202403109/1/R3.
Datum uitspraak: 10 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee,
appellant,
en
de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Veegplan 2022" (het bestemmingsplan) vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[partij A] en [partij B] hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 mei 2026, waar [appellant], vergezeld door [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.H. van ’t Hof en K.M. van Heukelen, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 6 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Met het bestemmingsplan wordt de geldende bestemming op delen van de percelen Kelderweg 17 en 18 in Ouddorp gewijzigd van "Tuin" naar "Natuur - 1" ter bescherming van de ter plaatse aanwezige bomen. [appellant] woont aan de [locatie A] en is het niet eens met het plan. Omdat de bomen een beschermde status krijgen, vreest hij voor beperkingen van de onderhoudsmogelijkheden. In het geval van de aan zijn perceel grenzende boom zal dit leiden tot nog meer overlast bij zijn woning en voor de tegenover zijn perceel staande bomen tot gevaar voor de omgeving.
De relevante wettelijke bepalingen en planregels zijn opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
Toetsingskader
3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Beschermde status en cultuurhistorische waarde
4. [appellant] betoogt dat het toekennen van een beschermde planologische status aan de aanwezige bomen niet noodzakelijk is. Hij voert aan dat de rij lindenbomen op het perceel aan de Kelderweg 18 reeds is opgenomen op de Bomenlijst Goeree-Overflakkee (de Bomenlijst) en dat die bomen daarmee al een beschermde status hebben. Volgens [appellant] zijn deze bomen tussen de 25 en 30 jaar oud en nu deze al worden beschermd, is aanvullende bescherming of aanduiding ter bescherming van natuurwaarden in het bestemmingsplan niet nodig.
[appellant] betoogt verder dat de groenstrook op het perceel aan de Kelderweg 17 ten onrechte wordt aangemerkt als gebied met te behouden natuur- of cultuurhistorische waarden in de zin van artikel 9.1 van de planregels. Volgens hem dateren de aanwezige bomen van omstreeks 1985, nadat de eerdere bomen wegens iepenziekte zijn gerooid. De aanwezige zandwallen zijn volgens [appellant] rond 2011 aangelegd en voorzien van taxushagen, zodat van cultuurhistorische waarde geen sprake is.
4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de wijziging van de bestemming "Tuin" naar "Natuur - 1" gerechtvaardigd is vanwege de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden. Volgens de raad hebben de bestaande bomen en het omliggende groen een belangrijke natuur- en beeldbepalende functie. Met de toekenning van de bestemming "Natuur - 1" wordt slechts beoogd het behoud van deze waarden planologisch te borgen en de natuurwaarde te erkennen. Deze bestemmingsplanwijziging brengt volgens de raad geen wijziging in de reeds bestaande beschermingsstatus van de bomen door vermelding op de Bomenlijst. In dit verband wordt verwezen naar de bestaande beschermingsstatus die wordt geregeld in artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2020.
De raad stelt zich verder op het standpunt dat de aanwezige bomen op het perceel Kelderweg 17 bijdragen aan de natuur- en landschappelijke kwaliteit en aan de ruimtelijke leesbaarheid van de locatie. Zij vormen dan ook een voortzetting van het historische landschapsbeeld en het oorspronkelijke karakter van het gebied, ondanks dat de oudere bomen als gevolg van de iepenziekte vervangen zijn. Deze vervanging van de oude bomen door de nog niet zo lang geleden aangeplante bomen doet niet af aan de intentie om het historische landschapsbeeld te behouden, aldus de raad.
4.2. In paragraaf 2.13 van de plantoelichting is aandacht besteed aan de natuurwaarden in het plangebied. Daarin staat onder meer dat de bomen op de locatie Kelderweg 17 en 18 belangrijke natuurwaarden hebben. De raad heeft daarover opgemerkt dat de bomen beschermd moeten worden, gelet op de belangrijke natuur- en beeldbepalende functie van het omliggende groen. De raad heeft deze natuurwaarden in zijn afweging ten aanzien van de bestemmingswijziging betrokken. De gestelde omstandigheid dat de bomen geen cultuurhistorische waarde hebben, betekent niet dat de bestemming "Natuur -1" niet kan worden toegekend aan de gronden met de bomen.
De aanwezigheid van een natuurwaarde is voldoende voor het toekennen van deze bestemming.
De Afdeling overweegt dat de omstandigheid dat de bomen al zijn opgenomen op de Bomenlijst niet betekent dat de raad geen aanvullende planologische bescherming mocht toekennen. De planregeling ziet, zoals de raad stelt, op de erkenning en het behoud van de natuur- en landschappelijke kwaliteit van de locatie. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de raad zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat de groenstroken natuur- en landschappelijke waarde bezitten.
Het betoog slaagt niet.
Overlast/gevaar en onderhoudsmogelijkheden
5. [appellant] betoogt dat de aanwezige bomen voor overlast en gevaar zorgen. [appellant] voert aan dat, indien de bomen als belangrijke natuurwaarden worden aangemerkt, de lindeboom die grenst aan zijn perceel aan de [locatie A] daarvan dient te worden uitgezonderd. In dat verband stelt hij dat de wortels van die boom zijn straatwerk opdrukken en door de fundering van zijn woning zijn gegroeid. Daarnaast ondervindt hij hinder van overhangende takken die tot zijn dak reiken. Verder stelt [appellant] dat langs de Kelderweg meerdere hoge bomen staan die te dicht op elkaar zijn geplant, waardoor de stabiliteit van die bomen afneemt. Hij wijst erop dat drie bomen zijn omgewaaid in veertien jaar tijd en dat regelmatig takken afbreken, hetgeen volgens hem veiligheidsrisico’s oplevert.
Samenhangend met de door hem gestelde overlast en gevaarzetting vreest hij dat noodzakelijk onderhoud, zoals snoeiwerkzaamheden, niet langer kan worden uitgevoerd indien de bomen een extra beschermde status krijgen waardoor de overlast en gevaarzetting zullen voortduren.
5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de bestemmingswijziging geen gevolgen heeft voor de onderhoudsmogelijkheden of onderhoudsplicht ten aanzien van de bomen. Volgens de raad gold voor het kappen, rooien of verwijderen van bomen zowel onder artikel 13 van het voorheen geldende bestemmingsplan "Oudeland en Oude Nieuwland 2013" als onder artikel 9 van het bestemmingsplan een vergunningplicht, waarbij dezelfde uitzonderingen voor normaal onderhoud en beheer gelden en dezelfde toets wordt gehanteerd, namelijk of de natuur- en landschapswaarden daarmee niet onevenredig worden aangetast. Daarnaast wijst de raad erop dat de aan het erf van [appellant] grenzende lindenboom sinds 2021 is opgenomen op de Bomenlijst en om die reden al bescherming geniet. Inhoudelijk is volgens de raad geen wijziging in de beschermingssystematiek aangebracht.
5.2. De Afdeling overweegt dat de door [appellant] gestelde overlast, bestaande uit wortelopdruk en overhangende takken, en het risico van omwaaien of takbreuk, op zichzelf geen aanleiding vormen voor het oordeel dat de raad de bestemming "Natuur - 1" redelijkerwijs niet heeft kunnen toekennen. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat, hoewel er onder het vorige bestemmingsplan ter plaatse geen vergunningplicht gold omdat de aanduiding "specifieke vorm van natuur - poel" hier ontbrak, de bestemmingswijziging geen concrete wijziging brengt in de mogelijkheden om reguliere onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Op grond van artikel 9.3.2 van de planregels geldt de vergunningplicht niet voor normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming, waaronder maatregelen die gericht zijn op het voorkomen of wegnemen van onveilige situaties, zoals snoeiwerkzaamheden. Dat voor het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen nu een omgevingsvergunning is vereist, waarbij op grond van artikel 9.3.3 van de planregels moet worden getoetst of daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, maakt het treffen van maatregelen bij overlast of onveilige situaties niet onmogelijk. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het toekennen van de bestemming "Natuur - 1" dan ook geen onevenredig nadelige gevolgen voor [appellant].
Het betoog slaagt niet.
Overige gronden
6. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat mensen groenafval dumpen in de groenstroken, overweegt de Afdeling dat dit aspect niet relevant is voor de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van de toegekende bestemming "Natuur - 1". Deze beroepsgrond ziet op een mogelijke handhavingskwestie, die in de onderhavige procedure niet aan de orde kan komen. De Afdeling wijst [appellant] erop dat hij zich hiervoor en overigens ook voor het geval de bomen leiden tot gevaarzetting en dreigende schade, kan wenden tot de vaste contactpersoon die de gemeente, zoals de raad op de zitting heeft toegelicht, daarvoor zal aanwijzen.
De Afdeling overweegt verder dat het verzoek van [appellant] om de groenstrook aan de Kelderweg 17 in oorspronkelijke staat terug te brengen tot een greppel met een houtwal, ziet op het verrichten van een feitelijke handeling. De wijze van inrichting en beheer van de groenstrook na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ligt in deze procedure niet voor. Voor zover [appellant] wijst op de eigendomssituatie van de bomen, betreft dit een civielrechtelijke kwestie die evenmin in deze procedure aan de orde kan komen.
De betogen slagen niet.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond.
8. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.
w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Lap
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026
288-1195
BIJLAGE
Bestemmingsplan "Veegplan 2022"
Artikel 9.1
"De voor 'Natuur - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. behoud, herstel en ontwikkeling van de aan de bossen, houtwallen, zandwallen, duinen, duingraslanden, zandplaten, slikken, schorren, oevervegetaties, poelen en water eigen zijnde natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden;
[…]"
Artikel 9.3.1
"Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur - 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
[…]
e. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen;
[…]"
Artikel 9.3.2
"Het verbod van lid 9.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan."
Artikel 9.3.3
"De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast."
De Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2020
Artikel 4.11
"[…]
2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenlijst.
3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
a. de natuurwaarde van de houtopstand;
b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
[…]"
Bestemmingsplan "Oudeland en Oude Nieuwland 2013"
Artikel 13.1
"De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
[…]
b. het behoud, herstel en versterking van aan de betreffende gronden eigen zijnde landschappelijke waarden;
[…]"
Artikel 13.3.1
"Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - poel': zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te (laten) leggen of de volgende werkzaamheden uit te (laten) voeren:
[…]
g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties."