan bouwwerken moeten voldoen. Als dit niveau niet wordt gehaald door onder meer achterstallig onderhoud, slechte verbouwingen of de impact van natuurrampen (storm), dan moet de desbetreffende gemeente ingrijpen. NEN 8700 bevat de voorschriften om te beoordelen of die bouwwerken in constructieve zin moeten worden afgekeurd. De eigenaar is er primair verantwoordelijk voor dat er geen onveilige situaties ontstaan.

20. Dit geldt ook in Groningen. Eigenaren en bewoners hebben daarnaast ook te maken met (schade door) aardbevingen. Volgens de minister komt het niet voor dat een gebouw buiten de 0,05g-contour dusdanig beschadigd kan zijn geraakt door aardbevingen uit het verleden dat het niet meer voldoet aan de minimale kwaliteitseisen. De zwaardere bevingen in het Groningenveld vonden alle plaats op plekken waar de PGA waarden (grondversnellingen) op de seismische kaart van de NEN hoog zijn. Daarbij zijn geen gebouwen dusdanig beschadigd geraakt dat ze direct in de staat van Near Collapse zijn gekomen. Bij Near Collapse staat de bouwconstructie die zorgt voor de stabiliteit van een gebouw vrijwel op instorten door seismische belasting (zie onder 2.2.1.1 van de NPR). Wel zijn er acuut onveilige situaties als bedoeld in artikel 5.1 van de Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) ontstaan, waarbij een (onderdeel van een) gebouw door de aardbeving onder het afkeurniveau komt. De grondversnellingen bij de 0,05g-grens, zijn dusdanig veel lager dat er mogelijk alleen scheuren ontstaan. De schade die hierdoor ontstaat kan worden gemeld bij het Instituut. Daarnaast kunnen eigenaren en bewoners met een acuut onveilige situatie zich melden bij het Instituut.

21. In het geval een gebouw buiten de 0,05g-contour dusdanig beschadigd is of kan zijn geraakt door andere belastingen dat het niet meer voldoet aan de minimale kwaliteitseisen, heeft dit de volgende betekenis voor de toepassing van artikel 3.2.1. van de NPR.

22. Een gebouw kan door allerlei oorzaken zodanig beschadigd zijn dat het niet meer voldoet aan de minimale kwaliteitseisen. De eigenaar van het gebouw is hiervoor verantwoordelijk. Een gebouw dat niet voldoet aan de NEN 8700 kan wel voldoen aan de NPR. NEN 8700 en de NPR zijn verschillende methoden waarmee een gebouw op verschillende manieren wordt beoordeeld. Daarmee is het ook goed mogelijk dat een gebouw onder de 0,05g niet voldoet aan de NEN 8700, maar wel voldoet aan de NPR. Er zijn vele andere krachten die ervoor kunnen zorgen dat een gebouw bezwijkt die veel sterker zijn dan een grondversnelling van 0,05g. Met de NEN 8700 kan het gebouw worden getoetst op deze krachten. Maar dit is geen beoordeling die wordt uitgevoerd in het kader van de vraag of een woning voldoet aan de veiligheidsnorm.

23. Alle adressen die in de werkvoorraad van de NCG zijn opgenomen krijgen een opname en een beoordeling, ongeacht de plaats op de seismische kaart. Het gebied dat binnen de PGA-contour valt, is gemiddeld genomen door de jaren heen geslonken, omdat de seismische dreiging is afgenomen. Er worden echter geen adressen uit de werkvoorraad gehaald als sprake is van nieuwe wetenschappelijke inzichten of dalende risico’s. Een adres dat eerst binnen maar inmiddels buiten de 0,05g PGA-contour ligt, wordt opgenomen en beoordeeld. Uit artikel 10f, zesde lid, van het Besluit TwG volgt dat er bij de vaststelling of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm een opname op locatie plaatsvindt. Na de opname wordt de beoordeling opgesteld, die ophoudt bij artikel 3.2.1 van de NPR in het geval een woning buiten de 0,05g-contour ligt. Het ingenieursbureau dat de opname heeft gedaan, beoordeelt ook of er acuut onveilige situaties zijn die toch hersteld en gemeld moeten worden bij het Instituut.

24. Op grond van artikel 13ba van de TwG neemt de minister alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad. NCG geeft hieraan uitvoering door de gebouwen in de versterkingsopgave te (laten) onderzoeken en, indien nodig, te versterken. Dit wordt dus gedaan door aan de hand van de NPR vast te stellen of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Is dat het geval dan hoeven er dus geen maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

Reactie van [appellant]

25. [appellant] heeft bij brief van 9 februari 2026 gereageerd op de beantwoording van de vragen door de minister. [appellant] heeft hierbij een reactie van Vergnes overgelegd en een advies dat in opdracht van het Instituut is opgesteld.

26. Volgens [appellant] mag de minister artikel 3.2.1 van de NPR niet als een harde afkapnorm hanteren. De enkele ligging van een pand buiten de 0,05g-contour rechtvaardigt niet dat een verdere veiligheidsbeoordeling achterwege blijft. Hiermee geeft de minister een onjuiste invulling aan de zorgplicht van artikel 13ba van de TwG, waarbij het volgens [appellant] gaat om het onderkennen en adresseren van reële veiligheidsrisico’s. Zware, onvoorspelbare aardbevingen, zoals recent nog de beving van Zeerijp op 14 november 2025, concrete constructieve gebreken aan een woning en cumulatie van schade kunnen leiden tot een ontoelaatbare vermindering van seismische weerstand. De NPR veronderstelt volgens [appellant] een integrale benadering van een bouwwerk, hetgeen verdere beoordeling van de seismische weerstand en/of het nemen van herstelmaatregelen impliceert voordat de conclusie wordt getrokken dat een woning voldoet aan de veiligheidsnorm.

27. Volgens de reactie van Vergnes is een beperkte beoordeling van woningen buiten de 0,05g-contour niet aanvaardbaar. Vergnes plaatst vraagtekens bij de 0,05g-contour. Het is onduidelijk bij welke aardbevingen in het Groningenveld de PGA-waarden boven de 0,05g uitkwamen en waar deze aardbevingen zich voordeden. Ook is er geen garantie dat een dergelijke aardbeving zich niet op een andere locatie in het Groningenveld zal voordoen. Aardbevingen laten zich niet laten voorspellen en het is onmogelijk om aan te geven wanneer de aardbevingen zullen stoppen. Volgens Vergnes is het onjuist het zwaartepunt van de bevingen ver weg bij [woonplaats] te leggen, omdat zich voor 2010 ook daar zware bevingen hebben voorgedaan. Ook stelt hij vraagtekens bij de stelling dat er geen gebouwen tot Near Collapse (het net niet bezwijken van een gebouw) zijn belast. Vergnes wijst verder op de ontwikkeling van de NPR, op grond waarvan minder gebouwen in aanmerking komen voor versterkingsmaatregelen. Ook is de veronderstelling dat schades verhaald kunnen worden bij het Instituut onjuist, omdat vergoeding van bepaalde type schades op oneigenlijke gronden wordt uitgesloten.

Beoordeling van het beroep door de Afdeling

28. De Afdeling is van oordeel dat [appellant] geen aanknopingspunten heeft geboden voor het oordeel dat de minister het beoordelingskader of de woonboerderij met schuur voldoet aan de veiligheidsnorm niet mocht hanteren of dat hij dat kader onjuist heeft toegepast. [appellant] heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de minister gehouden was om daarvan af te wijken.

29. De minister is verantwoordelijk voor het treffen van versterkingsmaatregelen om te voorkomen dat de veiligheid als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld wordt geschaad (artikel 13ba van de TwG). Daarbij is de veiligheidsnorm en het voorkomen van de grenstoestand van Near Collapse uitgangspunt. De NPR is specifiek ontwikkeld door deskundigen van het NEN voor de beoordeling of gebouwen voldoen aan de veiligheidsnorm. De minister heeft toegelicht dat daarbij is gekozen voor een werkwijze waarbij consensus tussen experts uitgangspunt vormde. Bij twijfel over een onderdeel, is gekozen voor een conservatieve opvatting. Ook de in artikel 3.2.1 vastgestelde ondergrens en de seismische kaart is op basis van consensus tussen deskundigen vastgesteld. Het gaat hierbij om een objectieve, gevalideerde beoordelingsmethode.

30. De Afdeling ziet in de door [appellant] overgelegde reactie van Vergnes, waarin vooral kanttekeningen zijn geplaatst bij deze methode, geen aanleiding voor het oordeel dat de minister niet van de NPR met de daarin neergelegde grens van 0,05g en seismische kaart mocht uitgaan. De methoden voor de beoordeling van de veiligheid van woningen en voor het antwoord op de vraag of een woning versterkt moet worden, zijn in de loop van de tijd gewijzigd op basis van nieuwe bouwkundige en seismische inzichten en de inzichten over de gevolgen van het afbouwen van de gaswinning in Groningen. De Afdeling heeft eerder geoordeeld dat de minister mag uitgaan van de versie uit 2020 en niet is gehouden oudere onnodig conservatievere versies te hanteren (uitspraak van 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3976).

31. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de seismiciteit en de kans op zware aardbevingen in de afgelopen jaren steeds kleiner is geworden (Kamerstukken II, 2024-2025, 33 529, nr. 1326). Vergnes stelt terecht dat niet uit te sluiten valt dat zich nog een zware aardbeving in de toekomst zal voordoen, zoals de recente beving bij Zeerijp op 14 november 2025 illustreert. De minister heeft uiteengezet dat de ontwikkelingen van de seismiciteit zorgvuldig worden gemonitord. De aardbeving in Zeerijp valt wat zwaarte betreft ruim binnen de marges van de modellen die worden gehanteerd en waar rekening mee wordt gehouden in de beoordelingsmethoden. De beving bij Zeerijp op 14 november 2025 geeft dus vooralsnog geen aanleiding om de huidige beoordelingsmethode aan te passen. Daarbij komt dat de recente aardbeving van Zeerijp zich ook op ruime afstand van [woonplaats] heeft voorgedaan.

32. Om te beoordelen of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm vindt naast een bureaustudie onderzoek op locatie plaats, waarbij een beoordelingsrapport wordt opgesteld. In dit geval heeft BBC vastgesteld dat op de locatie van de woonboerderij de seismiciteit (0,026g) zeer laag is en ruim onder de grenswaarde van 0,05g ligt. BBC heeft verder vastgesteld dat de woonboerderij met schuur kampt met scheuren in het metselwerk, een door houtrot aangetaste gebintstijl en een gebintstijl die is verwijderd. Bij de verwijderde kolom is er twijfel of de situatie voldoet aan NEN 8700. BBC heeft gemotiveerd uiteengezet dat het bij de geconstateerde gebreken of schades niet gaat om constructieve tekortkomingen die de (seismische) veiligheid in negatieve zin zouden kunnen beïnvloeden gelet op de zeer lage seismiciteit. De scheurvorming is lokaal en de door houtrot aangetaste gebintstijl en de ontbrekende gebintstijl worden functioneel gecompenseerd. De Near Collapse-criteria worden niet overschreden. Dat betekent dat, zoals de minister betoogt, een nadere beoordeling op aardbevingsbelastingen voor de grenstoestand Near Collapse niet is vereist en evenmin dat de minister genoodzaakt zou zijn om herstelmaatregelen te treffen. BBC heeft [appellant] wel advies gegeven over onderhoud van de door houtrot aangetaste gebintstijl, herstel van de scheuren (eventueel via het Instituut) en over het terugplaatsen van de gebintstijl dan wel een functioneel gelijkwaardig afdrachtssysteem. Deze maatregelen behoren echter tot regulier onderhoud en herstel, en kwalificeren niet als seismische versterkingsmaatregelen in de zin van de NPR waarvoor de minister verantwoordelijk is.

33. Anders dan [appellant] betoogt, is er geen grond voor het oordeel dat de minister hiermee een te beperkte invulling geeft aan zijn zorgplicht. De minister toetst of een woning voldoet aan de veiligheidsnorm en als dat niet het geval is, moeten er versterkingsmaatregelen worden getroffen. Maar de NPR schrijft geen generieke herstelplicht voor en ook niet een automatische aanvullende toetsing in het geval er constructieve gebreken zijn vastgesteld die niet van invloed zijn op de aardbevingsbelastbaarheid (Near Collapse). Zoals de minister terecht stelt, vindt deze interpretatie van [appellant] geen steun in de tekst van de NPR. De systematiek van de NPR brengt mee dat slechts wezenlijke schade die de draagcapaciteit in betekenisvolle mate ondermijnt, aanleiding geeft tot herstel of aanvullende toetsing voorafgaand aan de berekening. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. De maximale grondbeweging is dermate laag dat deze geen negatief effect heeft op de constructie van de woning van [appellant], ongeacht de gebreken die zijn vastgesteld.

34. Daarbij komt dat ongeacht de inhoud van de NPR geldt dat een bouwconstructie - ook wanneer sprake is van scheurvorming of andere beschadigingen - moet blijven voldoen aan de wettelijke eisen voor constructieve veiligheid van gebouwen. Als uit onderzoek naar voren komt dat door bijvoorbeeld achterstallig onderhoud, slechte of onoordeelkundige verbouwingen of door stormschade een gebouw (op onderdelen) constructief is beschadigd en daarmee mogelijk niet voldoet aan NEN 8700, de eigenaar verantwoordelijk is voor de staat van het pand en het uitvoeren van herstelmaatregelen waar nodig. In voorkomende gevallen zal de gemeente moeten handhaven. In geval van aardbevingsschade heeft het Instituut een rol. Het nemen van herstelmaatregelen of aanvullende toetsing op grond van de NPR in het geval vast is komen te staan dat een constructief bezwijken als gevolg van aardbevingsbelasting niet aan de orde is, behoort niet tot de maatregelen die redelijkerwijs van de minister gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

35. Het door [appellant] overgelegde advies dat in opdracht van het Instituut is opgesteld, leidt niet tot een ander oordeel. Het kader dat het Instituut hanteert voor het vaststellen van schade veroorzaakt door mijnbouw is een ander kader dan het kader dat de minister hanteert voor het vaststellen van de constructieve veiligheid van een gebouw. De aanwezigheid van (aardbevings)schade is in veel gevallen geen indicatie dat er sprake is van een onveilige situatie zoals bedoeld in artikel 1 van de TwG. Schade door mijnbouw kan - ook bij herhaling - gemeld worden bij het Instituut. Dat in de reactie van Vergnes is vermeld dat de procedure bij het Instituut beperkingen kent, leidt niet tot het oordeel dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat in dit geval is voldaan aan de veiligheidsnorm en de woning niet hoeft te worden versterkt.

36. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

37. Het beroep is ongegrond.

38. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep tegen het besluit van 15 april 2025 ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. J.M. Willems en mr. A.B. Blomberg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.

w.g. Den Ouden

voorzitter

w.g. Planken

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026

299

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W. den Ouden
  • mr. J.M. Willems
  • mr. A.B. Blomberg

Griffier

  • mr. M.A.E. Planken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand