ECLI:NL:RVS:2026:3361

ECLI:NL:RVS:2026:3361

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 202502678/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] met ingang van 15 mei 2024 ongeldig verklaard. Op 9 oktober 2023 heeft de politie een schriftelijke mededeling gedaan aan het CBR, als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994), van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. De aanleiding hiervoor was dat [appellant] op 8 oktober 2023 een aanrijding heeft veroorzaakt tussen zijn auto en twee geparkeerde auto’s door het intrappen van het verkeerde pedaal. Het CBR heeft daarom bij besluit van 3 november 2023 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Zowel de uitslag van het eerste rijvaardigheidsonderzoek van 27 februari 2024 als het tweede rijvaardigheidsonderzoek van 7 mei 2024 was dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is.

Uitspraak

202502678/1/A2.

Datum uitspraak: 10 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 26 maart 2025 in zaak nr. 24/3666 in het geding tussen:

[appellant]

en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR).

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] met ingang van 15 mei 2024 ongeldig verklaard.

Bij besluit van 3 september 2024 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 23 april 2026, waar [appellant], en het CBR, vertegenwoordigd door mr. S. Sheikchote, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Op 9 oktober 2023 heeft de politie een schriftelijke mededeling gedaan aan het CBR, als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994), van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. De aanleiding hiervoor was dat [appellant] op 8 oktober 2023 een aanrijding heeft veroorzaakt tussen zijn auto en twee geparkeerde auto’s door het intrappen van het verkeerde pedaal. Het CBR heeft daarom bij besluit van 3 november 2023 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Zowel de uitslag van het eerste rijvaardigheidsonderzoek van 27 februari 2024 als het tweede rijvaardigheidsonderzoek van 7 mei 2024 was dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is.

Besluitvorming

2. Vanwege de uitslag van de rijvaardigheidsonderzoeken heeft het CBR bij het bij besluit van 3 september 2024 gehandhaafde besluit van 8 mei 2024 het rijbewijs van [appellant], met ingang van 15 mei 2024, ongeldig verklaard. Het CBR heeft hieraan ten grondslag gelegd dat van voldoende rijvaardigheid sprake is als elk onderdeel van het rijvaardigheidsonderzoek voldoende wordt beheerst. Gezien de resultaten van de rijvaardigheidsonderzoeken beheerste [appellant] bij het eerste onderzoek vier onderdelen en bij het tweede onderzoek zeven onderdelen onvoldoende en was bij het eerste onderzoek ook de theorie onvoldoende. Daarbij heeft het CBR toegelicht dat de waardering van één van de onderdelen met een onvoldoende al leidt tot onvoldoende rijvaardigheid.

2.1. Verder heeft het CBR in reactie op de aangevoerde bezwaren toegelicht dat het redelijkerwijs mag uitgaan van het door de rijvaardigheidsadviseur ingevulde beoordelingsformulier omdat die als ervaringsdeskundige voldoende in staat wordt geacht te observeren en te registeren en er geen belang bij heeft om onjuistheden op het formulier op te nemen. Het CBR heeft navraag gedaan bij de rijvaardigheidsadviseur over het verloop van het eerste rijvaardigheidsonderzoek en zich op het standpunt gesteld dat de stellingen van [appellant] niet aan de bevindingen van de rijvaardigheidsadviseur afdoen. Dit geldt ook voor de verklaringen van de verkeersschool waar [appellant] voorafgaand aan de rijvaardigheidsonderzoeken rijlessen heeft gevolgd. Ook de uitslag van de medische keuring doet hieraan volgens het CBR niet af omdat die ziet op de rijgeschiktheid en het besluit tot het ongeldig verklaren van het rijbewijs is gebaseerd op het vermoeden van het niet beschikken over de vereiste rijvaardigheid. Het CBR heeft tot slot opgemerkt te begrijpen dat het besluit een grote impact heeft op [appellant], maar dat de omstandigheid dat [appellant] al 50 jaar zijn rijbewijs heeft en nooit een probleem of een aanrijding heeft veroorzaakt, evenmin afdoet aan de resultaten van de rijvaardigheidsonderzoeken. Om in het bezit te komen van een nieuw rijbewijs is een verklaring van rijvaardigheid vereist waarvoor [appellant] opnieuw theorie- en praktijkexamen moet doen.

Beoordeling van het hoger beroep

3. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4.1, 5.1, 6.1 en 6.2 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daar nog het volgende aan toe.

3.1. Zoals op de zitting ook is besproken, staat vast dat [appellant] geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 28 december 2023. Dat is het besluit op het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 3 november 2023 waarbij hem een onderzoek naar zijn rijvaardigheid is opgelegd. Dit besluit, dat is gebaseerd op een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid, bevat op pagina vier een rechtsmiddelenclausule waarin [appellant] wordt gewezen op de mogelijkheid om beroep bij de rechtbank in te stellen als hij het niet eens is met het besluit. [appellant] heeft dit niet gedaan. Het besluit van 28 december 2023 staat daarom in rechte vast, zodat het aan het rijvaardigheidsonderzoek ten grondslag gelegde vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid in deze procedure niet meer ter discussie staat.

3.2. Verder sluiten de overwegingen van de rechtbank over het evenredigheidsbeginsel aan bij rechtsoverweging 8.2 van de uitspraak van de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190. Naar het oordeel van de Afdeling is ook de door [appellant] genoemde omstandigheid dat het incident slechts een eenmalige pedaalfout met uitsluitend blikschade was, geen bijzondere omstandigheid die maakt dat het besluit van 8 mei 2024 voor [appellant] onredelijk bezwarend is. Dit incident is immers niet de aanleiding van de in deze procedure aan de orde zijnde besluitvorming, maar dat zijn de onvoldoende resultaten van de rijvaardigheidsonderzoeken.

3.3. De gronden slagen niet.

Conclusie

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

5. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.

w.g. Den Ouden

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026

154-1189

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.A. de Vink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand